- blad nr 2
- 1-2-2020
- auteur M. van Nieuwstadt
- Commentaar
Sprookjes
Nog altijd staart het kabinet in de koplampen, als een verward konijn dat geen idee heeft wat het aan moet met het steeds grotere probleem onderwijs. Meer geld komt er deze kabinetsperiode niet, zei minister van Financiën Wopke Hoekstra eind vorig jaar tijdens het debat over de najaarsnota in de Tweede Kamer: ‘We hebben bij het onderwijs echt geprobeerd om te doen wat we nu kunnen doen.’ Een visie ontwikkelen op onderwijs hoorde daar blijkbaar niet bij. Zoals gevreesd en verwacht leiden de almaar slechtere scores in het internationale vergelijkend Pisa-onderzoek niet tot een serieuze herbezinning. Minister Arie Slob blijft oplossingen buiten de deur zoeken: bij ouders, kinderopvang en bibliotheken en niet in het onderwijs zelf. In een noodplan tegen de lerarentekorten in de grote steden, dat eind vorig jaar is gepresenteerd, is het doel van de bewindslieden alleen nog maar de onderwijskwaliteit te ‘handhaven’. Dat zou best moeten kunnen ‘met minder leraren dan we gewend zijn’ en door ‘gebruik te maken van digitale hulpmiddelen’. Met dat optimisme gaat het kabinet helaas aan de feiten voorbij, zo valt te lezen in het verhaal van Robert Sikkes vanaf pagina 12 in dit nummer. In zijn groeistrategie voor Nederland toont minister Eric Wiebes van Economische Zaken tegen het eind van de kabinetsperiode plotseling ambitie. Hij noemt ‘uitstekend’ onderwijs als allereerste voorwaarde voor een mooie Nederlandse toekomst. Maar helaas, ook in dit streven gokt het kabinet op digitale wonderen. Het cruciale belang van de leraar is in de onderwijswetenschap keihard aangetoond, maar de politiek blijft haar heil zoeken in alles reddende digitale innovaties. Misschien is het maar beter dat het kabinet de onderwijsproblemen over de schutting gooit naar zijn politieke opvolgers. Hopelijk geloven die niet in sprookjes.