- blad nr 10
- 1-11-2019
- auteur L. Rötgers
- Column
Dat doe je maar thuis
Het aanleren van communicatieve vaardigheden is blijkbaar een onderdeel ervan, want dit vak prijkt sinds dit schooljaar als ‘nieuw’ op het lesrooster. Ook in 1956 had je volgens mij veel baat bij communicatieve vaardigheden, maar oude wijn in nieuwe zakken kan soms voortreffelijk van smaak zijn.
Overbodig is het vak bepaald niet, want mijn leerlingen (ik blijf er moeite mee hebben puberende kinderen ‘studenten’ te noemen) vinden het hartstikke moeilijk regie te nemen in een gesprek. Daarom hebben we het gesprek opgedeeld in een aantal fases. Het houden van smalltalk om het ijs te breken, is een belangrijk onderdeel van de openingsfase en hoewel de opmerking ‘lekker weertje hè’ nog wat bijschaving kan gebruiken als de regen ondertussen tegen de ruiten klettert, is het in elk geval een aardig begin.
Een ander onderdeel is het omgaan met emoties. Wanneer jouw gesprekspartner begint te snotteren of plots met stoelen gaat smijten, is het handig om dat niet te negeren. Die emoties benoemen en hanteren, vinden de leerlingen moeilijk. Vooral de jongens.
Joost is een forse knaap met rood haar, naar schatting rond de 2 meter en over de 100 kilo en van het type niet lullen, maar poetsen. Bij het woord ‘emotie’ zag ik hem wat ineenkrimpen.
In een rollenspel kregen de acteurs de opdracht om achtereenvolgens boos, verdrietig of terneergeslagen deel te nemen aan het gesprek. Sommige studenten vervulden met verve de rol van maatschappelijk werker, iemand besloot tot het dreigen met fysiek geweld om de regie in het gesprek terug te krijgen en weer een ander stelde voor om even ‘lekker te knuffelen’ om het zakelijke gesprek toch met goed gevolg voort te kunnen zetten.
Joost zag het allemaal met lede ogen aan en was op een zeker moment toch echt aan de beurt. Zijn tegenspeler was met zichtbaar plezier erg verdrietig. “Ja, mevrouw, ik snap het allemaal wel met uw verdriet en zo, maar ik wil nu toch écht even verder met het gesprek”, sprak hij, triomfantelijk kijkend. Het was duidelijk dat Joost zijn lade met empathisch vermogen volledig had geopend.
Tijdens het feedbackrondje merkten diverse klasgenoten op dat Joost het toch wel wat tactischer had mogen brengen. “Pfff meneer, die emoties, ik vind dat meer iets voor m’n moeder hoor”, verzuchtte hij achteraf. Dus dankzij Joost weet ik het nu: emoties, dat doe je maar thuis!