• blad nr 9
  • 1-10-2019
  • auteur K. Hagen 
  • Redactioneel

 

Prinsjesdag brengt geen extra onderwijsinvestering

Het kabinet is niet bereid extra te investeren in het onderwijs, ondanks brede maatschappelijke steun voor dat idee. Die kortzichtigheid gaat ten koste van toekomstige generaties.

“Het mooiste vak van de wereld verdient een goede beloning en minder werkdruk, maar dit kabinet houdt halsstarrig vol dat extra geld niet nodig is om meer leraren te krijgen.” AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen heeft bij het ter perse gaan van dit Onderwijsblad zwaar teleurgesteld gereageerd op het uitblijven van extra investeringen in het onderwijs (zie kader ‘Extra geld blijft uit’).
Ondanks de nijpende lerarentekorten, stakingen en de roep van bonden en werkgevers weigert het kabinet Rutte III over te gaan tot een serieus investeringsplan. Koning Willem-Alexander repte in de troonrede van ‘een forse extra investering’ in het onderwijs, maar de onderwijsbegroting noemt bijna uitsluitend bedragen waarvan al langer duidelijk was dat ze beschikbaar zouden komen.
Een uitzondering is het geld dat het kabinet in 2020 uittrekt om de financiële tegenvaller te compenseren waarmee het onderwijs te maken heeft doordat studentaantallen hoger uitvallen dan gedacht. Dit jaar zullen hogescholen en universiteiten daarvoor gecompenseerd worden, waardoor ze geen last hebben van het hogere studentaantal. Voor de jaren daarna ligt dat niet vast.

Kostenpost
Het is klip en klaar dat de voor onderwijs verantwoordelijke bewindslieden Arie Slob en Ingrid van Engelshoven er niet in slagen hun collega’s in het kabinet te overtuigen van de ernst van het probleem. Exemplarisch voor het onbegrip is een interview dat VVD-collega Eric Wiebes van Economische Zaken een dag voor Prinsjesdag publiceerde in Het Financieele Dagblad.
‘Onderwijs is één van mijn favorieten’, aldus Wiebes, maar in de eerstvolgende zin stelt hij direct teleur. De minister is tegen hogere onderwijssalarissen, want ‘dat leidt niet tot een hoger verdienvermogen voor de samenleving.’
Wiebes is bedrijfskundige, geen econoom. Voor bedrijfskundigen is personeel een kostenpost. Voor economen ligt dat anders. Investeren in onderwijs, in het opleidingsniveau van de bevolking, is volgens economen op termijn winstgevend. Het rendement op wat in de economie wat kil ‘menselijk kapitaal’ heet en op school ‘vaardigheden en talent’, is groot. Goed onderwijs resulteert in een betere concurrentiepositie, een betere gezondheid, een beter salaris en (niet onbelangrijk) meer maatschappelijke betrokkenheid.
In een hoofdredactioneel commentaar kreeg Wiebes een dag later dan ook onder uit de zak. ‘Dat een investering in leraren niet wordt gezien als een investering in de samenleving is veelzeggend’, schrijft het Financieele Dagblad. De salariskloof tussen basis- en voortgezet onderwijs en het gat tussen onderwijssalarissen en de beloning in de private sector noemt de krant in tijden van een nijpend lerarentekort een verkeerd signaal. ‘Het huidige lerarentekort doet de Nederlands jeugd tekort.’
Een enquête van de NOS op Prinsjesdag zelf bevestigt het beeld dat het lerarentekort maatschappelijk de volle aandacht heeft. De Nederlandse bevolking zet het verhogen van de salarissen in het onderwijs, de zorg en voor de politie met stip op nummer één.
Politiek commentator Tom-Jan Meeus signaleert in NRC Handelsblad op Prinsjesdag een verontrustende trend in de rijksuitgaven. Een steeds kleiner deel gaat naar onderwijs. En een steeds groter deel naar zorg.
Natuurlijk, Nederland vergrijst en dus zou een steeds groter deel van de uitgaven aan zorg en fatsoenlijke uitkeringen aan ouderen logisch zijn, schrijft Meeus. Maar hij draait het om. ‘Als dat ten koste gaat aan de beste investering die we kunnen doen in vooral jongeren - de jacht, via onderwijs op het talent dat in elk mens verscholen zit- dan gaat dat ten koste van de vooruitgang.’

Geen gehoor
Ondanks de brede bijval vindt het pleidooi voor een onderwijsnoodplan geen gehoor. De AOb voert al maanden actie voor meer investeringen in het onderwijs. Op het Malieveld staakten in maart nog 40 duizend leraren en bij de start van het schooljaar heeft de bond opnieuw aandacht gevraagd voor de ingrijpende gevolgen van het lerarentekort.
“Alle kinderen in Nederland hebben recht op goed onderwijs, onbegrijpelijk dat de politiek dit niet ziet”, zei Liesbeth Verheggen op Prinsjesdag. “We gaan onze leden peilen om te kijken hoe het staat met de actiebereidheid nu het kabinet het onderwijs weer laat zitten.”

[kader]
Extra geld blijft uit
Voorafgaand aan Prinsjesdag waren er aanwijzingen dat het onderwijs aanspraak zou kunnen maken op een aandeel in een beoogd investeringsfonds dat de Nederlandse economie toekomstbestendig zou moeten maken. Daar ging het op Prinsjesdag niet meer over. In plaats daarvan rept de Miljoenennota van ‘projecten ten bate van het verdienvermogen op lange termijn’ waarvoor bovendien een ‘strenge selectie’ zal gelden.
In begroting voor het jaar 2020 komt het onderwijs er bekaaid vanaf. De eerder aangekondigde ‘doelmatigheidskorting’, een bezuiniging waar alle onderwijssectoren mee te maken hebben, blijft gewoon staan. Dit bedrag loopt op van 137 miljoen in 2020 naar 183 miljoen euro vanaf 2021.
Het kabinet trekt voor zij-instromers volgend jaar 21,3 miljoen euro uit, net als in 2019. Daarvan is 4 miljoen speciaal bedoeld voor instromende bèta- en techniekdocenten in het mbo aan wie een groot tekort is. Ook dit is geen extra investering, maar was eerder bekendgemaakt.
Wel wil het kabinet dat meer vrouwen langer gaan werken, onder meer in het onderwijs. In het najaar komt er daarom een interdepartementaal beleidsonderzoek. Nederlandse vrouwen mogen tevreden zijn met hun deeltijdbaan, maar de Miljoennota spreekt van ‘onderbenutting van menselijk kapitaal en vrouwelijk talent’.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.