• blad nr 3
  • 1-3-2020
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

 

Ambitieuze onderwijsassistent verdient meer

Waar de ene assistent voornamelijk kleine klusjes doet, staat de andere zelfstandig voor de klas. Vaak tegen hetzelfde salaris. Nieuwe functieomschrijvingen moeten dat veranderen. Onderwijsassistenten: opgelet!
“Toen ik begon was ik echt een manusje-van-alles. Van lesgeven tot meehelpen aan plakwerkjes, bankzaken en andere administratieve taken: ik deed het allemaal”, vertelt Larisa Winkels die al ruim twintig jaar onderwijsassistent is bij tien verschillende scholen van haar bestuur in Overijssel. “Op een school voor speciaal basisonderwijs was ik hele dagen kinderen aan het verschonen. Ook heb ik een jaar op een school gewerkt waar ze niet zo goed wisten wat ze met een onderwijsassistent aan moesten. Daar zat ik voornamelijk achterin de klas. De leerkracht vroeg mij een seintje te geven als een leerling lastig was. ‘Daar weet ik zelf wel raad mee’, probeerde ik nog. Maar nee, dat was niet de bedoeling. Ik heb op die school een jaar lang zitten nagelbijten. Maar als de nood hoog was, kon ik wel de kleuterklas overnemen: heel dubbel.”
Inmiddels houdt Winkels zich op weer een andere school bezig met de begeleiding van kinderen voor wie Nederlands de tweede taal is. “Ik leer ze lezen, help ze met sociale vaardigheden en heb contact met de gemeente om tot een betere samenwerking te komen. Ik doe reken- en taalspelletjes met de kinderen uit groep 2, begeleid een jongen die via een arrangement een eigen leerlijn heeft en werk aan een creatief circuit.” Al die verschillende taken op verschillende scholen werden door de jaren heen hetzelfde beloond: met schaal 4, waarin de meeste onderwijsassistenten zitten. Krom, vindt Winkels. “Gelukkig zie ik de laatste jaren wel een kleine verbetering. Eerder was het niet mogelijk cursussen te volgen. Nu mag ik dat wel.” Recent werd ze gevraagd een mbo niveau 5-opleiding tot leerkrachtondersteuner te doen. “Toch ben ik daar niet voor gegaan. Ten eerste verricht ik al negen van de tien taken van een leerkrachtondersteuner. En ten tweede zou ik met dat papiertje op zak niet meer gaan verdienen. Bij ons zitten alle ondersteuners in schaal 4.”
Winkels vat samen: “De verantwoordelijkheden van de onderwijsassistent zijn een groot grijs gebied.” Dat grijze gebied laat zich lastig vatten in een functieomschrijving. Wat doorgroeien weer ingewikkeld maakt. De meeste besturen hebben daarom al hun onderwijsassistenten in schaal 4 zitten, wat per 1 januari dit jaar bij een fulltime functie neerkomt op minimaal 1715 en maximaal 2434 euro bruto per maand.

Onvrede
Over die schaal 4 bestaat onvrede. Van veel onderwijsassistenten wordt meer gevraagd sinds de invoering van passend onderwijs en nu er een lerarentekort is. Vandaar dat in de nieuwe cao voor het primair onderwijs vanaf deze maand van kracht is afgesproken dat besturen voor 1 augustus dit jaar alle functieomschrijvingen van ondersteunend personeel onder de loep nemen. Voor de meest voorkomende ondersteunende functies, waaronder die van onderwijsassistent en leraarondersteuner, heeft de AOb samen met de andere bonden en werkgeversorganisatie PO-raad voorbeeld-functieomschrijvingen opgesteld. Als het aan de cao-onderhandelaars ligt, worden er vanaf augustus drie type assistenten onderscheiden: A, B en C. Assistent A verricht leerlingbegeleiding en onderwijsondersteuning die vooraf is afgestemd met de leraar. Type B doet hetzelfde, maar stelt zich proactief op door verbetervoorstellen te doen. En onderwijsassistent C is weer een tikkeltje meer autonoom door te ‘handelen’ naar ‘eigen inzicht’ en mee te werken aan de vormgeving en planning van leeractiviteiten, werkvormen en opdrachten. De drie functies zijn gekoppeld aan de schalen 4, 5 en 6. “Het idee is dat er doorgroeimogelijkheden komen”, legt cao-onderhandelaar Anton Bodegraven van de AOb, uit. “Nu zijn er veel assistenten in schaal 4 ondergebracht die werkzaamheden in schaal 5 verrichten.” De nieuwe cao verplicht besturen niet de functieomschrijvingen over te nemen, maar doet een dringend appčl op goed werkgeverschap.
Bij Innoord, een bestuur van zestien openbare basisscholen (inclusief een school voor speciaal basisonderwijs) in Amsterdam-Noord, staan de eerste afspraken om de functies te herijken al. “Wij zijn blij met die nieuwe voorbeeld-omschrijvingen”, vertelt HR-adviseur Jeroen Wilmink. “In Amsterdam-Noord hebben we nog meer dan in de rest van de stad te kampen met een lerarentekort. Er zijn scholen waar twee klassen worden samengevoegd en waar het lesgeven wordt opgepakt door een leerkracht en een assistent of leraarondersteuner. De ondersteuner die daardoor meer verantwoordelijkheden krijgt, moet ook beter beloond worden. Dat gebeurt nu al: de onderwijsassistent krijgt in zo’n geval een toelage, maar ik vind het chiquer als het netjes in een functieomschrijving met bijbehorende schaal wordt geregeld.”
De HR-adviseur ziet meer voordelen aan differentiatie. “Eén van onze scholen had een vacature voor een onderwijsassistent uitstaan waarop veel reacties van hbo- en academisch geschoolden kwamen. Mensen met zo’n achtergrond wil je passend belonen.” De nieuwe omschrijvingen maken het volgens Wilmink makkelijker te concurreren op de arbeidsmarkt. “Ook solliciteren er veel werknemers uit de kinderopvang naar ondersteunende functies op scholen. Maar: de cao-kinderopvang betaalt beter voor vergelijkbaar werk. Ik probeer sollicitanten uit te leggen dat de secundaire arbeidsvoorwaarden in het onderwijs beter zijn, meer vakanties bijvoorbeeld. Maar sollicitanten willen er financieel niet op achteruitgaan. Deze toekomstige onderwijsassistenten kunnen we misschien straks meteen in schaal 5 of 6 plaatsen.”
Goed nieuws dus voor de nieuwe aanwas. Maar hoe zit dat met huidige onderwijsassistenten? Ook voordat de nieuwe cao-primair onderwijs van kracht was, hadden die opgeschaald kunnen worden, dat staat een bestuur vrij. “Ja en nee”, zegt Wilmink. “Wij zijn onderdeel van de Federatie Openbaar Primair Onderwijs Amsterdam. Als je bent aangesloten bij zo’n club moet je je conformeren aan het functieboek van de federatie. En dat boek komt uit 2009. Met de nieuwe voorbeeldfuncties is het makkelijk dat oude functieboek te herzien. Wij willen dat op 1 augustus uitrollen.” Meer geld voor ondersteunend personeel is er in de nieuwe cao niet bijgekomen. Alle onderwijsassistenten van een bestuur opschalen, zal dus niet gaan. “Ik vind dat dat geen belemmering mag zijn voor doorgroeimogelijkheden”, reageert Wilmink.

Spagaat
“In principe ligt de bal nu bij de werkgevers”, zegt cao-onderhandelaar Bodegraven. “Maar ik denk dat het verstandig is als onderwijsassistenten die taken verrichten die niet bij hun inschaling horen, nu al een mailtje naar hun bestuur sturen.”
Dat heeft Benjamin Baars, onderwijsassistent en ict-coördinator, al gedaan. Hij is zes jaar geleden bij zijn huidige bestuur in Gelderland begonnen als stagiair. “Ik ben vervolgens blijven plakken als vrijwilliger, toen als uurtjes-sprokkelaar op verschillende scholen en sinds drie jaar als fulltimer op mijn huidige school voor regulier basisonderwijs.” Baars zit in schaal 4 terwijl hij vorig schooljaar een combinatiegroep draaide met een leerkracht, zeg maar naar het voorbeeld van HR-adviseur Wilmink. “En de leerkracht bereidt mijn werk echt niet helemaal voor. Het is dubbel: ik vind het fijn dat ik de extra verantwoordelijkheid van samen een groep draaien krijg, maar vind het tegelijkertijd wrang dat ik daar niet voor betaald krijg.”
Het is een spagaat waar veel onderwijsassistenten in zitten: ze willen vaak meer verantwoordelijkheden en gaan er aanvankelijk mee akkoord als ze daar niet extra voor betaald krijgen, maar na een tijdje wringt dat. “Toen ik solliciteerde bij mijn huidige school heb ik gelijk aangegeven dat ik het leuk zou vinden zelf voor de klas te staan”, vertelt Esther van Holland die op een basisschool in Gelderland werkt. “Ik sta nu elke vrijdagmiddag voor groep 8. Daar krijg ik niet extra voor betaald. Wel krijg ik voorbereidingstijd.”
Van Holland is voornamelijk blij met de ervaring van zelfstandig lesgeven. Ze wil ook de pabo gaan doen. “Ik kan er wel moeilijk over doen dat ik voor die uurtjes lesgeven niet betaald word, maar ik heb zelf aangegeven dat ik dit graag wilde doen. Bovendien heeft het bestuur ergens gelijk mij niet uit te betalen als leerkracht. Ik ben geen leerkracht, ik maak geen handelingsplannen en voer geen oudergesprekken. Ook is mij op het hart gedrukt dat ik niet verplicht ben die groep 8 onder me te nemen.”
Daar stipt Van Holland een ingewikkeld punt aan. Cao-onderhandelaar Bodegraven: “Als jij vrijwillig extra taken op je neemt, hoeven die niet in je functieomschrijving te staan, tenzij je deze taken met medeweten van je werkgever structureel uitvoert.”

Eindstation
Bodegraven adviseert onderwijsassistenten die dankzij de nieuwe functieomschrijvingen recht menen te hebben op een hogere schaal, een tijd bij te houden welk ‘opgedragen’ werk ze verrichten.
Anja Mak, onderwijsassistent in het speciaal onderwijs bij Mytylschool Adelante, heeft dit al jaren geleden met collega’s gedaan. “Zo hebben we uiteindelijk zelf onze functies herschreven en zijn we naar schaal 5 gegaan.” Dit was zo’n tien jaar geleden. Nu zijn Mak en collega’s weer met hetzelfde bezig, ze hebben de voorbeeld-functieomschrijvingen niet afgewacht. “Door passend onderwijs hebben we een zwaardere doelgroep gekregen, we zien daardoor een verschuiving in onze werkzaamheden. We staan vaker alleen voor de groep door het lerarentekort. En er wordt van ons gevraagd dat wij scholing volgen op het gebied van gedragsproblematiek, ziektebeelden en lesmethodes. Op dit moment zijn directie en management met ons mee aan het denken over aanpassing van onze functieomschrijving. Deze nieuwe functieomschrijving wordt binnenkort opnieuw gewogen door een externe partij.”
Schaal 4 was dus al niet het eindstation voor elke onderwijsassistent. “Ik zit in schaal 7”, vertelt leraarondersteuner en AOb-hoofdbestuurder Rosalinde Stins. “Ik ging werken als onderwijsassistent op een nieuwe school en doe de pabo. Iemand van de AOb fluisterde me in dat ik om een hogere schaal moest vragen en toen werd ik ingeschaald als leraarondersteuner.”
Lang niet alle assistenten vragen om meer salaris, weet Stins. “Tegen assistenten die ik nu spreek zeg ik: Schrijf goed uit welke taken je vervult, hoeveel leerlingen je begeleidt en of je zelf de inhoud van die begeleiding aandraagt. Daar zit de waardering en uiteindelijk het geld in.”
AOb-advocaat Geert Wind begrijpt wel dat assistenten niet snel aan de bel trekken. “Wanneer je je functiewaardering aankaart, loop je ook het risico dat je werkgever het geschil niet oplost door je op te schalen, maar door taken die buiten je functieomschrijving vallen, bij je weg te halen. En dat willen de meeste onderwijsassistenten niet, zij zijn juist blij met die extra verantwoordelijkheden.”
Wind heeft tien jaar geleden namens de AOb twee zaken van onderwijsassistenten die vonden dat ze thuishoorden in een hogere schaal gewonnen bij de Landelijke bezwarencommissie functiewaardering. Ook wanneer je als onderwijsassistent niet gevraagd bent taken te verrichten, maar deze wel structureel verricht, zouden ze binnen je functiewaardering moeten vallen, betoogt hij. “De werkgever gedoogt dan dat jij die taken doet. En gedogen is gelijkgesteld aan opdracht geven.” Dat biedt perspectief voor de onderwijsassistent die taken kon weigeren, maar ze graag op zich nam.
Sinds 2004 zijn er bij de Landelijke bezwarencommissie functiewaardering 24 uitspraken gedaan in dergelijke zaken. Niet veel. Ook bij de juristen van de AOb melden zich niet veel onderwijsassistenten. Assistent Baars: “Ik ben bang dat veel assistenten het gevoel hebben een nummertje te zijn of dat ze de cao-ontwikkelingen niet goed in de gaten houden. In die zin is het wel tijd voor de emancipatie van onderwijsassistenten.”
“Assistenten praten onderling ook niet over hun inschaling”, weer AOb-hoofdbestuurder Stins. “Ik kan me best voorstellen dat er op één school assistenten werken in verschillende schalen die min of meer hetzelfde werk doen. Gooi dat gesprek open.”

Zie aob.nl -> ‘cao primair onderwijs’ voor de uitgebreide voorbeeld-functieomschrijvingen van onderwijsassistent A, B en C en leerkrachtondersteuner A en B

{kader 1}
Klassenassistent, onderwijsassistent en leerkrachtondersteuner: wat is het verschil?
“Fluďde”, noemt AOb-advocaat Geert Wind de verschillen tussen de werkzaamheden van een klassen-, onderwijsassistent en leerkrachtondersteuner. Door de bank genomen verricht een klassenassistent (mbo, niveau 3 of 4) vooral verzorgende taken en werkt hij of zij alleen in opdracht van de leraar, waar de onderwijsassistent (mbo, niveau 4) meer proactief is. Een leraarondersteuner (mbo+ niveau, tussen 4 en 5 in) mag zelfstandig taken uitvoeren zoals verlengde instructie en toetsen nakijken. In de praktijk lopen al deze taken door elkaar heen; de verschillende titels worden door verschillende besturen anders gebruikt. “De naamgeving is aan het bestuur”, vertelt cao-onderhandelaar Anton Bodegraven.
In de voorbeeld-functieomschrijvingen die in de nieuwste cao primair onderwijs zijn afgesproken zitten onderwijsassistenten in schaal 4 (type A), 5 (type B) of 6 (type C). Leraarondersteuners krijgen in de voorbeeldfuncties schaal 7 (type A) en 8 (type B) toebedeeld. Een bestuur bepaalt welke ondersteunende functies worden opgenomen in het functiehuis en of en onder welke voorwaarden het mogelijk is deze functies te bekleden.

{kader 2}
Tips voor assistenten die een schaal omhoog willen
- Houd een paar maanden een logboek bij met data en opgedragen werkzaamheden die je verricht.
- Neem je een klas over? Stuur je leidinggevende dan een mailtje dat je op zijn verzoek een klas overneemt en bewaar dat mailtje.
- Ga met collega’s het gesprek aan over inschaling. Als groep sta je sterker als je een functiebeschrijving en -waardering wilt aanvechten.
- Dien bij je werkgever een verzoek tot functieonderhoud in. Dan kun je tijdens een gesprek aangeven dat je vindt dat je functie overstijgende taken verricht.
- Wees reëel: veel assistenten denken een schaal omhoog te kunnen gaan omdat ze hun werk goed doen. Bij functiewaardering gaat het om de verrichte en opgedragen taken; de kwaliteit van iemands werk speelt geen rol.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.