- blad nr 11
- 1-12-2019
- auteur . Overige
- Redactioneel
Familie geeft liefde voor het lesgeven door
Het Onderwijsblad ging op zoek naar families waarin leraren al drie generaties lang lesgeven. “Ik vond het erg leuk om mijn moeder te helpen in de klas.”
Als iemand het onderwijs-gen in zich draagt, dan is het wel Tim Bartlema (36), docent bij Academie Tien, een scholengemeenschap in Utrecht. Zijn moeder, grootmoeder, grootvader, overgrootvader, twee ooms en twee tantes werken of werkten in het onderwijs. En zijn vader gaf zeven jaar les, voordat hij de overstap maakte naar de ict. En dan werd Bartlema ook nog eens verliefd op een leerkracht basisonderwijs met wie hij inmiddels getrouwd is en twee kinderen heeft.
Twintig jaar geleden voelde Bartlema nog totaal geen behoefte hetzelfde te gaan doen als een groot deel van zijn familie. “In die tijd vormde ik samen met wat vrienden een cabaretgroepje dat ook regelmatig optrad”, vertelt hij. “Dat was zo leuk dat ik besloot de kleinkunstacademie te gaan doen.” Maar jammer genoeg kwam Bartlema niet door de selectie heen. “Ik herinner me dat mijn moeder tegen me zei: ‘ga jij maar naar de pabo, want voor de klas staan is net zoiets als toneelspelen’. Ik had verder geen idee wat ik wel wilde en ben toen inderdaad maar de pabo gaan doen.”
Voor Sarah Groen (32), leerkracht in Almere, lag dat anders. “Vanaf het moment dat ik kon praten, wilde ik juf worden. Toen ik tijdens mijn middelbare school een keuze moest maken voor een vervolgopleiding, heb ik geen moment getwijfeld.” Het schoolleven is Groen met de paplepel ingegoten. Haar moeder was destijds leerkracht in Amsterdam, zoals haar oma dat ook was in de jaren zestig, zeventig. “Als kind ging ik heel vaak mee met mijn moeder naar de school in Amsterdam waar zij lesgaf. En als mijn vader een late dienst had, dan bracht hij mij bij mijn moeder die dan nog aan het werk was. Zo werd mijn moeders school zo’n beetje mijn tweede thuis.”
Voor Anne van ’t Wout (44), mentordocent bij het Axia College in Amersfoort, is dat heel herkenbaar, al hoefde zij er niet ver voor te reizen. “Ik woonde destijds, zoals nu trouwens ook weer, in Scherpenzeel en om naar mijn moeders school te gaan, hoefde ik alleen maar de achtertuin door. Ik vond het erg leuk om te helpen in de klas, en deed dat vaak in mijn vrije tijd. En als ik thuis was, speelde ik schooltje.” Voor Van ’t Wout was er dan ook maar één carrière die ze ambieerde, die van leerkracht; evenals haar grootvader die hoofdmeester in Scherpenzeel was, en haar moeder en diens enige zus die ook beiden voor het onderwijs kozen. “Van mijn generatie ben ik de enige die voor de klas staat. Mijn zus deed wel de pabo maar koos toch een andere carrière en mijn broer zit in de Tweede Kamer.”
Aanleg
Zit onderwijs je in de genen of word je ermee besmet? “Ik denk dat het zowel nature als nurture is”, stelt Van ’t Wout, “je moet er aanleg voor hebben. Mijn broer heeft dan weliswaar voor de politiek gekozen, maar hij is ook iemand die mensen graag dingen uitlegt. Dat heb ik ook. Maar als mijn familie niet in het onderwijs had gezeten en ik er dus niet zo intensief mee in aanraking was gekomen dan weet ik niet of ik ervoor gekozen zou hebben.” Tim Bartlema heeft tijdens zijn opvoeding een ‘pakketje’ meegekregen waar hij nu in zijn manier van lesgeven profijt van heeft. “Mijn moeder stelde vroeger thuis altijd duidelijke grenzen. Ze was heel strikt. Zo moest ik altijd om zeven uur naar bed, geen minuut later, want anders werd het in haar ogen een glijdende schaal. Dat consequente heb ik nu ook, al ben ik misschien iets coulanter.”
Sarah Groen voelt net als haar ouders veel liefde voor kinderen. “Zij zijn bijvoorbeeld 35 jaar lang pleegouders geweest om kinderen een, al dan niet tijdelijk, thuis te kunnen geven. Ik vind het mooi om een bijdrage te leveren aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.”
De drie docenten hadden geen van allen ouders die thuis ook graag leraar speelden. Ze werden niet achter de broek gezeten of vaker met huiswerk geholpen dan klasgenoten met ‘gewone’ ouders. Anne van ‘t Wout die tot voor kort zeventien jaar in het basisonderwijs werkte, doet dat zelf nu ook niet bij haar eigen kinderen. Toch merkt ze wel dat ze zich anders gedraagt dan andere ouders. “Ik meld me niet zo snel met een klacht op de school van mijn kinderen, omdat ik me in mijn tijd als leerkracht soms flink kon ergeren aan zeurmoeders.” Volgens Tim Bartlema had zijn moeder precies hetzelfde. “En ze vond ouders die zelf ook in het onderwijs zaten en zich dan gingen bemoeien met schoolzaken, irritant. ‘Zo’n moeder wil ik niet zijn’, riep ze dan.”
Van ’t Wout heeft haar moeder weleens als invaljuf gehad. Dat vond ze destijds geen ideale situatie. “Mijn moeder was dan behoorlijk streng en daar klaagden mijn klasgenoten dan bij mij over. Ook had ik vaak het gevoel dat ze extra streng naar mij was, omdat ze niet de indruk wilde wekken dat ze mij voortrok.” Groen heeft haar moeder vroeger nooit als leerkracht gehad, maar werkte later wel als invaller op de school waar haar moeder directeur was. “Normaalgesproken is dat geen gezonde situatie als je moeder je leidinggevende is, maar het ging goed omdat we vooraf hadden afgesproken dat het een noodoplossing zou zijn en dat er een andere, definitieve vervanger zou komen.” De school waar Groen toen tijdelijk inviel was dezelfde school als waar haar oma en haar tante, die nu leerkracht in Houten is, ook ooit werkten “Grappig was dat ik daar een leerling in mijn klas had wier moeder les had gehad van mijn moeder. Die moeder herkende heel veel van mijn moeder in mij, ook in de manier waarop ik met de kinderen omging.”
Voetsporen
Groen heeft één dochter, Mirthe, die nooit in haar voetsporen zal kunnen treden, aangezien ze meervoudig gehandicapt is. “Nee, voor haar zit dat er niet in. Toch neem ik Mirthe weleens met sinterklaas- of kerstvieringen mee naar school, zoals mijn moeder dat bij mij deed en mijn oma bij mijn moeder. Ik vind het goed om mijn leerlingen te laten zien dat niet alles perfect hoeft te zijn. De kinderen reageren daar heel goed op.” Bartlema heeft twee kinderen (4 en 6 jaar) en een derde op komst. Hij zou het leuk vinden als de familietraditie wordt voortgezet. “Maar als zij denken ergens anders gelukkig mee te worden, dan vind ik dat ook helemaal prima.” Anne van ’t Wouts kinderen (12 en 14 jaar) tonen nog geen ambitie richting het leraarsvak. “Ik druk ze in elk geval op het hart om goed om zich heen te kijken als ze straks de keuze moeten maken, in elk geval beter dan ik dit toen deed. En het vak moet ze echt liggen. Je moet het niet alleen maar doen omdat je moeder het doet.”