• blad nr 8
  • 1-9-2019
  • auteur . Overige 
  • Opinie

 

Blijf baas over jouw eigen les

Tekst: Pieter Visser. Pas ik mijn les aan op de belevingswereld van de groep? Of kies ik voor optimale digitalisering? Ict-coördinator Pieter Visser pleit voor een ‘analoge’ blik op onderwijs. Zodat een methode geen doel op zich wordt.

Een van de eerste dingen die ik als student op de pabo leerde is hoe je een les voorbereidt. De methode van de basisschool mocht je daarbij als leidraad gebruiken, maar er werd telkens benadrukt dat je als leerkracht de les aan moest laten sluiten bij de belevingswereld van het kind. En wat bleek in de praktijk? Het gedeelte dat je zelf in had gebracht maakte meer los te bij de groep dan de werkjes uit de methode. De boodschap van de opleiding: de methode is een middel om een doel te bereiken, maar geen doel op zich.
Nu sta ik inmiddels al meer dan vijftien jaar voor de groep en bekleed al een aantal jaren de rol van ict-coördinator. Vanuit die functies zie ik het onderwijs steeds digitaler worden. In eerste instantie werd de computer vooral gebruikt als middel om werkstukken te maken of dingen op te zoeken. Tegenwoordig nestelt de digitalisering zich in de kernvakken rekenen, taal en spelling. En dat brengt veel nieuwe mogelijkheden voor de leerkracht met zich mee. Nakijken maakt plaats voor analyseren en kinderen krijgen sneller feedback op hun werk. Maar er zit ook een keerzijde aan. De methodes worden namelijk niet alleen digitaler, maar ook adaptiever. Methodemakers laten algoritmes los op resultaten van bijvoorbeeld een rekenles om zo passende opdrachten voor de leerling klaar te zetten. Onderwijsbehoeftes van leerlingen lijken voorspelbaar te zijn. Passend onderwijs is nog nooit zo makkelijk geweest.
Maar de computer kan nog niet zelf nadenken. Om een beredeneerde keuze te maken heeft de software data nodig. Die data verkrijgt hij in de vorm van de door de leerling gemaakte opgaven. Hoe meer informatie de software heeft, hoe beter hij kan aansluiten bij de onderwijsbehoeftes van de leerling.
En daar kan de schoen toch gaan wringen. Want hoe zit het met het aansluiten bij de belevingswereld van de leerling? Na het winnen van het Eurovisiesongfestival kan ik mij voorstellen dat ik als pabo-student een reken- of ten minste een taalles aan Duncan Laurence zou hebben gewijd. Maar dat betekent in het digitale-les-tijdperk dat de leerling de les niet op de computer maakt. (Ik kan me niet voorstellen dat de ontwikkelaars van de methode er bij het schrijven rekening mee hebben gehouden dat we überhaupt een keer zouden winnen.) Maar door het niet maken van de les krijgt de software minder data en kan dus minder goed inschatten wat de leerling nog moeilijk vindt. En dat stelt de moderne leerkracht voor een dilemma. Pas ik mijn les aan op de belevingswereld van de groep, met alle voordelen van dien? Of kies ik ervoor om de methode te volgen en zo de digitalisering zo optimaal mogelijk te gebruiken?

Analoog
Een aantal jaar geleden kwam een lector van de pabo met de stelling: Er bestaan geen slechte methodes, wel slechte leraren. Voer voor discussie, maar met de huidige digitalisering komt daar wel een discussie bij. Welke mogelijkheden heeft de leerkracht nog om de les zelf aan te passen? Omdat de methode steeds meer taken van de leerkracht overneemt is het voor een leerkracht moeilijker om slecht onderwijs te geven. Het tegendeel is ook waar. Omdat de methode steeds meer taken van de leerkracht overneemt, is het steeds moeilijker om het onderwijs nog beter te maken.
De methodes kunnen niet zonder een leerkracht. De software geeft de leerling weliswaar snel feedback op de taak, maar voor bijvoorbeeld feedback of de leerling ook de juiste strategie heeft gebruikt, is ook bij digitale methodes nog steeds een leerkracht nodig. Echter, de ruimte die de leerkracht heeft, wordt steeds beperkter door de keuzes van de methodemakers.
Kortom, de methode lijkt steeds meer te transformeren van een middel naar een doel. De leerkracht kan zich weliswaar steeds meer richten op het analyseren van resultaten en coachen van leerprocessen, maar het betekenisvol maken van een les en inspringen op ‘de waan van de dag’ wordt wel steeds lastiger. Een kritische ‘analoge’ blik blijft nodig om echt onderwijs op maat te maken.

Pieter Visser is leerkracht en ict-coördinator bij basisschool de Klokkebei in Ulvenhout

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.