• blad nr 11
  • 1-12-2019
  • auteur L. Rötgers  
  • Column

 

Onbevoegd

Aan het einde van de herfstvakantie keek ik in mijn rooster. Het rooster op onze school wijzigt wekelijks, dus het is zaak om goed in de gaten te houden waar en wanneer je acte de présence moet geven. Tot mijn verbazing stond er naast de gebruikelijke uren Nederlands en communicatie een paar uur rekenen ingeroosterd.
Een foutje natuurlijk, want ik geef geen rekenen. Ik ben er ook niet voor bevoegd en eerlijk gezegd ook niet bijster goed in. Mijn talent ligt nu eenmaal bij de taal. Ik besloot daarom mijn opleidingsmanager telefonisch in te lichten over de fout van de roostermaker. Even het rooster aanpassen.
‘Ja, die uren waren nog over en jij had nog ruimte in je rooster’, verklaarde mijn baas op luchtige toon. Toen ik bovengenoemde bezwaren uitte, werd hij meteen kwaad. ‘Zolang je die leerlingen een bladzijde voor blijft in het boekje, zal het toch wel goedkomen neem ik aan!’ brieste hij. Toen ik stamelend ‘Ja, ik denk het wel’ antwoordde, riep hij blij: ‘Mooi zo’ en verbrak de verbinding.
Ik sta nu dus voor het eerst onbevoegd voor de klas. Ik had sinds groep acht geen staartdeling meer gemaakt, dus ik ben er echt even voor gaan zitten. Aansluiten bij de belevingswereld van de student is een stuk gemakkelijker geworden, want ik begin ook lekker blanco aan een nieuw hoofdstuk in het boekje. Gelukkig blijk ik relatief gezien best goed in rekenen te zijn. Die relativiteit ontleen ik met name aan de meeste studenten, die echt onvoorstelbaar slecht zijn in rekenen. Een weinig verheffende manier om je zelfvertrouwen op te krikken overigens.
Deze situatie is natuurlijk deels te wijten aan het chronische lerarentekort en de onmogelijkheid om voor 0,037 fte (het staat er echt) een vacature uit te schrijven. De andere rekendocenten zitten al tot over hun oren in de lesuren, er zijn zieken, iemand loopt naar Rome en weer een andere docent begint direct te schuimen bij het zien van cijfertjes en begeleidt zolang leerlingen in de huiswerkklas.
Verklaringen te over om dus maar een onbevoegde en onkundige docent in te zetten. Ik vind het een twijfelachtig compliment dat ze daarvoor dan bij mij uitkomen. Niet dat ik een alternatief weet. Nu moet ik ophouden met schrijven, want ik moet echt nog een paar sommen oefenen. Ik probeer een hoofdstuk voor te blijven.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.