- blad nr 9
- 1-10-2019
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
Lerarentekort stelselmatig onderschat
Jaar in jaar uit wordt de behoefte aan leraren onderzocht, net als de tekorten eraan. Toch overvalt een onverwacht groot gebrek aan mensen ons de laatste jaren steeds opnieuw. Er werd afgelopen maand niet langer gesproken over een vierdaagse schoolweek, maar over het schrappen van het eerste leerjaar in het basisonderwijs. Leerlingen in de grote steden zouden dan pas vanaf vijf jaar naar de basisschool gaan.
Centerdata -het onderzoeksbureau dat prognoses over de tekorten berekent- houdt de rekensommen behapbaar en correct door uit te gaan van fulltime banen. Prima. Maar de praktijk is dat leraren in het basis- en speciaal onderwijs gemiddeld een baan van 0,73 fte hebben. Collega’s in het voortgezet onderwijs hebben een zogenoemde deeltijdfactor van 0,81.
Er zijn dus veel meer mensen nodig om de gaten op te vullen. In plaats van drieduizend openstaande vacatures hebben basis- en voortgezet onderwijs er dan volgend jaar al bijna vierduizend tekort. In 2023 groeit het tekort niet door naar vijfduizend maar naar zevenduizend.
Je kan hopen dat de nieuwe zij-instromers en pas-afgestudeerden meer uren willen gaan werken, maar in die deeltijdfactoren zit al jarenlang niet veel beweging. Onderzoek in het primair onderwijs liet onlangs zien dat mensen uit loyaliteit met hun collega’s best een tijdje meer willen werken, om een gat op te vangen, maar niet voor altijd.
En al rekenen we de deeltijdfactor vanaf nu in de tekorten mee, dan zijn we er nog niet. De behoefte aan vervangers zit ook niet in de prognoses, omdat daar onvoldoende gegevens over zijn.
Wat we wel weten is dat er door ziekte, zwangerschap en overig verlof in het primair onderwijs globaal rond de 10 procent aan vervangers nodig is, goed voor negenduizend fulltime banen. In het voortgezet onderwijs ligt de vervangingsbehoefte officieel op bijna 9 procent, oftewel rond de vijfduizend voltijds banen. Van het voortgezet onderwijs weten we dat scholen kortdurend verzuim allang niet meer opvangen, dus zal daar de behoefte wat lager zijn.
Verder schrijft Centerdata in hun laatste rapport dat men doet alsof er in 2016 geen tekorten waren. Dat ‘verborgen tekort’, bij scholen die vanwege personeelsgebrek problemen oplosten door de klassen te vergroten of onbevoegden voor de klas te zetten, moet je er eigenlijk ook bij optellen.
Kijken we naar al die duizenden banen die in basis en voortgezet onderwijs moeten worden opgevuld, dan lijken de maatregelen van het kabinet te laat en te mager. Tot nu toe zijn de plannen om het lerarentekort aan te pakken niet erg effectief gebleken.
Wat volgens de AOb mist in het palet maatregelen is een lange termijn investeringsplan. Betere salarissen, onder meer. Dat werkt, schreef Centerdata in 2011 naar aanleiding van het toenmalige Actieplan Leerkracht. Dat bestond uit een structurele investering van één miljard euro, vooral in salarissen. De onderzoekers rapporteerden dat het tekort groter zou zijn geweest als het Actieplan Leerkracht er niet was geweest. ‘Het heeft een duidelijk dempend effect op de tekorten.’
[grafic]
Veel deeltijdleraren nodig voor opvullen voltijd banen
PO banentekort x deeltijdfactor* = lerarentekort
2020 2406 3296
2025 4173 1,37 5716
2028 10370 14205
vo banentekort x deeltijdfactor = lerarentekort
2020 500 617
2025 1056 1,23 1304
2028 1641 2026
De deeltijdfactor is groter dan 1, omdat leraren in deeltijd werken. Zo is voor het vervangen van een voltijdsbaan in het basisonderwijs 1/0,73 = 1,37 aan leraren nodig.
{kader, de X staat voor: geen effect}
Aanpak lerarentekort is weinig effectief
De maatregelen van minister Arie Slob van Onderwijs om het lerarentekort aan te pakken zijn weinig effectief. Een overzicht.
Stille reserve benutten – effect X
De stille reserve bestaat uit 17.000 mensen met een pabo-diploma die niet werken in het onderwijs, en nog eens 32.000 met een bevoegdheid voor vo of mbo die niet meer voor de klas staan. De meeste daarvan werken inmiddels in de zorg, een sector die ook met tekorten kampt. Het lukt maar moeizaam om deze groep te verleiden om terug te komen naar het onderwijs. Werkdruk en slechte betaling zijn de bottleneck.
Werkloze leraren terugbrengen – effect X
Ruim 11.000 mensen met een ww-uitkering hebben een onderwijsbevoegdheid. De meeste zijn 55-plussers in krimpgebieden, die het onderwijs hebben verlaten om plaats te maken voor jongeren. Ze hebben tot hun pensioen recht op een ww-uitkering. Wie solliciteert wordt vaak niet eens opgeroepen. Anderen hebben gezondheidsproblemen of zijn afgeknapt. Onderzoeksbureau Regioplan is op hun website helder over de mogelijkheden: ‘ww-ers niet de oplossing voor het lerarentekort.’
Zij-instromers verleiden– effect +/-
Mensen die willen overstappen naar het onderwijs kunnen gebruik maken van zij-instroom-subsidies. Daar is veel belangstelling voor, ruim 1100 in 2019, méér dan de subsidiepot aankan. Alleen is de belangstelling wat scheef in verhouding tot de vraag uit het onderwijs, zo blijkt uit een overzicht dat het ministerie naar de Tweede Kamer stuurde. De meeste zij-instromers willen naar het mbo (63%), voor po (30%) en vo (7%) is de belangstelling beduidend lager.
Parttimers overhalen – effect X
In het basis- en speciaal onderwijs wil een flink deel van de parttimers best meer werken, vooral jongeren. Maar daar tegen over staat een grote groep van 35-plussers die juist wat minder willen erken, zag Arbeidsmarkt Platform PO. Die twee houden elkaar in evenwicht. Als het tijdelijk is, is de bereidheid groter om zieke of zwangere collega te vervangen maar heel veel parttimers zijn tevreden met de omvang van hun huidige baan.
Ouderen laten doorwerken – effect X
De meeste ouderen willen eerder met pensioen dan hun aow-leeftijd. Slechts een klein deel wil vanwege tekorten langer doorwerken, zo bleek uit de AOb-enquête onder 57-plussers.
Jongeren interesseren – effect +/-
De aanmelding voor de lerarenopleidingen voor het basisonderwijs laat al twee jaar een plus zien, vooral door de groei bij de deeltijdopleidingen. De fulltime-pabo blijft stabiel, ondanks het financiële lokkertje dat zij niet alleen in het eerste maar ok het tweede jaar maar de helft van het collegegeld hoeven over te maken. De lerarenopleidingen voor het voortgezet onderwijs en mbo hebben juist te maken met een dip, terwijl ook daar de halvering van het collegegeld een jaar langer duurt dan in de rest van het hbo.