- blad nr 7
- 1-7-2019
- auteur L. Rötgers
- Column
Vertrouwen
In mijn onderwijsproject hebben we de handen ineengeslagen met bedrijven in de buurt. Beter samenwerken met het bedrijfsleven is een van de doelen. Hippe onderwijsmanagers noemen dit ook wel hybrideleren. Daarom lopen onze leerlingen ‘verplicht’ stage bij een van deze bedrijven. Leon loopt momenteel stage bij een autobedrijf in Apeldoorn.
‘Het is pas je eerste stageweek’, probeer ik zalvend. ‘Dus misschien moet je nog even wennen.’ Bovendien beloof ik hem dat ik volgende week dinsdag zal langskomen. De bewuste dinsdag arriveer ik in de ochtend bij het bedrijf. De werkplaatschef kijkt mij wat verbaasd aan. ‘Leon? Nee, die heb ik nog helemaal niet gezien!’
Ik ben kwaad en besluit Leon op te bellen. Hij neemt niet op. ‘Zit waarschijnlijk lekker achter de Nintendo’, denk ik, niet erg aardig natuurlijk. Even later appt hij: ‘Ik bel je in de pauze, ok?’ Hij doet dus net of hij wel aanwezig is. Dat ga ik hem straks eens mooi onder zijn neus houden. Spijbelen is één ding, maar liegen…
Inderdaad belt hij me een tijdje later op. ‘En, hoe gaat het op stage?’ vraag ik link. ‘Best,’ antwoordt hij. ‘Ik vind het hier nog steeds niet zo leuk, maar ik mag al wel meer zelf doen. Kom je eigenlijk nog langs vandaag?’ Op de achtergrond klinken werkplaatsgeluiden.
Ik geloof best dat sommige leerlingen alles in het werk stellen om geloofwaardig te kunnen spijbelen, maar de gedachte dat Leon een cd met werkplaatsgeluiden heeft opgezet weet ik te verdringen. Uit verdere navraag blijkt dat hij al een week stageloopt bij een heel andere vestiging van het bedrijf, in Deventer! Een vestiging waar mijn project niets mee van doen heeft. Hij is daar eenvoudigweg binnengelopen met de mededeling dat hij daar stage kwam lopen en ze vonden het prima, hoewel ze niks van school gehoord hadden. Op de vestiging waar hij had moeten zijn, zag men in zijn afwezigheid geen reden om even met school te bellen.
Ik trek twee conclusies: a) ik mag wel wat meer vertrouwen hebben in de goedheid van de mens en b) de samenwerking met onze hybrideleerbedrijven is nog niet op het gewenste niveau.