• blad nr 2
  • 1-2-2020
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

‘Ik ben trots op de AOb’

AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen trad twee maanden geleden af nadat ze een convenant tekende dat zeer slecht viel bij de leden. Hoe kijkt zij terug op haar AOb-periode? En ook: wat nu? “Ik ga in elk geval niet aan de slag bij de werkgevers of in de politiek.”

Hoe gaat het nu met je?
“Het is nog onwennig. Ik ben net terug van een weekeindje uitwaaien op Texel, en in de auto hoor ik dan allerlei onderwijsnieuws op de radio. De Pisa-scores, Curriculum.nu, de scholen in Amsterdam die een week de deuren sloten door het lerarentekort. En ik vind overal wat van. Nog steeds. Ik zit dan echt te stuiteren, uiteindelijk heb ik de radio maar uitgezet.”

Zit er een rode lijn in wat jij vindt?
“Het valt me steeds weer op dat mensen maar van alles roepen, zonder enige kennis van zaken en zonder verbanden te leggen. Bijvoorbeeld dat de Pisa-scores achterblijven doordat leerkrachten hun leerlingen niet meer leren lezen. Of dat leerkrachten veel meer naar de behoeften van het individuele kind zouden moeten kijken.
En in beide gevallen wordt er dan geen enkele relatie gelegd met het lerarentekort. Alsof dat volledig gescheiden problemen zijn. Wat moet je dan, als leerkracht? Als je er een halve klas bij krijgt omdat je collega ziek is? Of als er in enkele weken tijd acht verschillende invallers voor een groep staan? Hoe kun je dan de kwaliteit nog op peil houden?”

Had jij vroeger, toen jij zelf nog voor de klas stond, wel genoeg tijd voor je leerlingen?
“In de jaren ’70 was er geen lerarentekort, maar er waren weer andere problemen. Ik werkte op een school in een echte arbeidersbuurt in Amsterdam. ’s Avonds trok ik vaak mijn leerling Barry uit de kroeg die zat daar naast z’n vader op de kruk. En er kwam wel eens een vader over de rooie de trap opgestormd: ‘Waar is ze, waar is dat wijf? Ik trek de kop van haar romp’.
Later kregen we steeds meer anderstalige leerlingen binnen, die geen woord Nederlands spraken. Dan kwam je niet ver met boom, roos, vis. Daar hebben we toen ons eigen systeem voor ontwikkeld: we begonnen met het woordje ‘ik’, daarna ‘ik ben…’ en van daar ging je verder. We hebben zo veel materiaal ontwikkeld als team, dat was echt fantastisch. En niemand die over je schouder meekeek of je wel op het juiste moment bij het juiste hoofdstuk van de methode was. We hadden toen nog veel professionele ruimte.”

Voor de professionele ruimte van de huidige leraren heb jij je de afgelopen jaren ook sterk gemaakt, bij het wetsvoorstel over het lerarenregister.
“In het wetsvoorstel over de Wet beroep leraar werden goede dingen geregeld, bijvoorbeeld wat er precies onder je vak als leraar valt. Over welke zaken, zoals de beoordeling van leerlingen, heb jij als leraar en jij alleen iets te zeggen? Dat register was een klein onderdeeltje van de wet, maar het is een eigen leven gaan leiden. En daarom is die hele wet nu grotendeels van tafel verdwenen. Helaas.”

Waar ben je trots op?
“Op mijn geweldige AOb-collega’s. De AOb is een fantastische organisatie die zich ook steeds weer weet te vernieuwen. We hebben al heel veel veranderingen doorgemaakt: we waren bijvoorbeeld eerst regionaal georganiseerd. Daarna, toen de cao’s per sector werden afgesloten, kwam er een landelijke organisatie. En nu komt ook het wetenschappelijk onderwijs er nog bij. De AOb trekt steeds consequenties uit de veranderende omgeving. Hoe lastig dat vaak ook is.”

Maar hebben wij wel flexibel genoeg gereageerd op de opkomst van sociale media?
“Ook dat was een leerproces. We hebben het even moeilijk gehad, maar intussen communiceren wij prima via Facebook en Twitter.”

De AOb is nog steeds een vereniging. Met een algemene vergadering, een hoofdbestuur en een dagelijks bestuur. En met alle overleggen die daar dan weer bij horen. Is dat nog van deze tijd?
“Ab-so-luut. Een democratische vereniging is een waarborg voor de directe invloed van je leden. We zijn immers geen actiegroep: zo’n groep komt op voor één deelgroep op één onderwerp, en dan weet je als voorzitter wel wat je binnen moet halen bij de politiek of de werkgevers. Maar wij hebben leden in alle sectoren, van alle leeftijden en in allerlei verschillende functies. Met welke opdracht word je als bestuurder dan op pad gestuurd? Welk mandaat heb je? Dat moet je democratisch besluiten. En over het resultaat moet je op een democratische manier verantwoording afleggen. En dan gaat het soms toch nog mis, zoals ik dus gemerkt heb.”

Hoe voorkomen we dat dit nog een keer gebeurt?
“Ik vind dat alle partijen in de overlegpolder de werkgevers, de minister en alle vakbonden zich heel goed moeten realiseren wat ieders belangen zijn. En dat ze hun collega-bestuurders de tijd moeten geven om hun achterban te raadplegen voordat ze een besluit nemen. Als je mensen onder druk gaat zetten om binnen een paar uur iets te tekenen, gaat het mis.”

Heb je veel reacties gehad op je aftreden?
“Twee negatieve, in de sfeer van ‘boontje komt om z’n loontje’. Maar dat zijn mensen die altijd op alles negatief reageren. Verder noemt vrijwel iedereen het ‘moedig’ en ‘stoer’, maar zo voelt het voor mij niet. Het was de enige logische stap, heel vanzelfsprekend. Als voorzitter draag je de eindverantwoordelijkheid”

Laat je de AOb met een goed gevoel achter?
“Ik was van plan om in augustus 2021 met pensioen te gaan en ik had mijn opvolgster graag meer tijd gegund om zich in te werken. Maar zij kan het, en doet het uitstekend. En ik zie dat de bond ook aan het verjongen is: er komen steeds meer mensen van onder de 35 in het hoofdbestuur. We doen het dus goed.”

Wat ga jij zelf doen?
“Eerst even uitrusten. En ik ga geen bestuursfunctie vervullen bij de werkgevers.”

Nogal wiedes.
Nou, de voorzitters van de VO-Raad, de MBO-Raad én de Vereniging Hogescholen hebben alle drie een vakbondsverleden. Dat heb ik altijd heel speciaal gevonden. En ik ga ook absoluut niet de politiek in.”

Waarom zo stellig?
“In de politiek gaan partijpolitieke belangen vaak boven de inhoud. Ik heb te vaak meegemaakt dat een partij stiekem voorstander was van een maatregel, maar tegen stemde omdat dit politiek op dat moment beter uit kwam. Zoiets kan ik niet.”

Er is een lerarentekort en jij hebt nog een lesbevoegdheid?
“Ik ben niet zo arrogant om te denken dat ik na 35 jaar zomaar weer voor de klas kan gaan staan. Ik neem rustig de tijd om na te denken over wat ik ga doen, maar mijn hart ligt in elk geval bij het onderwijs en bij alles wat daar aan raakt.”

Nog een laatste boodschap aan de AOb-leden?
“Wordt actief in de AOb en in je school. Blijf nadenken over je vak en je beroep, spreek met iedereen en doe er je voordeel mee. Dat is fantastisch voor je eigen ontwikkeling, voor de AOb, voor je school en uiteindelijk voor het onderwijs en je leerlingen. Want daar doe je het voor.”

Bijschrift
Liesbeth Verheggen: “Ik ben niet zo arrogant om te denken dat ik na 35 jaar zomaar weer voor de klas kan gaan staan.” Op de achtergrond het podium voor de actiedag op 5 oktober 2017, toen 60 duizend leraren en ondersteuners in het primair onderwijs demonstreerden in het Haagse Zuiderpark.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.