• blad nr 3
  • 1-3-2020
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Geen reiskosten of pensioenopbouw voor de promotiestudent 

‘Een vernederende situatie’


Tekst: Miro Lucassen.



Een proefschrift schrijven en promoveren met een studiebeurs, het klinkt als een geschenk. Maar de universitaire promotiestudenten stevenen af op een achterstand: jarenlang minder inkomen dan hun collega’s die promoveren als werknemer en een slechter uitgangspunt voor een academische loopbaan.





Masterstudenten die verder willen in de wetenschap, weten dat er maar één optie is: een PhD-positie aan een universiteit en een proefschrift schrijven. Op de Europese PhD-markt kunnen hoogleraren kiezen uit vele belangstellenden. Voor de kandidaten tellen twee zaken: krijg ik de plek en kan ik in mijn levensonderhoud voorzien?

Kostas Karpouzas uit Griekenland, promotiestudent astronomie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG): “Het salaris zou 1800 euro netto zijn. Pas toen ik begon kwam ik erachter dat er ook promovendi bestaan die als medewerker in dienst zijn van de universiteit.”

Strikt genomen ontvangt Karpouzas helemaal geen salaris. De beurs is een bijdrage in de kosten van levensonderhoud. Dat verschil lijkt niet belangrijk voor een beginnende PhD, zegt promotiestudent statistiek Jitske Sijbrandij. Het is altijd meer dan het maandbudget van een studielening bij Duo, bijbanen en ouderlijke steun. “Ik was de eerste op mijn afdeling in deze aanstelling. Dus ik kreeg een gesprek met mijn manager, dat ik geen personeelslid was, maar wel een personeelsnummer kreeg. Prima, tot mijn schoonvader zei: O, je bent bursaal, dat is best vervelend. Toen ben ik pas gaan onderzoeken waar het over ging.”

Student en werknemer verschillen vooral van elkaar in arbeidsvoorwaarden: geen voordelige fiets of laptop van de zaak, geen vergoeding van verhuiskosten en reiskosten, geen pensioenopbouw, geen vakantiegeld en dertiende maand, geen regels over werktijden en vakantiedagen. Wel past de RUG in samenspraak met de Belastingdienst fictieve verloning toe. Dit maakt kinderopvangtoeslag mogelijk en uitkeringen bij ziekte en zwangerschap.

Bij aanstelling loopt de 2181 euro van de beurs nog enigszins in de pas met de 2325 euro bruto van de werknemer, maar die valt onder de cao en krijgt er elk jaar een loonschaal bij. De beurs wordt alleen geïndexeerd voor inflatie. Dat tikt aan: in het vierde jaar krijgt de promotiestudent netto 500 euro per maand minder dan de werknemer-promovendus. Toch hebben ze dezelfde hoofdtaak: onderzoek doen en een proefschrift schrijven.

“Ik besefte pas later dat het een apart soort aanstelling was”, zegt promotiestudent systems and control Jaap Eising. “Hoogleraren zijn echt niet bezig met jouw contract, die geven je geen andere behandeling dan de werknemers. Mijn collega’s doen hetzelfde werk, alle verwachtingen zijn hetzelfde.”



Gelegenheidsredenering

Alleen Groningen omarmde in 2016 de promotiestudent. Op andere universiteiten blokkeerde de medezeggenschap het experiment. De ‘landelijke’ proef speelt verder alleen op de internationale faculteit in Rotterdam, waar de beurzen vijftien studenten van buiten Europa ondersteunen. Volgens RUG-woordvoerder Gernant Deekens zijn de 850 promotiestudenten in Groningen juist goed af. De twee grootste voordelen: de student heeft veel vrijheid om een onderwerp van het proefschrift te kiezen en de student hoeft geen les te geven aan bachelors of masters. Derde voordeel: doordat het systeem goedkoper is, komen er 10 procent extra promotieplaatsen, een plusje voor Nederland Kennisland. Deekens: “Het is denkbaar dat op termijn een groot deel van de promovendi in de eerste geldstroom als promotiestudent gefinancierd zal worden.”

In de beleidsstukken van minister Ingrid van Engelshoven en haar voorganger Jet Bussemaker staat nog een argument, promoveren als student past bij de derde fase uit de Europese Bolognaverklaring: bachelor, master, PhD. De student-promovendus leert en is dus geen werknemer.

Dat is een gelegenheidsredenering, vindt voorzitter Lucille Mattijssen van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). “De Bolognaverklaring zegt niet dat promovendi moeten worden behandeld als studenten. Het staat Nederland vrij om promovendi als werknemer aan te blijven nemen, als professionals die een waardevolle bijdrage leveren aan de wetenschap.”

Een promotiestudent is 40 procent goedkoper dan een werknemer, maar daar gaat het niet om, bezweren universiteitsbestuurders al sinds de eerste pogingen uit de jaren negentig om bursalen in te voeren. Toch komen de extra promotieplaatsen direct uit de besparing op de beloning. Sinds een uitspraak van het gerechtshof van Leeuwarden uit 2013 mag dat: hoezeer de beurspromotie ook lijkt op loondienst, de faculteit en de promovendus mogen afspreken dat het niet gaat om een arbeidsovereenkomst. Wie zichzelf bindt aan een contract op magere voorwaarden, kan niet achteraf bij de rechter verhaal halen. Het landelijke experiment bouwt hierop voort met de regels dat de student niet verplicht is onderwijs te geven en het intellectueel eigendom heeft op de onderzoeksresultaten, dus is er geen gezagsverhouding en geen arbeidsovereenkomst.

“Hoezo intellectueel eigendom? Research is altijd een vervolg op andermans werk, niets is volledig je eigen idee”, zegt PhD psychologie Guven Kandemir. “Ik kan sowieso niets publiceren zonder instemming van mijn supervisor en het is echt niet mogelijk om de data mee te nemen als ik ergens anders verder zou gaan als postdoc.”

En die onderwijstaken? Kandemir: “Ik wil wel lesgeven, want dat is van belang voor een academische carrière. Daar moest ik een cursus voor volgen en ik werd er niet voor betaald. Andere mensen met een mastertitel geven les zonder extra cursus. Het is een vernederende situatie.” Andere promotiestudenten in Groningen merkten dat lesgeven niet wordt afgedwongen, maar wel aangemoedigd uit carrièreoverwegingen en om de lesroosters rond te krijgen.



Manifest

Een manifest van Groningse promotiestudenten tegen de onrechtvaardigheden in het systeem trok vorig jaar de aandacht van media en politiek, maar veranderde weinig: alleen de faculteiten rechten en wijsbegeerte haakten af. Bij een tussentijdse evaluatie zijn vraagtekens te zetten, die evaluatie leunt op data uit interne RUG-enquêtes onder promotiestudenten in het eerste jaar, of enkele maanden in hun tweede jaar. Derdejaars zijn niet ondervraagd. Of dat wel voldoet aan wetenschappelijke maatstaven, laat Van Engelshoven momenteel onderzoeken door twee andere experts.

Voor AOb-sectorbestuurder wetenschappelijk onderwijs en onderzoek Donald Pechler is meer onderzoek overbodig. “Dit experiment moet stoppen, zeker nu ook in Groningen de medewerkers van de universiteit geen ambtenarenstatus meer hebben. Ook voor promotiestudenten geldt: gelijk loon voor gelijk werk. Met een ministeriële regeling kan de minister niet het Burgerlijk Wetboek en de cao buiten werking stellen.”

Een groep promotiestudenten van het Academisch Ziekenhuis Groningen spande vorig jaar al een rechtszaak aan om gelijke beloning af te dwingen en de AOb overweegt eenzelfde stap met studenten uit andere faculteiten. Zo zal de discussie lang duren, vreest PNN-voorzitter Mattijssen: “Juridische procedures kunnen jaren slepen, vaak langer dan een gemiddeld promotietraject. Het is niet niks om een procedure te starten tegen zo’n grote partij als een universiteit, die ook nog je beursverstrekker is. Dat is toch wel David versus Goliath.”

Minister Van Engelshoven wacht op de eindevaluatie in 2021, waarna duidelijk wordt of de promotiestudent een plek krijgt in de wet en daarmee door kan dringen op alle Nederlandse universiteiten. Schrikbeeld voor vakbonden en PNN: die wettelijke mogelijkheid kan snel de norm worden. Binnen enkele jaren betekent dat voor duizenden universitaire medewerkers veel slechtere arbeidsvoorwaarden.

Is het dan voor masters met ambities om te promoveren nu wel verstandig om te solliciteren naar een promotiebeurs? Jitske Sijbrandij: “Die vraag legt de verantwoordelijkheid bij de individuele PhD-student in plaats van bij de mensen die dit experiment ontworpen hebben. Als wij de keuze hadden gehad, hadden we allemaal voor de werknemerspositie gekozen, maar die keuze hadden we niet. Individuele studenten kunnen niet onderhandelen over het type contract.”

 



 


Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.