• blad nr 9
  • 1-10-2020
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

‘Als leraar sta je de hele dag áán’

Als AFM-voorzitter had ze een secretaresse en een chauffeur, als juf Merel is ze gewoon een beginner die daar af en toe niet van kan slapen. Merel van Vroonhoven over haar bevindingen in de klas en over de aanpak van het lerarentekort.

Twintig jaar lang zat Merel van Vroonhoven in raden van bestuur, de laatste tijd als voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten. Toen zegde zijn haar baan met secretaresse, auto met chauffeur en bestuurderssalaris op om zij-instromer in het onderwijs te worden.
Inmiddels zit ze als juf Merel in het tweede jaar van de verkorte deeltijdpabo, is ze aan haar derde stage begonnen én bracht ze als onafhankelijk ‘aanjager aanpak lerarentekort’ haar rapport Samen sterk voor elk kind uit.

Het was een behoorlijke carrièreswitch.
“Ik kwam tot het besef dat ik een meer concrete bijdrage wil leveren dan als bestuurder. Voor mij betekende dat een keuze voor het speciaal onderwijs. De ervaringen op de school van mijn eigen zoon, die autisme heeft, waren daarbij ook een voorbeeld: leraren die steeds de mogelijkheden van een kind zien en niet de beperkingen.”

Was het eng, zo’n overstap?
“Het is een stap die je niet zomaar neemt, want je gaat iets doen waarvan je niet weet of je het kunt. Zal het werken? Durf ik alles mijn positie, mijn zekerheden los te laten? Maar uiteindelijk hakte ik de knoop door.”

Hoe beviel het eerste jaar?
“Het jaar is voorbijgevlogen. Het is zo mooi om te zien hoe snel kinderen leren en zich ontwikkelen. Het leuke is ook dat ze heel open en direct zijn. ‘Juf Merel, ben jij al vijftig jaar oud?! Dan ben je al bijna dood.’ Als je het belangrijk vindt welke titel er op je visitekaartje staat, ben je dat voor de klas snel kwijt.”

Ondertussen was je ook nog ‘onafhankelijk aanjager’. Je deed in opdracht van de minister onderzoek naar de aanpak van het lerarentekort. Hiervoor sprak je met honderden mensen, van de werkvloer tot de bestuurstafel. Wat zijn je conclusies?
“De belangrijkste conclusie is dat we met de huidige aanpak het lerarentekort niet gaan oplossen. Het is te versnipperd, te vrijblijvend en te beperkt. Er moet fors meer gebeuren en snel. Als eerste, meer samenwerking in regio’s tussen schoolbesturen onderling, maar ook met lerarenopleidingen. Het gebeurt nu nog dat er op de ene school geen tekorten zijn, terwijl op een school vijfhonderd meter verderop groepen naar huis worden gestuurd. Lerarentekorten moeten we samen oplossen in plaats van elkaar te beconcurreren. Verder moet de doelgroep en de praktijk meer centraal komen te staan in de opleidingstrajecten.”

Dat is nu niet het geval?
“Er zijn 384 routes naar leraarschap, dat zijn er te veel. Bovendien houden lerarenopleidingen nog te weinig rekening met het type student en zijn achtergrond. Volwassenen met ervaring worden behandeld als schoolverlaters en eerder verworven competenties worden nauwelijks gewaardeerd. Zo sprak ik een docent Frans die ook les wilde geven in wiskunde. De hogeschool eiste opnieuw vier jaar studie. Terwijl ze al vijfentwintig jaar voor de klas staat. Ik vind dat onbegrijpelijk. Ook sluiten opleidingen te weinig aan bij de praktijk en wordt de beroepsgroep nauwelijks betrokken. Of het nu gaat om passend onderwijs, diversiteit in de klas of meertaligheid van kinderen. Het komt te laat of te weinig aan bod. Verder vindt elke opleiding zelf het wiel uit. Ik pleit ervoor om, op termijn, te komen tot één nationale lerarenacademie.”

Hoe bevalt jouw eigen pabo-opleiding je eigenlijk?
“Het vordert goed. Maar ik herken me in de ervaringen van de vele leraren in opleiding die ik als aanjager sprak. Je moet wel heel veel verslagen schrijven. Natuurlijk moet je nadenken voordat je iets doet, achteraf goed evalueren en van feedback leren, maar het is wel heel erg tick the box geworden. Het volgen van de procedure dreigt een doel op zich te worden.”

Krijg je als zij-instromer voldoende begeleiding?
“Daarover hoor ik wisselende verhalen. Op sommige scholen is er een leerkracht vrijgeroosterd om beginners te begeleiden, andere scholen gebruiken de zij-instromers om de gaten op te vullen. In dat geval is de kans op succes klein. Er moet echt meer geld en aandacht komen voor begeleiding. Gelukkig is daar het afgelopen jaar een eerste stap in gezet.”

Je spreekt in je rapport ook over een taskforce?
“Er zijn op dit moment veel initiatieven, maar die kennen nog te weinig regie en slagkracht: elke grote stad heeft zijn eigen plan, dan is er ook nog een regionale aanpak, enzovoort. Het is te versnipperd allemaal. Er moet een taskforce komen die regie neemt en slagkracht laat zien, vanuit een gezamenlijk visie met een heldere, samenhangende, meerjarige aanpak. Dit gaan we doen, op die termijn en daarmee behalen we deze doelen. Minder praten, meer doen. Verder signaleer ik ook nog een aantal onderbelichte onderwerpen, zoals een tekort aan schoolleiders en het behoud van leraren. Er ligt veel nadruk op het werven van zij-instromers, maar dat heeft weinig zin als veel huidige leraren het onderwijs verlaten. Daarom is het ook zo jammer dat het geld voor de lerarenbeurs, voor de ontwikkeling van leraren, is ingezet voor het verhogen van de instroom. Want in feite gaat het om hetzelfde onderwerp: een aanpak van de tekorten.”

En de salarissen in het basisonderwijs moeten omhoog: de loonkloof met het voortgezet onderwijs moet worden gedicht.
“Dat is geen panacee voor alles, maar wel een van de bouwstenen voor succes. Of je salarissen dan integraal gelijk moet trekken of moet denken aan bijvoorbeeld toeslagen, daar heb ik geen onderzoek naar gedaan. Maar er moet wel iets gebeuren.”

Wat was jouw mooiste moment?
“Elke dag zit vol met prachtige momenten. Zoals een Somalisch jongetje dat bij een les over Mondriaan denkt hij dat hij niet kan tekenen. Maar aan het einde van de les vol trots een prachtige tekening laat zien. Dan is je hele dag goed.”

En het minst mooie moment?
“Dat zijn de momenten waarop je met je eigen onvermogen geconfronteerd wordt. Wanneer je om allerlei redenen te weinig ondersteuning, te weinig bagage, een te grote groep een kind niet de aandacht kunt geven die je zou willen geven. Dan kom je wel verdrietig thuis.”

Nog iets gemerkt van de werkdruk?
“Ik heb gemerkt dat je als leraar de hele dag aan staat. Je kunt je niet, zoals op een kantoor, even een kwartiertje terugtrekken achter je laptop. Het is belangrijk dat je uitgerust op school komt, want anders loopt je les niet of hoor je jezelf opeens snauwen. Een klas voelt het ook haarfijn aan als jij niet lekker in je vel zit: geen betere spiegel dan een groep kinderen. Werkdruk heeft ook te maken met autonomie. Je dag ligt voor een groot deel vast, de kinderen moeten van alles leren en je moet veel verantwoorden. Van die administratie word ik niet vrolijk. En tot slot: zonder relatie geen prestatie. En een relatie bouw je alleen op als je ook iets van jezelf geeft. Daar moet genoeg ruimte voor zijn. Net als je ruimte moet hebben om als leraar je eigen werk in je eigen klas vorm te geven.”

Wat viel je het meest op tijdens je stages?
“Ik heb tot nu toe stage gelopen op een reguliere basisschool in het multiculturele Laakkwartier in Den Haag, een school voor zeer moeilijk lerende kinderen en nu op een school in een voornamelijk witte wijk met hoogopgeleiden. Wat me opviel is de enorme segregatie in Den Haag. Ik ben bang dat die segregatie in combinatie met de lerarentekorten zorgt voor nog meer kansenongelijkheid.”

Hoe wordt er in de lerarenkamer tegen de voormalige voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten tegenwoordig bekend als juf Merel aangekeken?
“Het is voor beide partijen spannend. Maar het went snel. Ik probeer me steeds bescheiden op te stellen als stagiair. En mezelf te relativeren: ik hoef alles niet meteen goed te doen. Ik ben ook maar gewoon een beginner die daar af en toe niet van kan slapen.”

Blijf je tot aan je pensioen voor de klas?
“Laat ik eerst zorgen dat ik startbekwaam word, dan heb ik daarna nog een behoorlijk aantal jaren om een ervaren leraar te worden. Dat zal genoeg inspanning vergen, want leraarschap is echt een vak.”

{kader}
Aanbevelingen van Samen sterk voor ieder kind
- Kom tot een duurzame (regionale) samenwerking tussen onderwijspartijen, met een wettelijk verankerde maatschappelijke opdracht.
- Zet de doelgroep en de praktijk centraal in opleidingstrajecten. Volwassenen hebben een ander aanpak nodig dan schoolverlaters. Ga ook versnippering tegen, bijvoorbeeld door het oprichten van een nationale lerarenacademie.
- Heb meer aandacht voor onderbelichte onderwerpen, zoals het tekort aan schoolleiders, leerlingen in een kwetsbare positie, tekortvakken in het voortgezet onderwijs en het behoud van zittende leraren.
- Start een taskforce die tot een heldere, samenhangende, meerjarige aanpak komt.
- Pak het salarisverschil tussen primair en voortgezet onderwijs aan.


{citaat}
‘Als je een kind niet de aandacht kunt geven die je zou willen geven, kom je verdrietig thuis.’

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.