- blad nr 9
- 1-10-2019
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Bestuur onder vuur
Reken maar dat het nagalmt. Als 65 leraren van drie basisscholen in Geldrop op een dag tegelijkertijd het werk neerleggen in verzet tegen hun bestuur, blijft dat niet onopgemerkt. Het nieuws bereikt de Haagse politiek, maar ook in de bestuurskamers van onderwijsinstellingen elders in het land wordt erover gesproken: daar is iets goed misgegaan.
Het afgelopen anderhalf jaar waren er meer voorbeelden van schoolbesturen die onder vuur kwamen te liggen. Veruit de meeste aandacht kregen de perikelen bij Vmbo Maastricht, een unieke casus, alleen al vanwege de omvang en impact: de examens van 353 leerlingen werden ongeldig verklaard. Aan het roer van de overkoepelende scholengroep stichting LVO stond sinds vier jaar André Postema, die behalve fulltime schoolbestuurder ook PvdA-Eerste Kamerlid was, een parttime baan. Terwijl bij LVO zijn collega-bestuurder verantwoordelijk voor de portefeuille onderwijs bij het uitbreken van de examencrisis direct haar biezen pakte, kreeg Postema op de valreep nog een contractverlenging ‘in het belang van de continuïteit’ van de instelling. Uiteindelijk stapte hij eind november 2018 op, samen met de voorzitter van de raad van toezicht, zijn werkgever. Omdat hij daarna nog drie maanden op de loonlijst bleef
“Een treurig beeld”, reageert D66-Kamerlid Paul van Meenen. De voltallige Tweede Kamer nam vorig jaar juli een motie aan waarin de bestuurder werd opgeroepen zijn conclusies te trekken en op te stappen. Een actie met vooral symbolische waarde, geeft het Kamerlid toe. De minister kan niet zomaar op de stoel van de werkgever gaan zitten, net zo min als de 150 parlementariërs in de Tweede Kamer.
Potje
Daarmee is de kous niet af. De politieke wens om meer grip te krijgen op het functioneren van schoolbesturen werd er niet minder op, en intussen ontstond er ophef rond de leiding van het Amsterdamse Haga Lyceum. Voor het zomerreces maakten onderwijsministers Arie Slob (CU) en Ingrid van Engelshoven (D66) bekend dat ze de wet willen aanpassen om sneller en harder in te kunnen grijpen bij schoolbesturen die er een potje van maken. Ze willen in spoedeisende gevallen een tijdelijke aanwijzing kunnen geven, lees: een opdracht aan de raad van toezicht om een bestuurder aan de kant te schuiven. Dat kan alleen als er sprake is van wanbeheer, een juridisch begrip waarvan de bestaande strikte omschrijving zal worden uitgebreid. Bovendien moet de geldkraan verder dichtgedraaid kunnen worden, een sanctie die op dit moment wel bestaat maar beperkt is tot kleinere bedragen.
D66-Kamerlid Van Meenen juicht de maatregelen toe, net als de focus op de rol van bestuurders. Beter gezegd, hij heeft daar mede aan bijgedragen, onder meer met zijn voornemen om de overheidsbekostiging te verleggen van schoolbesturen naar scholen: “De kernvraag die in elke crisis terugkomt is: van wie is het onderwijs nu eigenlijk? Vroeger zou je zeggen: van ouders, van leraren of van de overheid. Tegenwoordig kom je uit bij het bestuur. Onderwijsinstellingen zijn bijna allemaal zelfstandige stichtingen, die wel bekostigd worden met overheidsgeld. De macht ligt teveel bij de top van de organisatie.”
Vergrootglas
Dat schoolbesturen onder een vergrootglas liggen, wordt ook in kringen van onderwijsbestuurders zelf zo gevoeld. “Natuurlijk hoor je met enige regelmaat geluiden uit Den Haag”, reageert Bert Nelissen, voorzitter van de bestuurdersvereniging primair onderwijs. “Met name van een partij die zich de onderwijspartij noemt. Er klinkt een zeker venijn in door. Alsof het complete legioen van schoolbestuurders van bedenkelijk allooi zou zijn.”
De professionalisering van besturen is binnen de vereniging een terugkerend onderwerp van gesprek, verklaart Nelissen. “Het is belangrijk om als bestuurder je eigen functioneren tegen het licht te houden. Dat doen we onder meer met intercollegiale visitaties, waarbij je elkaar een spiegel voorhoudt. Dat gaat verder dan de regeltjes rond doelmatigheid of rechtmatigheid, het gaat over een onderzoekende houding. We hebben daar nog een weg in te gaan, maar ik hoop en verwacht dat meer bestuurders zich daarvoor zullen openstellen.”
Nelissen is sinds 2012 bestuursvoorzitter bij de Limburgse scholengroep voor primair onderwijs Innovo en was daarvoor jarenlang bestuurssecretaris bij Hogeschool Zuyd. Hij herinnert zich nog goed hoe Hogeschool Inholland ooit in opspraak raakte vanwege problemen rond de onderwijs- en examenkwaliteit. “De eerste reactie van de toenmalige bestuursvoorzitter was de zaak afschuiven naar de faculteiten en de eigen verantwoordelijkheid wegwuiven. Die houding zie je op meer plekken: de neiging om een signaal als een incident af te doen. Ik zeg altijd: gebruik je antenne, volg je onderbuikgevoel. Dat je denkt: ik proef iets, ruik iets, merk dat er iets niet helemaal goed zit. Ga op onderzoek uit, laat je zien op de scholen en ga in gesprek bij de koffieautomaat.”
Maar wat als een bestuurder niet zit te wachten op kritiek, of de kop in het zand steekt? “Dat komt natuurlijk ook voor: angst voor het verlies van de eigen positie.” Maar vroeg of laat komt de vuile was toch wel naar buiten. Dus, zo vervolgt Nelissen: “Geef de moedigen in je organisatie die aankaarten wat er niet goed gaat de ruimte. Zorg voor een goede klokkenluidersregeling, laat ze terecht kunnen bij een ombudsman of een vertrouwenspersoon.”
Vragen blijven stellen, dat is volgens Hartger Wassink, die besturen adviseert op het gebied van governance, de beste manier om misstanden tegen te gaan: door leraren, ouders, toezichthouders, journalisten, politici en andere burgers. “Het gros van de bestuurders doet het prima. En waar dat niet zo is, hadden scherpere regels waarschijnlijk niet veel geholpen. Het is een politieke reflex om meer regels in te voeren. Vaak zorgt dat in de praktijk vooral voor meer adviesklussen voor types als ik. Met naming and shaming bereik je meer.”
Uitgestippeld
Ook in de toekomst zal een minister niet zomaar op stel en sprong een bestuurder in het basis- of voortgezet onderwijs aan de kant kunnen zetten: zo’n straffe actie vereist een deugdelijke onderbouwing en die kost tijd. De autonomie van schoolbesturen is wettelijk verankerd, simpel is het niet om die speelruimte in te perken. Mede daarom is er daarnaast een tweede route uitgestippeld: de medezeggenschap versterken door medezeggenschapsraden in het primair en voortgezet onderwijs instemmingsrecht te geven op de hoofdlijnen van de begroting. Het is een noviteit die op haar beurt nieuwe dilemma’s met zich meebrengt.
Een deel van de Tweede Kamer gaat de aangekondigde maatregelen niet ver of niet snel genoeg. Ook Van Meenen houdt de opties open: “Ik vind de plannen nog een beetje voorzichtig. Er zijn situaties waarin je eigenlijk helemaal niet kunt wachten om in te grijpen. Zoiets moet zorgvuldig gebeuren, maar het moet ook niet te lang duren.”
De inspectie mag wat hem betreft eerder op de stoep staan als leraren of ouders aan de bel trekken. Zo waren er over Vmbo Maastricht al eerder kritische geluiden bij de inspectie binnengekomen, maar kwam de boel pas op scherp te staan nadat te elfder ure zich een klokkenluider meldde. De centraal examens waren toen al gemaakt. “Je hoeft niet bij het eerste het beste signaal met zes inspecteurs uit te rukken, maar soms kun je een hoop ellende voor zijn door net wat eerder door te pakken”, aldus Van Meenen.
Bij de Geldropse Nutsscholen ruimden bestuur en raad van toezicht het veld nadat de inspectie alle partijen bij elkaar had geroepen om schoon schip te maken. Meer dan zestig leraren hadden toen al het werk neergelegd, een uiterste verzetsactie. Want daarover is iedereen het eens: als de school plat gaat, dan is het al veel te laat.