• blad nr 9
  • 1-10-2020
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

Thuis sinds de lockdown

Bijna elk team telt er wel aantal: leraren die tot de risicogroep voor corona behoren of naasten hebben in die categorie. Duizenden leraren zitten daardoor thuis, sommigen al sinds de lockdown. “Ik mis het directe contact ontzettend.”

Half maart was Cor van Kuijeren (63) voor het laatst op het rsg Slingerbos Levant in Zeewolde. Even snel, via de conciërge, om een grote boodschappentas vol spullen uit het verlaten schoolgebouw te halen. Sindsdien werkt de docent geschiedenis thuis. Vanwege astma behoort hij officieel tot de risicogroep. Het was nota bene een collega die hem erop wees en vroeg waarom hij niet naar huis ging. “Het is gek, maar je denkt toch steeds: Die les is belangrijk of die ene toets moet nog”, vertelt hij. “Allemaal irreële ideeën om op school te blijven werken. Want als ik ziek word, is een ziekenhuisopname vrijwel meteen het gevolg.”
Vooral bij mensen met een verminderde afweer, zoals chronisch zieken, kan covid-19 namelijk uitlopen op een ernstige longontsteking met soms dodelijke afloop. Van Kuijeren is niet de enige docent die daarom al meer dan een half jaar thuis is. Exacte cijfers over het aantal leraren dat tot de risicogroep (zie ook kader op pagina..) behoort, zijn er niet. Ongeveer 20 procent van de Nederlandse beroepsbevolking kampt echter met een risicovolle chronische aandoening als astma, hart- en vaatziekte of diabetes. Dat zou grofweg betekenen dat van de ruim 250 duizend leraren in Nederland er maar liefst 50 duizend tot de risicogroep behoren. En daar komen de leraren met een huisgenoot die in de risicogroep valt, nog bij.
Voor de zomer startte daarom meer dan de helft van de basisscholen met een incompleet team, zo bleek uit onderzoek van onderzoeksbureau Duo. Er ontbraken gemiddeld drie leerkrachten per school omdat zij of een huisgenoot tot de risicogroep behoren. Een voorbeeld is Miranda Reus (44), leerkracht op basisschool Jan Ligthart in Appingedam. Hoewel ze met diabetes zelf tot de risicogroep behoort, bleef ze vooral thuis vanwege haar gehandicapte zoon Tygo. “Als mijn man en ik ziek worden, wie kan er dan voor hem zorgen? Tygo ziet slecht, praat niet en is rolstoelafhankelijk. Zijn verzorging is niet iets wat je er zomaar bij kunt doen”, legt ze uit.
De tijd thuis vond ze best zwaar en niet alleen vanwege de combinatie van thuiswerken en de zorg voor haar zoon. “Ik vond het ook spannend, omdat de ziekte zo ongrijpbaar lijkt. Als iemand aanbelde, durfde ik eigenlijk niet open te doen. Ik volgde ook continu het nieuws, om gek van te worden.”
Toen haar zoon weer naar de dagbesteding kon, kon zij ‘meters maken’. “Het was wel slikken toen mijn collega’s aan het werk gingen en ik niet. Maar ik heb het geluk dat ik een goede lio-stagiair had die mij er via het digibord af en toe bij betrok. Verder begeleidde ik leerlingen die ook thuisbleven. Dat deden mijn drie andere collega’s die vanwege corona thuis waren ook.”
In overleg met de bedrijfsarts is ze het nieuwe jaar weer op school gestart. “Heerlijk, ik heb het lesgeven zo gemist”, zegt ze. “De situatie is anders dan voor de zomer. Het aantal besmettingen nam niet toe toen collega’s weer aan de slag gingen. Dat stelde me gerust. Bovendien geldt de afspraak dat we niet te lang op school blijven en ik vergader nog steeds op afstand. Met de kleuters lukt het niet altijd om afstand te bewaren en als een kind huilt, troost ik ‘m ook gewoon. Maar ik blijf er wel altijd alert op.”

Luisterend oor
Uit een AOb-enquête onder drieduizend leraren in het voortgezet onderwijs blijkt dat iedereen dit schooljaar weer massaal aan de slag is gegaan, risicogroep of niet. Dat geldt niet voor Hilde Zwerver (45), docent mens en maatschappij op het Morgencollege in Harderwerk. Ze heeft de auto-immuunziekte dermatomyositis, die spier- en huidontstekingen veroorzaakt en is daardoor afhankelijk van een elektrische rolstoel. Al twintig jaar geeft ze met veel plezier les. “Ik vind het leuk om jonge mensen iets te leren. Bovendien krijgen ze op deze manier automatisch mee dat mensen in een rolstoel ook gewone mensen zijn.”
Het is de band met de leerlingen die ze dan ook het meeste mist, nu ze sinds de lockdown vanuit huis werkt. De leerlingen volgen haar les via Teams in het lokaal, terwijl een assistent toezicht houdt. Elke dag start het team met een scrum-moment, waar Zwerver ook online bij aanwezig is. “Verder is er veel contact via de mail of via Teams, dus dat gaat prima”, vertelt ze. “Dat ik afhankelijk ben van collega’s en weer een uitzonderingspositie heb, vind ik alleen best wel lastig. Bovendien mis ik het echte contact ontzettend. Voor veel leerlingen ben ik een luisterend oor, dat gaat via de computer minder goed. Ik moet er niet aan denken dat deze situatie nog een heel jaar kan duren. Mijn wereld is nu enorm beperkt en het voelt soms heel alleen.”

Vrijheid
Ook docent Cor van Kuijeren mist het persoonlijk contact. “De gesprekken met collega’s, het samen een bakkie doen. Ik ben dan wel bij vergaderingen via de laptop, maar zo’n verbinding is niet optimaal. Ik hou ze alleen maar op, denk ik wel eens. Het continue via de computer lesgeven en vergaderen, vind ik bovendien heel inspannend.”
Wat helpt is het contact met een groepje collega’s die in dezelfde situatie zitten als hij. “Dat we ervaringen en ideeën kunnen uitwisselen, is erg prettig”, vertelt hij. “Bijvoorbeeld over hoe zij hun online lessen vormgeven, waar ze tegenaan lopen of waar zet je de streep in het aantal uren per dag achter de computer? Ik hoop eigenlijk dat er een soort landelijk platform komt voor lotgenoten zodat we niet allemaal hetzelfde wiel hoeven uit te vinden.”
Vooral de onzekerheid over hoe het virus zich verder ontwikkelt, vindt hij lastig. Ook al is de teamleider heel begripvol en neemt de school maatregelen zoals een assistent in de klas, de situatie blijft verre van ideaal. Van Kuijeren: “Echte interactie met de leerlingen, zoals een compliment geven of een praatje maken, is niet mogelijk. Ik ben kerngezond en toch thuis alsof ik ziek ben. Dat ik niet weet hoe lang dit nog gaat duren, zorgt ervoor dat mijn motivatie daalt. Ik hoop dat er snel een vaccin komt!”
Een vaccin is waar alle hoop op gevestigd is. “Dat maakt dat ik er weer op uit durf en met mensen om kan gaan”, vertelt Hilde Zwerver. “Een vaccin betekent vrijheid”, vult Miranda Reus aan. “Dan kan ik mijn familie knuffelen of eindelijk vrienden bezoeken die ik al maanden niet meer heb gezien. Daar kijk ik echt naar uit.”

{kader}
In principe allemaal naar school

‘Kan ik verplicht worden om op school les te geven wanneer ik me zorgen maak over mijn gezondheid?’ Het is een veelgestelde vraag. Het antwoord is dat gezonde leraren in principe naar school komen en dat het goed is om zorgen te bespreken met je werkgever.

Vaak kun je samen tot aanvaardbare oplossingen komen, is de ervaring van John Arts (53), docent geschiedenis op het Over Betuwe College in Elst. Hij heeft, net als zijn dochter, de longziekte COPD en zijn vriendin heeft een auto-immuunziekte. “Door corona beseffen we pas hoe kwetsbaar we zijn. Besmetting met het virus kan voor ons ernstige gevolgen hebben, zelfs de dood is een reëel gevaar.”
Voor de zomer bleef hij thuis, nu gaat hij weer naar school. “Lesgeven is mijn roeping. Ik heb gelukkig een goede werkgever die mij vraagt wat ik nodig heb om me veilig te voelen. Een rood/wit-lint, spatschermen en open ramen en deuren, kleinere klassen: het is er bij ons allemaal. Daarbij geef ik alleen aan de onderbouw les, waar het risico op besmetting kleiner is dan bij oudere leerlingen. Ik ben me ervan bewust dat 100 procent veilig niet kan. Ik voel me redelijk veilig, maar echt zorgeloos sta ik niet voor de klas.”
Als sectorconsulent en -bestuurder bij de AOb hoort hij echter regelmatig verhalen over leraren die zich onder druk gezet voelen om te komen werken. De reacties in de AOb-enquête onder drieduizend leden in augustus bevestigen dit beeld. ‘Ik ben zestig en behoor tot de risicogroep, maar alleen zeventig-plus mag thuisblijven. Mijn man heeft een chronische aandoening die zijn immuunsysteem verzwakt, maar omdat deze aandoening niet op de lijst staat, moet ook hij gewoon naar school. We zijn nu van mening dat de vraag niet is of we corona krijgen, maar wanneer’, schrijft bijvoorbeeld een docent. Een ander: ‘Degenen die bezwaar maakten, iemand met een ernstig zieke vrouw, met een dochter zonder immuunsysteem of zelf ziek: ze werken allemaal. Protesteren had geen zin.’ Arts: “Een schoolleider legde het advies van de arboarts zelfs naast zich neer en sommeerde iemand met een auto-immuunziekte op school te komen. Het is schandalig dat een werkgever resultaten lijkt te prevaleren boven het welzijn van zijn personeel. Het gaat hier wel om mensenlevens!”
Het RIVM stelt inmiddels dat thuisblijven ook voor mensen uit risicogroepen niet meer nodig is nu het virus beter onder controle is. In het nieuwe protocol voor het voortgezet onderwijs staat dat werknemers die zelf tot een risicogroep behoren, of naasten hebben in die categorie, komen werken, mits het een controleerbare omgeving betreft. De werknemer heeft de keuze hiervan af te wijken na overleg met de werkgever. “Ik had de tekst graag stelliger geformuleerd gezien, want nu is die interpretabel”, zegt Arts. “Kwetsbare mensen zijn minder goed beschermd en zijn afhankelijk van de goodwill van hun leidinggevende.”
Werkgevers hebben op grond van de Arbowet echter de zorgplicht voor een veilige omgeving. Onderbezettting is daarbij geen argument om toch naar school te moeten komen. Bespreek je zorgen dus altijd met je werkgever, adviseert de AOb. Mocht je in discussie raken, dan is het verstandig de bedrijfsarts te raadplegen en zo nodig contact met de AOb op te nemen. Zie ook de antwoorden op de veelgestelde vragen (FAQ) op aob.nl

{kader}
Wie vallen onder de risicogroepen?
Mensen die een hoger risico hebben om ernstig ziek te worden na een besmetting met het coronavirus. Het gaat om mensen boven zeventig jaar en/of met een van de volgende aandoeningen: chronische luchtweg, long- of hartproblemen (onder behandeling van arts), suiker- of nierziekte, een verminderde weerstand tegen infecties, ernstige leverziekte en zeer ernstig overgewicht. Zie rivm.nl voor de nadere toelichting.

{citaatjes}
‘Mijn wereld is nu enorm beperkt en het voelt soms heel alleen’

‘Kwetsbare mensen zijn afhankelijk van de goodwill van hun leidinggevende’

‘Een schoolleider legde het advies van de bedrijfsarts naast zich neer’
‘Dat ik afhankelijk ben van collega’s, vind ik best wel lastig’

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.