• blad nr 9
  • 1-10-2019
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Onaangename toon schaadt onderwijsdebat

Onderwijsanalist Johan Copier deelt de zorgen van Onderwijsblad-columnist Ton van Haperen over de onevenredige macht bij bestuurders, maar zijn toon van schrijven stuit hem tegen de borst. En: “zijn idee om het onderwijsstelsel te bombarderen is natuurlijk compleet gestoord”.

In zijn meest recente boek gaat Ton van Haperen met zijn vriendin op vakantie naar Sardinië. Van Haperen, columnist van het Onderwijsblad, schetst het tafereel: klein dorpje, mooi terras, lekker eten. Naast het café zit een oude man, iedereen groet hem minzaam en kijkt nederig naar hem op. De Don Corleone van het dorp. Van Haperen krijgt een parkeerbon, Don niet. Later op de dag kruipt Don met veel te veel wijn in zijn mik in zijn auto en zwaait naar de agent, hij staat boven de wet. ‘Kijk’, zegt Van Haperen tegen de lezer, ‘zo werkt de gunsteneconomie’.
De dochter van Van Haperen slaagt voor het mavo-examen en wil doorstromen naar de havo, maar zij wordt op grond van haar cijfers afgewezen. De wereld is te klein, Van Haperen vraagt nee, eist een gunst. En is boos wanneer het niet zo werkt: de schoolleider is de kwade genius.
Als leraar en opleider van leraren in Rotterdam en Leiden, zou Van Haperen moeten weten dat de geschiedenis van het onderwijs in Nederland een succesverhaal is. Met daarbij de kanttekening dat de school een compromis is en dus voor verbetering vatbaar, zoals emeritus hoogleraar Piet de Rooy schrijft in zijn recente boek ‘Een geschiedenis van het onderwijs in Nederland’.

Aanval
Van Haperen heeft oog voor zaken die volgens hem niet goed gaan en schrijft daar onvervaard over. In zijn vorig jaar verschenen boek ‘Het bezwaar van de leraar’ zet hij zijn aanval op het onderwijsbeleid onverdroten voort.
Hij constateert dat mensen met verstand van een vak steeds meer de school verlaten. Was het in de jaren vijftig en zestig nog redelijk gebruikelijk dat gepromoveerden voor de klas stonden, in het hedendaagse onderwijs is er een grote vlucht van de academicus. Steeds meer kenniswerkers worden vervangen door veredelde jeugdwerkers die allerlei vaardigheden hebben maar niet echt sjoege van een vakgebied. Deze docenten worden steeds meer gevangene van methodes aan de ene en het toetscircus aan de andere kant. De eenzijdige focus op het toetsen heeft tot gevolg dat leerlingen alleen nog voor de eerstvolgende toets leren.

Kaste
Een kaste van bestuurders heeft volgens Van Haperen de macht gegrepen in het onderwijs. Zij staan heel ver van de praktijk, rennen van de ene naar de andere vergadering, hebben niet het geringste benul van wat er in het klaslokaal gebeurt en spelen ceo’tje met geld van de belastingbetaler. En ze verdienen het meeste. Het perfide verdienmodel in het onderwijs: als je het meer wil verdienen moet je zo min mogelijk lesgeven.
In het boek ‘Uit de school’ voert een andere academisch geschoolde docent, Graa Boomsma, in een mooie stijl dezelfde argumenten aan. In navolging van universiteitshoogleraar Frits van Oostrom laakt Boomsma de ondragelijk lichtheid van veel lerarenopleidingen, de macht van bestuurders en de teloorgang van de ‘dikke’ docent; een begrip dat universiteitshoogleraar Frits van Oostrum introduceerde voor een docent met een goede opleiding die eigenlijk geen methode nodig heeft. Van Haperen bepleit dat de beste leraren het beleid bepalen.

Kenniskabouters
Zoals wel vaker is de aanklacht helderder dan de schets van het alternatief. Van Haperen wil het onderwijsstelsel bombarderen en mensen massaal ontslaan en sommigen (ik zie de juristen zich al verkneukelen) weer aannemen. Althans, hij doet daar een oproep voor; zelf blijft hij met een glas whisky aan de Cruijffiaanse zijlijn.
Dat hij zo’n goede docent is moeten we niet eenmaal maar talloze keren horen, hij kleineert zijn tweedegraads collega’s (‘kenniskabouters’), slaat zichzelf op de borst dat hij zo’n beetje als enige academicus in Nederland voor de klas blijft staan (terwijl hij wel degelijk solliciteert naar een functie van conrector). Het Bezwaar van de leraar past in een lange traditie waarin, zoals Piet de Rooy het verwoordt ‘de pennenvruchten van onderwijsmensen doorgaans een bepaald eigenwijze, onaangename en onhoffelijke toon hebben’. ‘Het bezwaar van de leraar’ is niet goed geschreven, de schrijver lijkt mij geen fijne collega en zijn idee om het onderwijsstelsel te bombarderen is natuurlijk compleet gestoord.
Maar als je het kunt opbrengen om dat alles weg te denken lees je zijn terechte zorgen over de daling van het kennisniveau van de docent, de verminderde autonomie van de leraar en de onevenredige macht bij bestuurders.

Onderwijsanalist Johan Copier was docent op middelbare scholen in Amsterdam, Hoorn en Zaandam. Hij werkte als adviseur en manager aan de Universiteit Leiden, opleidingsdirecteur aan de Hogeschool Breda en directeur van het Fioretti College Lisse.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.