- blad nr 9
- 1-10-2019
- auteur . Overige
- Opinie
De minister pleegt roofbouw op het hoger onderwijs
Het ontbreekt in de Nederlandse politiek aan erkenning van het belang van goed onderzoek en onderwijs voor onze samenleving, vindt Carel Stolker, rector magnificus van de Universiteit Leiden. De verhouding tussen politiek en hoger onderwijs is op een historisch dieptepunt beland.
Voor het eerst in de geschiedenis hadden wij in Leiden in september niet één, maar twee openingen van het academische jaar. Op vijftig meter van de Pieterskerk organiseerden actievoerders hun eigen ‘Ware Opening’. Een groot deel van de Nederlandse academische gemeenschap is bezorgd over de keuzes van de politiek en de toekomst van het hoger onderwijs.
Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs was dit jaar in Leiden onze gast, maar ik heb haar er als gastheer toch op moeten wijzen dat de verhouding tussen politiek en de universiteiten op een historisch dieptepunt is beland. In plaats van te investeren in goed onderwijs en onderzoek, lijkt het dominante gevoel in Den Haag: dat kan bij die universiteiten wel wat doelmatiger.
En natuurlijk, ‘wat doelmatiger’ werken kan altijd. Maar er is, op enig moment, ook een grens. Dan gaat het niet meer, en dan pleeg je roofbouw op mensen. Dit beleid dreigt de overal groeiende samenwerking tussen de technische, brede en jonge universiteiten, en de waardering die we voor elkaar hebben, onder druk te zetten in plaats van tot meer samenwerking te leiden.
Blijkbaar lukt het ons niet goed om het besef van het cruciale belang van goed onderwijs en onderzoek voor onze samenleving en voor de wereld over het politieke voetlicht te krijgen. In plaats daarvan moeten we vechten tegen het weinig inspirerende beeld van geldverslindende en geld-oppottende instituties voor wie het nooit genoeg is, die uiteindelijk vooral doen wat ze zelf leuk vinden, en die veel te veel bezig zijn met onderlinge competitie.
Sociaal contract
De wereld heeft universiteiten meer dan ooit nodig. Elke generatie van wetenschappers zal het gevoel hebben gehad zich in het oog van de storm te bevinden, maar dit keer lijkt het serieuzer dan ooit. Ons land, ons continent en de wereld staan voor vraagstukken die soms zelfs rechtstreeks aan ons voorbestaan raken. Vraagstukken die alleen maar kunnen worden opgelost door de bijdrage van een zeer goed opgeleide bevolking en van onderzoekers van alle disciplines die onze Nederlandse universiteit rijk zijn.
Ik denk dat de politiek, de Nederlandse universiteiten en hogescholen veel meer gezamenlijk moeten optrekken. Misschien moeten we naar een sociaal contract. Wim van Saarloos, de President van onze Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, pleitte eerder al voor een pact naar Duits voorbeeld. Dit Pakt für Forschung und Innovation stimuleert samenwerking tussen bedrijven en wetenschappelijke instellingen en erkent dat Europa moet investeren in de toekomst. Het komt erop neer dat de budgetten voor publiek onderzoek vanaf nu elk jaar tot en met 2030 met 3 procent stijgen.
Ons land heeft alles in zich om zijn huidige toppositie in de wereld in onderwijs en onderzoek verder uit te bouwen. Dat kan niet zonder een intensieve samenwerking tussen de Haagse politiek, de universiteiten, de hogescholen en, ik noem ze hier ook, de middelbare scholen.
Bij zo’n pact hoort ook samenwerking tussen de wetenschappelijke disciplines binnen de universiteiten, tussen de Nederlandse universiteiten en met de regio’s en de steden.
Ik ben blij dat wij als universiteit, in Leiden en Den Haag, in staat zijn geweest de samenwerking te vinden. Met de TU Delft en de Erasmus Universiteit Rotterdam hebben we dit voorjaar een nieuwe strategie vastgesteld, in nauwe samenwerking met de grote steden in Zuid-Holland en de provincie. Samen met de twee medische centra, het LUMC en het Erasmus MC, investeren we extra in het oplossen van medisch-technologische vraagstukken, onder de vlag van Medical Delta. En in 2016 is onze LUMC (Leids Universitair Medisch Centrum) Campus Den Haag gestart als samenwerkingsverband van het LUMC met de Haagse ziekenhuizen en de Gemeente Den Haag/GGD Haaglanden. Doel is om merkbare meerwaarde te creëren in zorg, opleiding, medisch onderwijs en patiëntgebonden onderzoek in de Haagse regio.
Ook in het onderwijs zie je steeds meer opleidingen ontstaan waarin docenten met heel verschillende wetenschappelijke achtergronden elkaar weten te vinden. De samenwerkende universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam doen dat bijvoorbeeld, in gezamenlijke opleidingen. En ook op onze Campus Den Haag doen we het, met nieuwe, brede opleidingen als Urban Studies, Management of Sustainability en Security Studies.
Boerderij
Ik heb de afgelopen tijd vaak aan het verhaaltje moeten denken dat mijn vader me eens vertelde. Op de boerderij was een kalfje geboren, en het zoontje van de boerin tilde het op en droeg het om de boerderij heen. Dat deed hij de dag erna weer en de daaropvolgende dag weer. Toen zijn moeder hem vroeg waarom hij dat deed antwoordde hij: “Als ik nou elke dag een keer met het kalfje om de boerderij heen loop, dan kan ik straks een hele koe rond de boerderij dragen.”
Op enig moment gaat het natuurlijk niet meer. Wat ik zo toepasselijk vind van dit verhaaltje is ook de motivatie en de ambitie van dat kereltje, vergelijkbaar met de ambitie van onze docenten en wetenschappers. Maar er zijn grenzen.
Wij hopen zeer dat politiek Den Haag meer zal erkennen dat de grenzen bereikt zijn, en op diverse plaatsen overschreden worden. En dan kijken we vooral naar de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen. Het gaat hier niet alleen om de werkdruk, het gaat ook om een roep om erkenning en waardering. En, zeg ik er toch even bij, niet alleen als de hulpwetenschappen van de ingenieurs en de bèta’s.
In de trant van: ‘de robotisering van de samenleving kent ook ethische en gedrags-kanten en daar hebben we alfa’s en gamma’s voor nodig’, zoals ik tegenwoordig net iets te vaak hoor, maar als disciplines die elk op zichzelf hun eigen belang en waarde hebben.
Dit is een ingekorte versie van de tekst die prof. mr. Carel Stolker -rector magnificus en voorzitter van het College van Bestuur- uitsprak bij de opening van het academisch jaar van de Universiteit Leiden, op 2 september 2019.