- blad nr 11
- 1-12-2019
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Scheidend AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen:
‘Ik heb dit fout gedaan’
Het convenant leek, aan de ene kant, een mooi resultaat. Want in het regeerakkoord was geen extra geld voor onderwijs gereserveerd. En daar hield minister Arie Slob jarenlang halsstarrig aan vast. Loopt de werkdruk op, gaan de lerarentekorten door het dak, moeten klassen naar huis worden gestuurd en moeten complete scholen de deur sluiten? Het mantra van Slob was en bleef: ‘Er is geen geld in het regeerakkoord, sorry’.
Ook in de Miljoenennota, in september, is geen cent extra opgenomen voor het onderwijs. Bij de algemene beschouwingen hierover geeft premier Rutte het basisonderwijs een sneer. Want het geld dat er wel is, blijft volgens hem op de plank liggen omdat de werkgevers en de bonden maar steeds geen cao afsluiten.
Waarmee de premier vergeet dat werkgevers en werknemers geen cao afsluiten omdat het beschikbare geld veel te weinig is voor een fatsoenlijke loonsverhoging. Maar goed; ‘Eerst een cao afsluiten, dan praten we verder’, is vrij vertaald de opvatting van premier Rutte.
Dat leidt tot grote boosheid bij de bonden en werkgevers. Het woord chantage valt. Enkele weken later volgt een overleg in het Torentje. Werkgevers en werknemers zijn samen uitgenodigd en wringen zich tussen de landbouwtrekkers van boze boeren door naar het Binnenhof. Het gesprek levert geen concrete toezeggingen op, maar Rutte geeft ruiterlijk toe dat zijn eerdere opmerking over de cao misplaatst was. Achter de schermen gaat de regering op zoek naar extra geld.
En dat wordt gevonden. Want op donderdagavond 31 oktober, een week voor de staking, worden bonden en werkgevers uitgenodigd voor overleg. Er is ruim 400 miljoen boven water gekomen. Weliswaar incidenteel, maar goed: er is in elk geval eindelijk extra geld, dat we kunnen verdelen volgens een convenant.
De ministerraad zou er een dag later, op vrijdag, mee kunnen instemmen. Maar eerst wil minister Slob weten hoe de werkgevers en werknemers er tegenover staan. Kan dit een deal worden? Het antwoord is, wat de AOb betreft, dat de bond er niet per se negatief tegenover staat.
Die vrijdagochtend vergadert het AOb-hoofdbestuur over de kwestie. Er is blijdschap over het extra geld, maar ook ergernis omdat het grotendeels incidenteel is. Vrijdagmiddag verlaat Liesbeth Verheggen de bestuursvergadering met de opdracht: kijk wat je er uit kunt slepen, dan gaan we het convenant dit weekeinde voorleggen aan de leden.
Op het ministerie komt Liesbeth Verheggen echter terecht in een snelkookpan. Aan het begin van het overleg maakt minister Slob bekend dat er nog meer geld is gevonden: het totale bedrag stijgt van 440 naar 460 miljoen. De andere partijen willen allemaal nog diezelfde vrijdag ondertekenen. Om te voorkomen dat de mooie deal want zo lijkt het, voor hen in het weekeinde alsnog zou mislopen doordat achterbannen zouden gaan muiten. Ondertekenen en presenteren als een mooi resultaat, dat is de heersende mening.
Uiteraard had Verheggen die andere partijen kunnen laten tekenen, en zelf pas na het weekeinde kunnen besluiten. Maar ze was bang buitenspel te komen te staan bij de verdeling van die 460 miljoen. Terwijl het juist de AOb-leden zijn die heel hard voor dit geld hebben gestreden.
Verheggen bezwijkt voor de groepsdruk en besluit te tekenen. “Dat leek op dat moment de beste beslissing. En dat heb ik fout gedaan. We hadden tijd moeten nemen om de leden te bevragen.”
Met die ondertekening is wat Verheggen betreft ook de staking van 6 november, de volgende week, van tafel “Het was geen voorwaarde van Slob dat wij die staking moesten afblazen”, zegt Verheggen. “Dat moet ik hem nageven. Hoewel het ongetwijfeld zijn bijbedoeling was natuurlijk.” Maar staken kon wat haar betreft niet meer. “Als je je poot zet onder een convenant, moet je niet de volgende week gaan staken. Dan had je niet moeten tekenen. Ik heb dan ook namens de bonden de stakingsoproep van tafel gehaald.”
Diezelfde avond begint Verheggen al door te krijgen dat de leden het niet pikken. In het weekeinde gaat de storm van protest op sociale media onverminderd door. Aangeslagen besluit Verheggen haar verantwoordelijkheid te nemen en op te stappen als voorzitter van de AOb. “Dat opstappen was mijn beslissing en mijn beslissing alleen. Ik heb er van alles over gelezen: ik zou ‘geslachtofferd’ zijn, ‘voor de bus zijn gegooid’. Allemaal onzin. Ik besloot als voorzitter van de AOb het convenant te tekenen, dat was verkeerd en daarom stapte ik op. Ik deed dat omdat dat goed was voor de AOb en voor het onderwijs. Niks meer en niks minder.”
Nadat Verheggen haar besluit bekend maakt, verstomt de kritiek snel. Zeker als het hoofdbestuur van de AOb afstand neemt van het convenant omdat Verheggen buiten haar mandaat heeft gehandeld. De staking kan, wat de AOb betreft, doorgaan.
Opvallend is dat CNV Onderwijs, FvOv en de AVS hierop besluiten om ook te gaan staken. Maar al deze partijen laten wel hun handtekening onder het convenant staan. Was dat geen optie voor de AOb geweest? “Wat mij betreft niet”, zegt Verheggen. “Zoals gezegd: als je tekent, kun je daarna niet meteen tegen die overeenkomst gaan staken. Tenminste, juridisch misschien wel, maar moreel niet. Dat heb ik vanaf het begin gezegd: als er een akkoord komt, is de consequentie dat de staking wordt afgeblazen.”
Wat is, volgens haar, de belangrijkste les die we in de overlegcultuur van de Nederlandse polder uit deze kwestie kunnen trekken? Behalve dan: ‘Vergeet nooit je achterban’? “Maar dat ís de belangrijkste les”, zegt Verheggen. “Voor mij en voor de andere partijen aan tafel. Zet je overlegpartners nooit meer zo onder druk dat zij hun achterban niet meer kunnen raadplegen. Want dan gaat het fout. Voor iedereen. Al pakt niet iedereen daar vervolgens de verantwoordelijkheid voor.”
Een meer algemene les van de afgelopen jaren is dat geen enkele politieke partij meer kan beweren dat er geen probleem is in het onderwijs. “Dus dat mantra ‘er is geen extra geld’, daar kunnen politici in een volgend regeerakkoord niet meer mee aankomen”, zegt Verheggen. “Dat heeft de AOb, dankzij al haar leden, toch maar mooi voor elkaar gekregen. En daar ben ik loeitrots op. Wat dat betreft ga ik met een goed gevoel weg.”