• blad nr 9
  • 1-10-2019
  • auteur R. Wisman 
  • Redactioneel

 

Samen op zoek naar het vlammetje

Op basisschool de Huve in Almelo gaat elk half uur de bel. Na de start in een stamgroep volgen de leerlingen workshops in ateliers op het niveau dat bij hen past. “Ik zie kinderen die gemotiveerd zijn.”

Ieder half uur drukt juf Christien Sickman op de bel. “De les is dan afgesloten, de kinderen ruimen op en kunnen direct door naar de volgende les. Het is een soort tweede natuur voor mij.”
Ook alle andere leerkrachten zijn zich erg bewust van de tijd, zegt directeur Fenny de Lange. “Een half uur is kort. Je moet doelmatig lesgeven.” Dat de tweehonderd leerlingen na iedere les een verplicht ‘beweegmomentje’ hebben van twee à drie minuten (“dat hebben we geklokt”), noemt de directeur bijvangst. “Even lopen, praten: die afwisseling blijkt hersentechnisch optimaal te zijn.”
Marit (12) en Janelle (12) mogen in de directiekamer vertellen over de school. “Het wisselen van lokaal is vergelijkbaar met de middelbare school. Alleen krijgen we geen huiswerk en zijn wij jonger”, zegt Janelle. Dat ze les krijgen in workshops, vinden ze ideaal. “Als er een leraar is die je niet leuk vindt, zit je daar niet een heel jaar aan vast”, zegt Marit wijs. Janelle: “Je hoeft niet meer te wachten tot iedereen klaar is. Voorheen werd je soms een beetje tegengehouden als je slim was. Nu kan je altijd verder.” De groepen 3, 4 en 5 en de groepen 6, 7 en 8 starten en eindigen sinds 2016 in stamgroepen die de namen van vogels dragen: van Zwaluwen tot Kaketoes en Fazanten. Over het fenomeen stamgroep zijn de meiden minder enthousiast. “Het leeftijdsverschil is best groot”, vindt Marit. “Ik heb niet zoveel met de kinderen uit groep 6.”

Stamgroep
Vandaag geeft Tijn (11) een presentatie bij de Zwaluwen. Hij staat in de spotlight, zoals dat heet. “Een onderdeel van de Kanjertraining”, legt stamgroep-juf Susan de Bruine uit. “Om wat meer van elkaar te weten te komen.” Via een loting is iedere week een ander kind aan de beurt.
“Eerst dacht ik: Gaat dat wel goed, drie groepen door elkaar? Maar ik ben gerustgesteld, er is een positieve sfeer en de kinderen vullen elkaar aan.”
Tijn staat ontspannen te vertellen over zijn hobby’s vissen en skiën aan de hand van foto’s en teksten op het smartboard achter hem. Hij sluit af met een tegeltjeswijsheid in Delfts blauw: Als je niet de juiste vragen stelt, krijg je niet de juiste antwoorden.
De kinderen vragen: Waarom ben je begonnen met vissen? Wat voor hengels heb je? Tijn krijgt veel tops en twee tips: “Iets meer naar ons kijken, minder naar het bord.” En: “Ik had meer over je hamster willen horen.”
Fenny de Lange: “De stamgroep is een onderdeel van ons onderwijs waar we blij mee zijn. In tegenstelling tot een gezin, waarin jouw positie vaststaat, kom je op school vanzelf een keer in de positie van oudste, middelste en jongste terecht. Elke plek heeft zijn eigen rol en het is zinvol dat te ervaren.”
Sinds haar aantreden in 2005, investeert De Lange in onderzoekend leren en digitalisering. De school kent elementen van regulier, dalton en jenaplanonderwijs, ondersteund met middelen uit de 21ste eeuw. “Onderzoekend leren begint bij de mindset van leerkrachten: Hoe laat je kinderen nadenken? Ben je je ervan bewust hoe je de hersens aan en uit zet?”
Leerkrachten zijn specialisten binnen hun vakgebied die de leerlijnen van alle groepen kennen. “Op deze manier worden de kwaliteiten van leerkrachten optimaal benut. De leerkrachten zijn weer eigenaar van hun vak”, aldus de Lange. Onder de medewerkers zijn nu vier kleuterpleinspecialisten, twee rekenspecialisten, vier taalspecialisten, en twee specialisten ‘wereld’: aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek. “Ik merk dat de leerkrachten zich vastbijten in hun vak. Toen ik vorig schooljaar de resultaten binnenkreeg van de eindtoets, wilden ze precies weten wat hun werk had opgeleverd. Waar zitten hiaten? Waar moet ik meer aandacht aan schenken?”
Wat de directeur wilde versterken, was een bewuste verbinding tussen het kind, de leerstof en zijn sociale omgeving. “Wat mij ontzettend blij maakt, is dat ik kinderen zie die gemotiveerd bezig zijn.”

Aanwakkeren
Op donderdag staat het nieuwe rooster online en plannen de leerlingen verplichte en persoonlijke leerdoelen voor de komende week in. De stamgroepleerkracht of ‘coach’ controleert en stuurt bij. Iedere acht weken vindt een gesprek plaats met ouder, kind en coach over de voortgang. “Welke doelen heb je al gehaald? Wat vind je lastig? Waar ga je de komende tijd aan werken? Maar ook: Wat zou je graag zelf willen leren?”
De Lange vervolgt: “Die ruimte is er voor alle kinderen. Het idee is dat we tegemoetkomen aan hun eigen leerbehoeften.” Marit en Janelle maakten bijvoorbeeld een korte promotiefilm over hun school.
“Het kan ook zijn dat een kind beter wil leren presenteren of veters wil leren strikken. Kinderen die het niet weten, nemen we meer bij de hand. De één blaakt van het zelfvertrouwen, bij de ander moet dat juist aangewakkerd worden. Eruit halen wat erin zit, hoor je vaak. Maar je weet niet wat erin zit en je weet ook niet of het er voldoende uitkomt. Op de Huve zoeken we samen naar datgene wat het vlammetje ontsteekt.”
Voor het schoolteam was de omschakeling bepaald geen verlaging van de werkdruk. De Lange: “Het meest arbeidsintensief was de bewustwording van de leerdoelen en -lijnen vanaf groep 3 tot en met 8. Daardoor kan je als docent bepalen welke stap terug je moet doen als een kind vastloopt.”

Argusogen
Quinten (12) geeft een rondleiding door de school: van het kleutergebied tot het wereldatelier op de eerste verdieping, de bibliotheek waar hij medewerker is en het stilteplein. “Daar kan je aan je doelen werken. En opdrachten maken die je tijdens de les niet af kreeg.” Quinten zit er regelmatig. “Ik ben wel slim, maar niet snel. Ik heb niet altijd mijn werk direct af, maar wel op tijd.”
Op het stilteplein kan een leraar online meekijken. Als dat gebeurt, verschijnt rechtsboven in het scherm een blauw balkje.
Kort voor half twaalf doen de kinderen van niveau 5 taalopdrachten onder begeleiding van juf Mirjam van de Wint. Een meisje is al klaar met de semesterdoelen en is nu bezig met een vrije opdracht: een verhaal in schrijfschrift. Een leeftijdgenoot werkt aan een opdracht uit niveau 4. “Vorig jaar was hij motorisch nog niet toe aan verbonden schrift”, zegt juf Van de Wint. Nu zei hij zelf: Ik wil aan elkaar schrijven, juf. Dus dat doen we.”
Wat vraagt deze werkwijze van een leerkracht? “Vooral dat je denkt in mogelijkheden. Niet denken: Het kan niet. Maar denken: Hoe kan het wel?” De school biedt ruimte om echt te differentiëren, benadrukt Van de Wint. “Nu zitten de kinderen bij taal en rekenen nog bij elkaar in de groep, maar uiteindelijk is het de bedoeling per leerling, per vak te kijken waar de instructie het best plaats kan vinden. Dat is organisatorisch nog wat lastig.”
Directeur De Lange vindt de benaming tabletschool onjuist: “De tablet is een geweldig hulpmiddel dat werk automatiseert en uit handen neemt, maar de kinderen werken hier maximaal 30 procent van de tijd mee.”
Het schrijven kreeg in de nieuwe organisatievorm meer aandacht. Vanaf groep 3 tot en met 8 is het standaard ingeroosterd. Vooral vanwege het belang van de oog-handcoördinatie. Marit, Janelle en Quinten vinden de afwisseling van tablet en papieren werkvormen fijn.
De zoemer gaat. Gevolgd door kinderen met tablets onder hun arm en een hoop geroezemoes. Een paar minuten later sluiten de deuren en is het weer stil.
“Veel mensen keken van tevoren met argusogen”, zegt De Lange. “Maar het eerste beeld stemt tot tevredenheid: er is rust doordat de onderliggende structuur strak gehandhaafd wordt en de resultaten zijn verbeterd.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.