- blad nr 7
- 1-7-2019
- auteur . Overige
- Opinie
Top-down dicteren van docenten leidt tot burn-outs
Een overschot aan regels beknot ambitieuze docenten en leraren. Mbo-docent Peterjan van der Burgh pleit voor meer autonomie.
Een op de vijf medewerkers in het onderwijs komt uiteindelijk in een burn-out situatie terecht. Hoe gaan wij hiermee om en wat is de reden dat dit zo vaak gebeurt? Gemiddeld hebben deze mensen hbo-niveau of hoger en een ambitieuze en idealistisch instelling ten opzichte van het onderwijs. Hier recht tegenover staat de enorme bureaucratie en bemoeienis van het ministerie van onderwijs en de schoolbesturen, de steeds striktere regelgeving en de registratie en vastlegging van de prestaties van scholen. Alsof het onderwijs een industrieel productieproces is.
De inspectie en slagingspercentages zijn leidend en sommige scholen brengen zelfs het niveau van het onderwijs omlaag om het uitvalpercentage terug te dringen. Ik was een keer op de school van mijn jongste dochter waar een diploma-uitreiking voor de mavo-leerlingen aan de gang was en hoorde dat sommige leerlingen een 9 voor hun examen wiskunde hadden gehaald. Die horen dus eigenlijk op de havo thuis. Afstromen naar een lager niveau is de manier om de cijfers van de school goed te houden.
Leraren en docenten zijn onder druk gezet met een dreigende registratie in het lerarenregister, alsof zij elk moment niet meer geschikt zouden zijn voor hun werk. Leraren die na hun opleiding directeur geworden zijn en geen tijd hadden voor de vereiste bijscholingscursussen, zouden dan hun lesbevoegdheid verliezen.
Gelukkig is het lerarenregister voorlopig van de baan, maar de aankondiging hiervan heeft bij veel leraren en docenten ongetwijfeld stress opgeleverd over de vraag of ze wel konden voldoen aan de eisen. Er ontstond direct een markt voor allerlei cursussen waar een lerarenregistervalidatie aan hing. Ik heb zelf op een onderwijscongres een workshop gevolgd waar ik met origami bezig ben geweest. Die had een officiële lerarenregistervalidatie.
Alleen al het bedenken van een lerarenregister getuigt van wantrouwen vanuit de overheid jegens het onderwijspersoneel. Hoogopgeleide, ambitieuze leraren en docenten worden elke dag ingeperkt en afgebakend door allerlei bestuurlijke regels en beperkingen en dit neemt ieder jaar toe. Het leidt tot grote frustratie in onze beroepsgroep. We krijgen het gevoel dat we de controle en invloed op ons eigen werkveld verliezen. Ik maak dit zelf als docent in het mbo ook mee, al is het nog niet zo erg als in het primair onderwijs, zoals ik van collega’s uit die sector mag horen.
Ik pleit daarom voor meer autonomie voor de leraar en docent. Zij bepalen hoe zij het onderwijs vormgeven en uitvoeren. Zij hebben de expertise en ervaring hiervoor opgedaan in hun carrière. Van hen wordt een gedegen opleiding en niveau geëist, maak daar dan ook gebruik van. Schoolbesturen moeten lesbezoeken afleggen en op de werkvloer aanwezig zijn en zo de mogelijkheid krijgen het onderwijsproces bij te sturen. Dus niet top down dicteren hoe de leraar en docent moeten werken. Het werkveld kan adviezen geven aan het bestuur van een school en hier moet serieus aandacht aan besteed worden en eventueel uitvoering aan gegeven worden.
Door alle administratieve verplichtingen zijn leraren en docenten veel tijd kwijt aan het registeren en verantwoorden van allerlei zaken. Hierdoor hebben zij minder tijd voor visieontwikkeling en het ontwerpen van nieuwe lessen. Veel vergaderingen gaan over de verantwoording van het onderwijsproces en aansturing op regelgeving en niet over het uitwisselen van ideeën en het bedenken van nieuwe concepten.
Vooral het laatste levert leraren en docenten veel voldoening op. Het is belangrijk om het vak zin te geven. Als wij deze veranderingen aanbrengen in het onderwijs, is de kans groot dat er veel minder burn-out gevallen zullen ontstaan. Dit werkt ook wervend voor het beroep van leraar en docent en zal helpen de tekorten in ons vak te verminderen.