• blad nr 7
  • 1-7-2019
  • auteur D. van 't Erve 
  • Redactioneel

 

Passend onderwijs is schadelijk

Het gevoel dat geen enkele leerling meer goed tot zijn recht komt, zorgt ervoor dat leraren opbranden en vertrekken uit het onderwijs. Een enquête onder AOb-leden laat zien hoe schadelijk passend onderwijs is.

De Gabriëlschool in Putten had het voor 2014 goed voor elkaar. Er waren veel leerlingen die extra zorg nodig hadden, waarvoor de voorzieningen uit de rugzakgelden werden betaald. Zo konden kinderen ’s ochtends meedraaien in een kleine groep met een gespecialiseerde leraar, iets waar alle leerlingen baat bij hadden. De school verwees weinig naar het speciaal onderwijs en nam ook kinderen op van andere scholen die de extra zorg niet konden bieden. Toen door passend onderwijs de gelden over alle basisscholen verdeeld werden, werd deze constructie onbetaalbaar. Leerkracht Hester Loot zag alle voorzieningen, kennis en ervaring uit de school verdwijnen. “De extra leerkracht en de groep zijn er niet meer”, vertelt ze. “Wij nemen nu geen zorgleerlingen meer op van andere scholen en filteren kinderen met zorg er al op de peuterspeelzaal uit. De ondersteuning is minder, de werkdruk is toegenomen, net als de administratie. Alles moet vastgelegd worden om ingedekt te zijn voor een eventuele verwijzing. Door de invoering van passend onderwijs kunnen wij dus geen passend onderwijs meer bieden.”

Grenzen
Het lijkt de wereld op zijn kop, maar de praktijk wijst anders uit. In zowel het primair, het voortgezet als het (voortgezet) speciaal onderwijs lopen leraren tegen hun grenzen aan en krijgen leerlingen niet de aandacht en ondersteuning die ze nodig hebben. Dat geluid klinkt al jaren en blijkt wederom uit de AOb-enquête waaraan ruim vijfduizend leden deelnamen. Uit de antwoorden op open vragen rijst een huiveringwekkend beeld op over de gevolgen van passend onderwijs: geen enkel kind lijkt goed tot zijn recht te komen en leraren trekken dat niet langer. Ze branden op, verlaten het onderwijs of kiezen voor een andere functie in het onderwijs. Het Onderwijsblad sprak uitgebreid met enkele respondenten.
Zo besloot Gryteke Bakker (56) na haar burn-out terug te komen als onderwijsassistent, voor minder dan de helft van haar LB-salaris. Ze heeft het nu weer naar haar zin op de basisschool in de polder, waar ze al ruim dertig jaar werkt. “Ik krijg gelukkig een financiële aanvulling vanuit de overheid, maar dat wist ik niet toen ik de beslissing nam. Eigenlijk heb ik nu mijn oude remedial teacher-functie terug die destijds is wegbezuinigd. Ik begeleid kinderen met meer mogelijkheden en de kinderen die niet goed mee kunnen komen. Ze zijn ongelooflijk enthousiast en bloeien echt op. Dat heeft een positief effect op hun gedrag, iets wat een leerkracht ook terugziet in de klas. Collega’s waarderen dat ik ze werk uit handen neem en ze kan bijstaan vanuit mijn knowhow. Ik ben er heel blij mee, maar het is natuurlijk ongelofelijk van de zotte dat dit nu op mbo-niveau betaald wordt.”
Met een opleiding tot remedial teacher en speciaal onderwijs op zak, zou je verwachten dat ze als leerkracht goed toegerust is voor passend onderwijs. “Maar dat is in klassen van 25 of meer niet te managen als je niet kunt loslaten en moeilijk kunt multitasken. Met twee adhd’ers, een pdd-nosser en een autist in de klas, lukte het me niet om iedereen recht te doen. Dat is enorm frustrerend en ik hield dat dus niet vol. Ook veel collega’s die al jaren met plezier voor de klas staan, vragen zich steeds vaker af of ze het nog wel kunnen. Je gaat gewoon twijfelen aan je eigen capaciteiten.”

Complexer
Uit de AOb-enquête blijkt dat er in een klas van 24 leerlingen gemiddeld 5 een extra ondersteuningsbehoefte hebben. Ruim driekwart van de leraren geeft aan dat er daarnaast meerdere leerlingen zijn (gemiddeld minstens 3) die geen ondersteuning krijgen, maar die wel nodig hebben. Dat betekent dat 1 op de 3 leerlingen extra aandacht nodig heeft.
Passend onderwijs verhoogt de werkdruk. De zorgvraag van leerlingen is complexer geworden en de ondersteuning is volgens 86 procent van de leraren niet altijd voldoende. En al helemaal niet als het gaat om de hulp die leraren zelf krijgen om deze leerlingen goed te kunnen begeleiden. Verreweg de meesten vinden dat ze er onvoldoende tijd voor hebben. De ‘gewone’ leerling is hiervan ook de dupe. Driekwart van de leraren zegt hen nu minder aandacht te kunnen geven.

Goed toegerust
Annemieke van Veen, leerkracht op een basisschool in Aalsmeer, heeft al drie collega’s uit het onderwijs zien vertrekken en ook zij denkt er na 27 jaar serieus over om te stoppen. “Ik ben geen speciaalonderwijsjuf, maar ik moet het wel zijn”, vertelt ze. “Het wordt steeds moeilijker om te zien waarom dit vak zo leuk is.”
Ze geeft les aan groep 3 die uit 27 leerlingen bestaat, waarvan er 7 een vermoedelijke diagnose hebben, van ahdh en autisme tot slechtziend en slechthorend. Van Veen: “Vooral hechtingsproblematiek vind ik ingewikkeld, maar ik heb ook een leerling die veel geluid maakt, onder tafel gaat zitten of wegloopt. En dan heb ik het nog niet eens over kinderen met een ingewikkelde thuissituatie die hun hoofd er niet bij kunnen houden. Eigenlijk is er maar met 7 leerlingen niets aan de hand.”
Ook zij is goed toegerust, met opleidingen tot intern begeleider en coach. “Maar door passend onderwijs kan ik het naar mijn gevoel nooit goed doen. Een warm pedagogisch klimaat waarin kinderen in groepjes werken is niet meer mogelijk. Leerlingen zitten twee aan twee met drie kasten dwars in het lokaal; een oplossing uit het speciaal onderwijs waardoor kinderen minder worden afgeleid. Werkjes of leuke posters aan de muur zijn daarom ook uit den boze, heel saai vind ik. Het erge is dat ik zie dat het alsnog fout gaat en als we dan om extra ondersteuning of verwijzing vragen, het wordt afgewezen. In vijf jaar tijd heb ik nul kinderen verwezen, terwijl dat er vroeger altijd wel een of twee waren. Als ik daardoor geen tijd heb om extra te oefenen met leerlingen die dat nodig hebben, voel ik me enorm gefrustreerd. En normaal ga je met je lessen de diepte in, maar nu is er soms niet eens genoeg concentratie om een verhaal voor te lezen. Het is echt zoeken waar je je energie uithaalt.”

Drempel
Het merendeel van de deelnemers aan de enquête geeft aan dat er leerlingen zijn die beter op hun plek zijn in het speciaal onderwijs, maar dat het niet lukt om ze te verwijzen. Het samenwerkingsverband heeft de drempel voor verwijzing te hoog gemaakt, vinden ze. Het was een van de redenen waarom Maureen Lansink twee jaar geleden haar baan opzegde. Ze gaf tien jaar les in een combigroep 3 en 4 op een dorpsschool in Noord-Holland en zag het aantal kinderen met gedrags- en leerproblemen toenemen. Als lid van de medezeggenschapsraad stelde ze kritische vragen aan het bestuur en het samenwerkingsverband, maar het geld voor passend onderwijs zag ze niet terug op haar school. “Ondertussen heb je maar te dealen met kinderen die de school uitlopen, geen gezag accepteren en elkaar negatief beïnvloeden in een klas waarin ook leerlingen zitten met leerproblemen. Ik zie dingen niet goed gaan waar ik me wel verantwoordelijk voor voel, maar krijg niet de middelen om het op te lossen. Het werd erg op de man gespeeld, het zou liggen aan mijn leerkrachtgedrag en dan ga je dus ook twijfelen aan jezelf.”
Ze zegde haar baan op en wilde nooit meer terugkeren in het onderwijs, maar inmiddels werkt ze weer als invaller. “Ook nu krijg ik moeilijke klassen, maar het voelt heel anders als je minder verantwoordelijk bent en door iedereen gesteund wordt. Ik zie wel hetzelfde: het duurt eindeloos voordat een verwijzing rond is en dan is het nog wachten tot er plek is. Het is echt heel verdrietig voor alle kinderen en ook zorgelijk. Als je dit maar laat doorsudderen, dan barst de puist als ze tieners worden en wie is er dan nog voldoende toegerust om iets voor ze te betekenen?”

Gebruiksaanwijzing
Jean Boucher ziet de gevolgen nu al. Ze is leerkracht en co-teacher op Mulock Houwer, een cluster 4-school in Amersfoort. “We krijgen kinderen met zulke achterstanden en zo’n negatief zelfbeeld dat het ons minstens een half jaar kost om ze weer aan de gang te krijgen. De schade is vaak niet meer te herstellen.”
“Terwijl het allemaal heel leuke kinderen zijn, die een eigen gebruiksaanwijzing hebben en het is onze specialiteit om daarmee om te gaan. Wij bieden al jaren passend onderwijs. Het is oneerlijk en onrealistisch om dit zomaar van het regulier onderwijs te verwachten, waar de klassen twee keer zo groot zijn. Daar wordt elk kind de dupe van. Als de overheid per se wil dat deze leerlingen naar een reguliere school gaan, laat ons dan helpen. Ik zou als co-teacher graag leraren hierin begeleiden, iedereen mag me bellen. Het is het mooiste wat er is als het lukt om een kind te leren omgaan met zijn ‘ik kan het niet-frustratie’, waardoor zijn talent tot ontwikkeling kan komen.”

Meerwaarde
“Met maatwerk kunnen leerlingen binnenboord blijven en dat heeft echt een meerwaarde”, zegt Jacqueline van der Linden. Ze werkt als ambulant begeleider op verschillende scholen in de regio Twente. Zo werkt ze twee ochtenden op de Plechelmusschool in Hengelo waar ze twee leerlingen met ernstige leerproblemen begeleidt. “Ze krijgen apart instructie en draaien verder mee in de groep. Het gaat heel goed, ze zitten goed in hun vel en horen er gewoon bij.”
Passend onderwijs kan dus best, maar niet voor alle leerlingen overal, meent ze. “Ik vind het zorgelijk dat het allemaal zo goedkoop mogelijk lijkt te moeten. Het lukt als de samenwerking tussen gemeente, scholen, ouders en het samenwerkingsverband goed gaat en het bestuur zijn middelen inzet en meewerkt. Dat is in onze regio het geval. Een aanvraag voor een verwijzing naar het speciaal onderwijs kan binnen drie weken rond zijn, dat is erg kort. In de tussentijd krijgen scholen direct extra hulp. Ik vind dat we leerkrachten moeten beschermen tegen overbelasting. Als ik dan hoor hoeveel geld er door sommige samenwerkingsverbanden wordt opgepot (32 miljoen euro in totaal, red.), dan word ik daar behoorlijk boos van.”

Discipline
In het voortgezet onderwijs lijkt passend onderwijs met name op het vmbo voor problemen te zorgen. “Vooral het aantal leerlingen met een sterk verminderde concentratie is toegenomen”, zegt Hans Fleischhauer (64), docent en coördinator van het vakcollege techniek (vmbo bb/kb) van het Gemini college in Ridderkerk. “Het kost docenten veel moeite om ze bij de les te houden en door de grote klassen is dat niet goed mogelijk.”
Omdat leerlingen met machines en gereedschap moeten werken, hanteert de school een strikte discipline. “Dat is niet leuk en geen echte oplossing, want ze hebben juist ruimte nodig om zich te ontwikkelen”, vertelt hij. “Zowel de zwakke als de sterkere leerlingen krijgen nu niet de aandacht die ze nodig hebben. Ze zullen ongetwijfeld slagen, maar de feitelijke waarde van een opleiding ligt niet in een diploma, maar in de aangeleerde vaardigheden. Een aantal leerlingen is beter af in het speciaal onderwijs en ik ben bang dat zij het moeilijk krijgen in het vervolgonderwijs. De maatschappij heeft baat bij goed ontwikkelde en goed begeleide jongeren en dat mag wat kosten. De overheid gaat pas luisteren als je een streep trekt: tot hier en niet verder. Het is tijd om duidelijk te maken dat het ons ernst is.”

{kader}

‘Minister moet ingrijpen’
De minister moet direct beginnen met het verbeteren van passend onderwijs. Dat stelt de AOb naar aanleiding van de enquêteresultaten. “Het is nog erger dan we dachten”, reageert dagelijks bestuurder Eugenie Stolk. “Er is een vicieuze cirkel ontstaan waarin leraren zich tekort voelen schieten en hun handelingsverlegenheid steeds groter wordt door de grote klassen, de hoge werkdruk en het gebrek aan collega’s.”
De bond wil dat de regie meer bij de leraren komt te liggen. Daartoe moet er zicht komen op welke middelen beschikbaar zijn en moeten leraren meer betrokken worden bij de besteding ervan. De AOb pleit al sinds het begin van passend onderwijs voor het invoeren van een landelijk niveau van basisondersteuning, zodat duidelijk is welke zorg minimaal van leraren verwacht kan worden en wat extra geld kost. Minister Slob wil echter eerst de eindevaluatie van passend onderwijs volgend jaar afwachten voordat hij aanpassingen gaat doen. “Als alle signalen op rood staan, dan moet je gewoon ingrijpen”, meent Stolk. “Dat kan ook, zeker als het gaat om duidelijkheid in geldstromen en basisondersteuning. Waarom zou je nog langer wachten als je weet dat leerlingen en leraren tekortkomen en de situatie alsmaar verslechtert?”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.