- blad nr 9
- 1-10-2019
- auteur K. Hagen
- Redactioneel
Samen in opstand
Als 65 leerkrachten zich op één dag tegelijk ziek melden is er stront aan de knikker. Het gebeurde in maart 2018 bij de drie basisscholen van de Stichting Nutsscholen in Geldrop. Na een jaar lang strijd kwam het lerarenteam samen met ouders in opstand tegen het schoolbestuur en de raad van toezicht. Het was menens. Een dag later kopte de website van de AOb: ‘Geldrops bestuur stapt op, leerlingen krijgen weer les’. Het personeel bij de Gelderse middelbare school de Waerdenborch maakte ook een harde vuist door te dreigen met acties. Als gevolg daarvan meldde onderwijswethouder Bert Tijhof, van de gemeente Rijssen-Holten, afgelopen mei aan de gemeenteraad dat de interim-bestuurder van de school niet meer terug hoefde te komen. Interimmer Mieke van den Broek was ‘vrijgesteld van werkzaamheden’. Ook in het zuiden van het land weten docenten hoe ze in actie kunnen komen. Bij de scholengroep Onderwijsgemeenschap Venlo & Omstreken (OGVO) stonden bijna tweehonderd docenten op 23 oktober vorig jaar niet voor de klas, maar in een theater. Ze eisten dat het bestuur in gesprek zou gaan over de naleving van de cao en de angstcultuur. Met behulp van de AOb kwam er een ultimatum voor hun eis.
Het zijn voorbeelden van schoolteams die collectief besluiten dat de maat vol is. Ze gebruiken lokale media, brieven, petities of ultimatums om hun eisen duidelijk te maken. Maar hun sterkste troef is het collectief. “Het is al lang bekend, maar écht, als massa bereik je meer”, zegt AOb-rayonbestuurder Perry van Liempt die in Venlo docenten bijstond.
Kantelpunt
Dat beaamt Sytske Klarenbeek, voortrekker en woordvoerder van de ‘opstand’ in Geldrop. Ze zat in de oudergeleding van de medezeggenschapsraad (mr). Inmiddels is ze daaruit vertrokken, maar ze weet nog goed hoe druk ze het had. “In aanloop naar het hoogtepunt van de crisis stond ik samen met mijn mr-collega leraren om 8.15 uur ’s ochtends te briefen. Mijn kinderen zaten een lokaal verderop voor de tv.”
Het kantelpunt bij de Nutsscholen kwam toen voormalig bestuurder Ivon de Wilde twee gezichtsbepalende schooldirecteuren ontsloeg. Klarenbeek: “Deze directeuren kaartten de angstcultuur aan. De mr was ontstemd. Het signaal was: er volgen represailles als je iets aankaart.” Een handtekeningenactie volgde, opgezet door ouders. “We verzamelden vierhonderd handtekeningen om te laten weten dat we het oneens waren met de gang van zaken.” Wel merkte Klarenbeek dat de rechten van de mr beperkt zijn. “Als een raad van toezicht of bestuurder niet luistert, wat kun je dan? Het enige wat we wisten was: doorzetten, ook al gaan leraren niet gelijk de barricaden op.”
Zover kwam het wel. Wat hielp, denkt Klarenbeek, is dat ouders het ‘vuile werk’ opknapten. “Wij hadden geen arbeidscontract met de school.” De leerkrachten werden zelfverzekerder toen de twee nieuwe interim-schooldirecteuren, aangesteld door het bestuur, zich achter de leerkrachten schaarden. Bijna iedereen durfde toen mee te doen aan een werkonderbreking van een half uur, om verandering af te dwingen. “Het was een waarschuwing, de ouders gingen voor de klas staan en uiteindelijk koos de bestuurder eieren voor haar geld.”
Schijnwerpers
Klaar was het toen nog niet. De toezichthouders schoven direct interim-bestuurder Mieke van den Broek naar voren. “Zonder overleg en precies op een moment dat we ons heel sterk voelden”, zegt het voormalig mr-lid. Ze kozen voor een ultimatum. “Dat is een escalatie, maar niemand zag een andere oplossing. Het was vooral belangrijk dat iedereen bij het ultimatum betrokken werd en dat we veel communiceerden. Zo stelden we samen een brief op met de eisen.”
De strategie was daarnaast om het ultimatum goed in de schijnwerpers te zetten; persberichten gingen de deur uit. Klarenbeek: “Op een gegeven moment moet je niet schromen om het naar buiten te brengen. We wilden media-aandacht en dat lukte.” Daarnaast had de mr contact met de lokale politiek. “Zij wisten dat het ultimatum eraan kwam en dat negenhonderd leerlingen geen les kregen. Politici konden daarover in de Tweede Kamer vragen stellen.” De actie werkte: de Onderwijsinspectie riep het bestuur, de toezichthouders, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de onderwijswethouder bij elkaar voor crisisoverleg. Uiteindelijk stapten Van den Broek en de toezichthouders op. Achteraf gezien miste Klarenbeek wel de bond tijdens de crisis. “We hadden daar graag steun van gehad. Nu moesten we alles zelf uitvinden en kwam de bond pas aan het eind om te informeren.” Tijdens het crisisoverleg van de inspectie met de andere partijen, hield de AOb in Geldrop ‘s avonds een eigen bijeenkomst om de crisis te bespreken en leerkrachten juridisch te informeren, bijvoorbeeld over eventuele salarisinhouding.
Uitval
In Venlo, bij OGVO, was de bond wel voortrekker van de acties. “We waren in overleg met het bestuur over het taakbeleid, echt een cao-onderwerp”, zegt AOb-rayonbestuurder Van Liempt. “Daardoor hadden we al korte lijntjes met leden.” De druppel was hier dat het bestuur wilde gaan plannen met 750 klokuren in plaats van 730 om de financiën op orde te krijgen. Daarnaast heerste er een angstcultuur, was er gedoe over de naleving van de cao en waren er uitzendconstructies zodat leraren geen vaste baan kregen.
Van Liempt: “We begonnen met bijeenkomsten na schooltijd zodat docenten hun klachten konden delen. Ik heb laten weten dat ik afhankelijk ben van de docenten. Alleen actievoeren heeft geen zin.” Toen er weinig schot in de zaak zat, bedacht de rayonbestuurder dat er in de cao staat dat er twee bijeenkomsten onder lestijd mogen worden gepland. “We wilden daarmee laten zien dat mensen het beu waren en konden ons beraden op verdere acties.”
Docenten gaven gehoor aan de oproep tot actie: bijna tweehonderd van hen kwamen naar het theater, zodat hun lessen uitvielen. “Tijdens die bijeenkomst spraken we samen een ultimatum af en zag het bestuur dat er best een grote groep mensen op af was gekomen”, zegt Van Liempt. Net als in Geldrop bracht de rayonbestuurder de regionale pers op de hoogte. “Dat werkt echt in je voordeel. Zeker omdat het verre van normaal is dat er zoveel docenten geen les geven.” Uiteindelijk draaide het bestuur het besluit van de taakuren terug en komt er aanstaande januari een einde aan de uitzendconstructies. De actie heeft gewerkt, maar Van Liempt houdt een vinger aan de pols. “Zo’n actie is uitzonderlijk. Dan moet er iets diepgrondig mis zijn. De weg van de medezeggenschap is de normale route voor zaken die niet individueel zijn. Dat kost moeite en we kwamen er niet doorheen op die manier. Dan moet je opschalen.”
Rug recht
Een dreiging met acties en een petitie ondertekend door 150 personeelsleden waren bij de Waerdenborch nodig om de raad van toezicht te doen besluiten de interim-bestuurder Van den Broek (dezelfde als in Geldrop) ‘vrij te stellen van werkzaamheden’. AOb-bestuurder Philippe Abbing kwam in contact met de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad toen hij mailtjes ontving van leden met de vraag of ze werden ontslagen. Abbing: “Ik wist van niks, er was nog geen contact opgenomen over een sociaal plan. Wel kwam ik daardoor in contact met de personeelsgeleding van de mr en zag dat ze geen vertrouwen hadden in de interim-bestuurder.” Vooral de sterke mr viel de rayonbestuurder op. “Ze hielden hun rug recht en durfden zaken aan te kaarten. Normaal moeten wij collectiviteit gaan smeden, maar die was er hier al. Dan is je machtspositie groot.”
Economiedocent en AOb-consulent Mark van Essen was op één van de bijeenkomsten die de AOb hield op de Waerdenborch. “Ik herinner mij de saamhorigheid nog goed”, zegt hij. Ook collega-consulent Jos Berendsen viel de standvastigheid bij het team op: de mr had al veel zelf geregeld. “Wel waarschuwden we dat ze, als ze willen staken, de bond moeten inschakelen”, zegt Abbing. “Het kan arbeidsrechtelijke gevolgen hebben en het personeel kan dan op de bond leunen.”
De dreiging van acties was genoeg voor de raad van toezicht om Van den Broek de deur te wijzen. Berendsen: “Daar hebben ze wel een beetje geluk mee gehad. Als de raad van toezicht niet had toegegeven, hadden we moeten bekijken hoe we verder wilden. Maar ze hielden continu overleg en communiceerden snel. Ook het artikel in de regionale krant hielp mee, zeker omdat het in de tijd van nieuwe inschrijvingen was.” Rayonbestuurder Abbing vindt dat ze het goed hebben gedaan. “Het is zeldzaam dat het zo ver komt en dat je dan de collectiviteit kan vasthouden. Vaak gaan bestuurders het pact proberen te breken en op het gevoel spelen. ‘Je moet er voor de kinderen zijn’ hoor je dan.”
Uiteindelijk is het een kwestie van “volhouden, knetterhard volhouden”, zegt Klarenbeek. Het mobiliseren van het team is heel erg belangrijk zodat iedereen op één lijn zit. Snel communiceren en constant overleggen. Van Liempt: “In deze specifieke situaties was het goed om naar de mr te stappen met met collega’s die tegen dezelfde problemen aanlopen. De mr is in de positie om het gesprek aan te gaan met het bestuur. Ultimatums zijn uiterste middelen en je kunt ze vaak maar één keer inzetten.” In Geldrop is ouder Klarenbeek nu vooral heel blij met de rust. “Nu kom ik alleen nog om mijn kinderen op te halen en te brengen en niet om een actie op te tuigen.”