• blad nr 1
  • 1-1-2021
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Versnippering dreigt bij aanpak lerarentekort

In coronatijd kiezen meer mensen voor de overstap naar het onderwijs, maar een structurele oplossing van het lerarentekort is ver weg. De beoogde taskforce voor de oplossing van het probleem heeft focus nodig en moet niet proberen de discussie over lerarenbevoegdheden in één moeite door op te lossen.

De cijfers zijn dramatisch. In het schooljaar 2025 zal er in het basisonderwijs een tekort zijn aan ruim 1400 voltijdleraren, bovenop de al bestaande lerarentekorten. In het voortgezet onderwijs zijn er dan 1250 extra voltijddocenten nodig.
Daarna wordt de situatie, bij ongewijzigde omstandigheden, nog erger. ‘De tekorten lopen tegen 2029 zelfs dusdanig op - tot zo’n 5300 voltijdbanen - dat de opstellers van de ramingen waarschuwen dat dit buiten het geldigheidsgebied van de gebruikte modellen valt’, aldus de in december gepubliceerde Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren po, vo en mbo 2020.
Dat zijn de kille cijfers. Wat die tekorten in de praktijk betekenen weet Merel van Vroonhoven, die als zij-instromer stage loopt in Den Haag. “In de armste wijk hier, het Laakkwartier, is het lerarentekort 21 procent”, zo verklaarde zij in december bij een hoorzitting in de Tweede Kamer. “Daar is een soort gelatenheid over ontstaan. We zijn het bijna normaal gaan vinden dat er geen leraar voor een klas staat. We zijn het bijna normaal gaan vinden dat leerlingen naar huis worden gestuurd, of dat ze de hele middag naar Schooltv kijken. En dat klassen zo groot zijn dat er van differentiëren geen sprake kan zijn.”
Daar moeten we ons toch niet bij neerleggen? “Ik word zo boos over kansenongelijkheid in het onderwijs”, verklaarde Van Vroonhoven. “Ik hoop dat u als Tweede Kamer die boosheid
vasthoudt.”

Verschillen
De voorspelde tekorten in het voortgezet onderwijs zijn hoog, maar verschillen per vak. Permanente tekortvakken zijn informatica, natuurkunde, scheikunde, wiskunde, techniek en gezondheidszorg & welzijn. Bij Duits, Frans en klassieke talen zijn de tekorten aan het oplopen. Ook bij de technische beroepsgerichte vakken in het vmbo worden hoogoplopende tekorten voorspeld.
De tekorten nemen daarentegen af bij Nederlands, economie, maatschappijleer, Engels, biologie, aardrijkskunde en ckv/kunstvakken. Vakken met permanent lage tekorten zijn geschiedenis, levensbeschouwing en lichamelijke opvoeding.
Voor het mbo zijn eventuele tekorten lastig te voorspellen omdat er veel uitwisseling van docenten is tussen de scholen en de beroepspraktijk. Vooralsnog worden er in het mbo geen grote problemen verwacht, meldt de Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren 2020.

Versnipperd
Merel van Vroonhoven was eerder voorzitter van de Autoriteit financiële markten en is tevens aangesteld als ‘aanjager bestrijding lerarentekort’. Afgelopen zomer presenteerde ze haar aanbevelingen.
De ‘niet heel vrolijke’ conclusies van haar onderzoek zijn, in een notendop, dat de aanpak van het lerarentekort te beperkt is, te versnipperd en te weinig gebaseerd op feiten. Een van haar aanbevelingen is dat de pabo-opleidingen meer maatwerk moeten bieden. Verder moet het ‘salarisprobleem’ worden opgelost: de loonkloof tussen leraren basisonderwijs en leraren voortgezet onderwijs. “Dat lesgeven in het basisonderwijs makkelijker zou zijn dan lesgeven in het voortgezet onderwijs, durf ik echt te betwijfelen”, zei Van Vroonhoven in de Tweede Kamer.
Ook zou de concurrente moeten worden aangepakt tussen scholen onderling en tussen besturen en opleidingen. “Ik maak wel eens de grap dat er in het onderwijs meer concurrentie is dan in de financiële wereld. Er is geen enkele incentive om samen te werken.” En tot slot zou ook de beroepsgroep, leraren zelf, nauw betrokken moeten worden bij de ontwikkelingen. “Hoe kun je bijvoorbeeld opleidingen vormgeven zonder dat er vertegenwoordigers vanuit het beroep aan tafel zitten? Ik ken geen enkele andere professionele beroepsgroep waarin dat het geval is.”

Taskforce
Van Vroonhoven roept op een taskforce op te richten, waarbij vertegenwoordigers van alle betrokken organisaties samen het lerarentekort gaan oplossen. De deelnemers aan die taskforce zouden ‘over hun schaduw’ moeten stappen. “Je zit er niet in voor je eigen belang, maar voor het belang van de kinderen.”
De taskforce zou zich alleen moeten richten op het oplossen van het lerarentekort en niet moeten worden belast met andere discussies. Zoals die over de bevoegdheden van leraren. “Trek niet alles binnen zo’n taskforce, want dan ben je lang bezig met praten in plaats van met actie. Daar is het lerarentekort echt een te groot probleem voor. Beslis ergens anders wat je met de bevoegdheden wilt, haal het pas binnen de taskforce als je er uit bent.”
Dat is ook de wens van AOb-bestuurder Henrik de Moel, die vanuit de AOb betrokken is bij het voorbereiden van de taskforce. “We kunnen het gelukkig als vakbonden, werkgevers, het lerarencollectief en lerarenopleidingen goed vinden op een heleboel punten. Zoals de begeleiding van starters en maatregelen om de zij-instroom te stimuleren.”
De discussie over de bevoegdheden is een heet hangijzer. “Ik ben het helemaal met Van Vroonhoven eens: die discussie moet ergens anders gevoerd worden”, zegt De Moel. “En dat gebeurt ook. Bij sommige partijen die aan tafel zitten bij de voorbereiding van de taskforce, leeft echter de gedachte dat aanpassing van het bevoegdhedenstelsel een oplossing is voor het lerarentekort. Maar hoeveel zorgen wij ons als AOb ook maken over dat tekort: wij denken dat met het aanpassen van de bevoegdheden de status van het beroep en de kwaliteit van de leraren omlaag gaan. Dat gaat de kansenongelijkheid van leerlingen echt niet verminderen. Dat doe je alleen met goedopgeleide, bevoegde en normaal betaalde leraren, die lesgeven in niet te grote klassen.”


{streamer}
‘Ik word zo boos over kansenongelijkheid in het onderwijs’

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.