• blad nr 9
  • 1-10-2020
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

 

Leerkracht meldt kindermishandeling niet vaak genoeg

Onderwijspersoneel maakt te weinig melding van kindermishandeling. Leerkrachten hebben steun nodig om het gesprek met ouders aan te gaan, voordat er een crisissituatie ontstaat. “Als je problemen eerder bespreekt, is niet altijd een beschuldigende vinger nodig.”

Als stagiair op een basisschool zag ik jaren geleden in de ochtend een meisje de klas binnenkomen met een blauwe plek op haar wang. Een ruzietje thuis, ze kon erom lachen. Mama had een telefoontje naar haar hoofd gegooid.
Had ik als leerkracht, of als leerkracht in opleiding, van dit voorval melding moeten maken bij het meldpunt kindermishandeling? Kenners van de meldcode oordelen voorzichtig. “Soms lijkt het erop dat een kind voor een blauwe plek een goede verklaring heeft”, zegt Roely Drijfhout van Augeo, een stichting die cursussen verzorgt in het omgaan met kindermishandeling. “Hier is het dubbel, want ze lacht zelf om de situatie. Een vaste leerkracht zal in elk geval in staat zijn om dit geval in zijn context te plaatsen. Hij kent de thuissituatie. Hij weet of er eerder situaties zijn geweest die aanleiding geven tot bezorgdheid.”
Ook voor Debbie Maas, voorzitter van het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, de advies- en meldpunten huiselijk geweld en kindermishandeling, volgt een melding niet dwingend uit dit voorval. “Dit is met het kind besproken. Dat is belangrijk. Je zult als leerkracht ook het gesprek met de moeder aan moeten gaan. En als iets vergelijkbaars nog eens gebeurt of al eerder een keer gebeurd is, gaan alle alarmbellen af.”
Bij verdenking van kindermishandeling krijgen ouders vaak, te vaak, het voordeel van de twijfel. Dat concludeert de Onderwijsinspectie in de jongste Staat van het onderwijs. Onderzoek wijst uit dat meer dan honderdduizend kinderen van tussen de nul en de achttien jaar oud zijn blootgesteld aan kindermishandeling: circa 3 procent van alle kinderen. ‘Dat is gemiddeld ongeveer zes kinderen per school’, aldus de inspectie. Het aantal meldingen staat daarmee in schril contrast. Uit een steekproef van de inspectie op 145 scholen blijkt dat slechts één op de drie scholen de meldcode in het afgelopen jaar heeft toegepast. ‘Dit is weinig’, aldus de inspectie, ‘in vergelijking met het gemiddeld aantal kinderen dat met huiselijk geweld geconfronteerd wordt’.
Hoe kan het dat zoveel kindermishandeling niet wordt gemeld? Duidelijk is dat leerkrachten met een melding een proces in gang zetten, waarover zij zelf geen controle meer hebben en zo is het idee althans waarover ze niet op de hoogte worden gehouden.
In de eerste dagen na de melding volgt een triage. In dit stadium verzamelt Veilig Thuis informatie om een beeld te krijgen van de ernst van de situatie. “We kunnen daarna besluiten zelf een onderzoek in te stellen of de zaak overdragen”, zegt Maas. “Aan hulpverleners in de wijk bijvoorbeeld of aan een reeds betrokken jeugdbeschermer of hulpverlener. De melder krijgt hierover bericht, maar dat bericht komt misschien niet altijd terecht in de brievenbus van de leerkracht.” Meldpunten streven ernaar de veiligheidsbeoordeling in vijf werkdagen af te ronden, maar dat lukt niet altijd. “Trek aan de bel, als je na twee weken nog niks hebt gehoord”, adviseert Maas.

Vertrouwen
Voorafgaand aan een melding bij Veilig Thuis moeten leerkrachten het probleem met ouders bespreken. Dat kan een drempel zijn. “Leerkrachten zullen hun relatie en het vertrouwen van ouders en kinderen niet graag op het spel zetten”, zegt Jeroen Pieters, leerkracht in de bovenbouw van een basisschool in Heerlen en onderwijsadviseur bij Innovo, een bestuur met 44 basisscholen in Zuid- en Midden-Limburg. Geheel onterecht is die zorg niet, vertelt Pieters. “Als je het gesprek met ouders aangaat op een verkeerde manier, onnodig beschuldigend bijvoorbeeld, bestaat het risico dat je ze kwijtraakt.”
Leerkrachten die contact leggen met één van de 26 Veilig Thuis-organisaties, hoeven niet direct formeel melding te doen van kindermishandeling. Zij kunnen ook advies inwinnen over een mogelijke aanpak. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs) laten zien dat in de tweede helft van 2019 het aantal adviesaanvragen (54.530) niet heel veel lager ligt dat het aantal formele meldingen (66.660). Maas zou de balans graag verder verschuiven. “Onze adviesfunctie wordt te weinig gebruikt. De focus ligt te veel op het melden. Daardoor wachten leerkrachten te lang met hulp zoeken. Als er gemeld wordt, is er vaak sprake van een crisisachtige sfeer. Als je problemen eerder bespreekt, is niet altijd een beschuldigende vinger nodig.”

Protocol
In Nederland zijn in 96 procent van de gevallen de biologische ouders schuldig aan kindermishandeling, zo blijkt uit een data-overzicht van het Nederlands Jeugdinstituut. Moeders mishandelen vaker dan vaders. Slaan met een hard voorwerp of een riem, schoppen en het toebrengen van brandwonden, zijn vormen van fysiek geweld waar kinderen mee te maken krijgen. Seksueel misbruik is de minst voorkomende vorm. Ernstige verwaarlozing wordt het vaakst gemeld.
Van de meldingen van kindermishandeling die het cbs registreert, komt 3 procent uit het onderwijs. Een eerlijke vergelijking met andere beroepsgroepen is lastig, maar Maas zegt wel: “Dat percentage ligt te laag als je het afzet tegen het aantal kinderen dat mensen in het onderwijs dagelijks zien.”
Pieters heeft wel een verklaring waarom leerkrachten misschien minder vaak melden dan andere beroepsgroepen. “Leraren zien kinderen en hun ouders over het algemeen vaker dan andere professionals hen zien. Zij zullen eerder geneigd zijn om het gesprek met hen aan te gaan. Als er een positieve verandering optreedt, volgt niet direct een melding.”

Korte lijntjes
Een vermoeden van huiselijk geweld bespreekbaar maken, is razend lastig, zegt Maas. “Ik begrijp dat dit voor leerkrachten een reden kan zijn om zo’n gesprek uit de weg te gaan, maar als je het niet doet, houd je geweld misschien in stand.”
Voordat leerkrachten het gesprek met de ouders aangaan, zullen ze de kans moeten krijgen om hun zorgen met een collega te bespreken. “Niet in de lerarenkamer”, zegt Drijfhout. “Wel een-op-een met een intern begeleider of de aandachtsfunctionaris.” Dat is een collega die de meldcode goed kent. Lang niet elke school heeft nog zo’n aandachtsfunctionaris, zegt Maas, maar ze zijn hard nodig. “Korte lijntjes helpen om kindermishandeling op tijd aan te pakken.”
Het aangaan van het gesprek met ouders heeft een grote impact op onderwijspersoneel, vertelt leerkracht en adviseur Pieters. “Er komt mentaal veel bij kijken. Het is essentieel dat je daar als leerkracht hulp bij krijgt en je kunt het niet vaak genoeg oefenen. Alles draait om de manier waarop je zo’n gesprek aangaat. Niet verwijtend daarmee verlies je ouders maar in de trant van ‘we maken ons zorgen om uw kind, kunnen we onze hulp aanbieden’. Wij maken mee, dat ouders blij zijn dat ze hun problemen met iemand kunnen bespreken.”
Vaak, zegt Pieters, zijn ouders welwillend en zullen ze bijvoorbeeld bereid zijn te accepteren dat er een maatschappelijk werker langskomt. De gesprekstoon hangt af van de situatie. Pieters: “Betrek je de directeur erin, dan is een gesprek direct heel formeel. En als je met drie mensen van de school bent, zullen ouders het gevoel hebben dat ze tegenover een tribunaal zitten. Over het algemeen is dat onwenselijk, al kan het wel eens nodig zijn als ouders de hakken in het zand zetten.”
Op de scholen van Innovo hebben alle leerkrachten een e-learning gevolgd over het werken met de meldcode.
De aandachtsfunctionaris op de scholen van het bestuur in Heerlen biedt hulp als de nood aan de man is, maar het is ook zijn rol om het onderwerp kindermishandeling het hele jaar door op de agenda te houden. Een gastspreker met een aangrijpend verhaal kan leerkrachten de ogen openen. “Maar je kunt als leerkracht niet alles zien”, zegt Pieters. “Je kunt niet achter de voordeur kijken.” Maas waarschuwt: “Kinderen zijn meesters in het verbergen van hun leed.”

{streamers}
‘Kinderen zijn meesters in het verbergen van hun leed’

‘Leerkrachten zetten hun relatie en het vertrouwen van ouders en kinderen niet graag op het spel’

‘Je kunt als leerkracht niet alles zien’

‘Ouders zijn soms blij dat ze hun problemen met iemand kunnen bespreken’

{KADER 1}
Melden of niet
Werkgeversorganisatie PO-raad heeft een app ontwikkeld die leerkrachten snel en anoniem helpt bij hun beslissing: melden of niet melden. Melden is noodzakelijk als kinderen acuut onveilig zijn, door fysiek of seksueel geweld, zonder voedsel, onderdak of uit huis zijn gevlucht.
Structurele onveiligheid noodzaakt ook tot melden, bijvoorbeeld als kinderen opgroeien bij verzorgers met ernstige problemen door een verslaving of verstandelijke beperking. Melden is ook voorgeschreven als ouders niet willen meewerken aan verandering of wanneer er sprake is van een ‘onthulling’: een kind vertelt dan uit zichzelf over een voorval of onveilige situatie thuis.

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.