- blad nr 1
- 1-1-2021
- auteur M. Lucassen
- Onderwijs & Onderzoek
Kritisch denken is lastig te leren
De ene kleuter in groep Elmo van christelijke dalton basisschool De Maten in Den Ham weet het zeker: Sinterklaas heeft gouden schoenen aan. Nee, zegt de ander al even stellig: het zijn zwarte. Voor leerkracht Renate Heuver-Visser is dit een ideaal aanknopingspunt voor een gesprek. Is het zo? Wie ziet dat ook? Wie denkt iets anders? Waarom? Hoe dan?
De kinderen hebben gezien wat ze hebben gezien: zwarte én gouden schoenen. “Dan komt het gesprek op gang en kunnen we concluderen dat ze allebei gelijk hebben. Sint heeft meerdere schoenen.”
Het is een voorbeeld van onderzoekend leren zoals dat werkt op de christelijke daltonschool in het dorp in Overijssel. “We stimuleren kinderen om vragen te stellen en we laten ze merken dat er niet altijd een panklaar antwoord is. In de kleuterklas gaat het de hele dag over sociale vaardigheden, je leren verplaatsen in een ander. Dat jij iets wilt, betekent niet dat een ander dat goed vindt. Buiten jezelf kunnen denken is het begin van kritisch denken.”
Redeneerfouten
Kritiek hebben op anderen is niet hetzelfde als kritisch denken, dat begint bij je eigen overtuigingen ter discussie durven stellen. “Veel mensen denken ‘ik ben wel kritisch dus ik ben een kritisch denker’. Ik ben me er door mijn promotieonderzoek bewuster van geworden dat kritisch denken heel moeilijk is en niet vanzelf gaat.” Lara van Peppen verdiepte zich vier jaar lang in het fenomeen, voordat ze op het trainen van vaardigheden rond kritisch denken promoveerde. Ze verrichtte haar onderzoek in het hoger onderwijs, waar kritisch denken de norm is. Zowel in de wetenschap als in de beroepspraktijk is het essentieel om informatiebronnen te interpreteren en te evalueren, redeneerfouten te vermijden en, zeker als er veel op het spel staat, pas te beslissen als daar voldoende basis voor is. Haar proefschrift legt de vinger op de zere plek: “We moeten opleiden tot kritisch denkende professionals. Maar we weten niet hoe we dat effectief moeten doen.”
Grootste probleem: het overdragen de vaardigheid kritisch denken naar nieuwe taken en activiteiten, merkte Van Peppen. “Studenten presteren beter op de taken waarmee ze hebben geoefend, maar het lukt ze vaak niet dit toe te passen bij nieuwe taken.”
Gevolg: de jurist die gespitst is op tunnelvisie, kan miskleunen in andere zaken. Of de medicus die net iets heeft gelezen over een nieuw inzicht bij bepaalde symptomen, kan te snel de daarin beschreven diagnose stellen. “Er kunnen dingen behoorlijk misgaan.”
Ook dit proefschrift bepleit meer onderzoek om de toestand te verbeteren. Van Peppen ziet tegelijkertijd hoopvolle signalen uit de praktijk. “Het onderwerp leeft op elk niveau, zoals ook de vraag hoe we kinderen goed leren om nieuwsberichten te beoordelen. Kritisch denken is van belang bij beroepstaken, maar ook in burgerschap. Het platform www.kritischdenkenhbo.nl heeft lesmateriaal en informatie, dat is ook te gebruiken voor andere sectoren.”
Heilig huisje
Kritisch leren denken behoort tot de 21e-eeuwse vaardigheden van de stichting leerplanontwikkeling, maar het is nog nauwelijks in het onderwijs opgenomen volgens Liliane Bouma, coördinator bij het vo-ho netwerk Bètapartners in Amsterdam. “Er is ook nu bij de opleidingen erg weinig aandacht voor hoe je dit doet.”
De recent uitgewerkte leerlijn vindt Bouma niet voldoende concreet en richtinggevend. “Er leven bij docenten verschillende beelden over kritisch denken en probleemoplossen. Daardoor sluiten de leerervaringen van leerlingen niet op elkaar aan. De grote vrijheid van de docent is een heilig huisje, dat zou in het bedrijfsleven onacceptabel zijn. Ook in het onderwijs zul je je moeten aanpassen aan de manier waarop in andere jaren en parallelklassen een onderwerp wordt behandeld.”
Het vak van deze zij-instromer, natuurkunde, scherpt de analytische vaardigheden en dat is essentieel voor kritisch denken. “Maar in de bovenbouw beperken we ons tot technische en inhoudelijke aspecten, we hebben het niet over sociale, ethische en economische invalshoeken omdat we daar niet vertrouwd mee zijn. Zolang we docenten niet beter opleiden, blijft het bij gelukstreffers.”
Complottheorieën
In vwo 5/6 van het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem schuwt lerares Engels Arwen Scholten geen lastige onderwerpen. “Leerlingen moeten breed worden opgeleid, dus ik geef les over maatschappelijke onderwerpen in het Engels. We zien in het Engelse journaal complottheorieën. Dan is de vraag: wanneer weet je iets zeker? In het begin zoeken leerlingen naar bevestiging van wat ze al denken, en dan komen we erop dat je eigenlijk juist moeten zoeken naar bewijs van het tegengestelde, falsifiëren.”
Scholten, die al 22 jaar voor de klas staat, heeft haar eerste stappen in kritisch denken gezet als leerling en is gefascineerd gebleven door de werking van het brein. “Hoe we onszelf klem praten. Dan bluf ik iets en meteen denk ik: klopt dat wel? Of ook wel: hoe kan het dat ik dit denk? Zelf kritisch zijn betekent ook je eigen ideeën bevragen.”
Dat lukt in haar klassen de ene keer beter dan de andere. Een concreet aanknopingspunt helpt, en de ruimte nemen voor twijfel. “De bubbel, overal bevestiging van je mening kunnen vinden, is een van de grootste risico’s van deze tijd.” Ook de docent mag ter discussie komen: “Ik juich het toe dat ze aan mijn autoriteit twijfelen, als ze er maar argumenten voor hebben.”
En wat is het gevolg buiten de klas van dat oefenen met kritisch denken? “Ik hoop eerst dat het lukt binnen de klas, bij al mijn 245 leerlingen.”
Bij meer leerkrachten die aan kritisch denken werken, draait het leerproces om praten. Zo ook in het praktijkonderwijs van docent algemeen vormend onderwijs Tess Baas van Almere College Dronten. “Voor de meeste van deze leerlingen is nadenken over dingen niet de normale gang van zaken. Wij bieden dat wel aan, denken over je lijf, je carrière, je voeding, je stage. Zij vinden het lastig, spannend, het is niet normaal. We praten erover met elkaar, dat werkt beter dan allerlei burgerschapsmethodes. Je zoekt als leerkracht naar bruikbare voorbeelden. Nee, niet per se die Mohammedcartoons. Het gaat de meeste leerlingen boven de pet om daarover tot kritisch denken te komen.”
{Kader}
Kritisch denken? Doe-het-zelf
Zelf kritisch denken? Begin eens met stelling 6 en stelling 11 van het proefschrift van Van Peppen:
- Om kritisch te kunnen denken moet je durven twijfelen.
- Je moet niet alles geloven wat je denkt.
Moet intuïtie dan overboord? Van Peppen: “Intuïtie is heel efficiënt, je kunt snel handelen op basis van ervaring en kennis. Dat is mooi, maar het is belangrijk te herkennen wanneer je denkproces grote consequenties kan hebben. Onderdruk dan die intuïtieve reactie en vervang het door een rationele reactie, ofwel denk kritisch. Het gaat erom wat er op het spel staat, wat het gevolg is van jouw denkproces.”
Lessen in kritisch denken zijn waarschijnlijk effectiever als studenten meegenomen worden in de toepassing van de vaardigheden en veel verschillende situaties meemaken, vermoedt ze inmiddels
Dat kan ook in een christelijk dorp in Overijssel, zegt Renate Heuver: “Dat je iets gelooft houdt niet in dat je niet meer hoeft te denken. Je kunt zaken voor waar aannemen én zelf een mening vormen. Dan moet je wel op onderzoek uit: boeken lezen, met mensen spreken, een mening vormen.”
Zijn al haar leerlingen op weg om een kritisch denker te worden? “Een derde is het al. Bij de anderen is dit in wording of komt het nauwelijks tot ontwikkeling. Dat heeft te maken met aangeboren nieuwsgierigheid, intellectuele vermogens en de omgeving. Je kunt dit niet alleen op school leren, het is nature én nurture én levenservaring. Daarom beginnen wij met eenvoudige dingen.”
‘Klopt dat wel?’ is een vraag die elke kritische denker stelt op zeker moment. Promovendus Lara van Peppen kreeg van haar collega’s een tas met een drogredenering: Lara past in haar jas, een jas past in de tas, dus Lara past in de tas.