- blad nr 9
- 1-10-2019
- auteur W. de Lange, de
- Column
Zijn moeder is een held
Naast me zit Noah. Hij heeft een chronische aandoening. Die maakt dat we hem op kamp goed in de gaten moeten houden. Zijn ogen geven geen emoties weer, ze staan blanco. Blanco is gelijk aan bedwongen angst.
Hij ziet een beetje tegen het uitje op, zegt hij. Voor zijn vorige schoolkamp ging hij met één klas op pad, bestaand uit kinderen die hij al jaren kende. Maar dit kamp, met zeventig vreemden: hij weet nog niet goed wat het moet worden. “Ik wil het graag proberen”, zegt hij beleefd.
De bus komt aan bij kampeerboerderij ‘Het Klompenhok’. Zeventig kinderen stormen schreeuwend naar de slaapzaal, een zaal met hoogslapers voor de jongens en een zaal voor de meisjes. Noah schokschoudert achter de meute aan. Een half uur later komt hij naar me toe. “Het is veel te druk, mevrouw. Ik zie erg tegen de nacht op.” Er is iets klagerigs in zijn stem geslopen dat er eerder niet was.
We gaan zwemmen in het meer. Noah moet ons waarschuwen als hij het water in gaat. Dat doet hij, op volwassen toon. Daarna zie ik hem meer dan een uur rustig dobberen aan de rand van groepjes spelende kinderen en zo nu en dan een bal opvangen. Als hij op zijn handdoekje gaat zitten, apart van de anderen, schuift Gianni even vriendelijk aan: “Dat lijkt me irritant, zeg, als je telkens iemand moet waarschuwen als je gaat zwemmen.” Noah heeft niet zo snel een leuk antwoord paraat. Gianni blijft nog even zitten en gaat weer spelen.
Na het eten, met zeventig lawaaikinderen in een klein zaaltje, moet Noah vreselijk huilen. Hij mag met zijn moeder bellen, op een docententelefoon. Dat doet hij, badend in tranen, een uur lang, zwervend van boom naar boom. Maar zijn moeder is een held. Noah blijft.
Hoe heb je geslapen, Noah? “Niet zo erg goed. Maar wel een beetje.” Wordt er gepest? “Nee, alleen gepraat.” De diepe wanhoop is weg. Voor een spelletje moet Noah een groepje geblinddoekte kinderen door het bos leiden. “Nee, naar rechts. Als ik rechts zeg, bedoel ik niet links”, zegt hij, nog altijd beleefd. De avond daarna belt hij zelf niet. Zijn mentor belt, dat alles goed is.