• blad nr 6
  • 1-6-2019
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

 

Mindset heeft nauwelijks effect op leerprestaties : Grenzen aan het geloof in eigen kunnen

‘Ik ben zoals ik ben. Dat staat vast!’, zegt het rood-grijze robotje Fixie, in een filmpje bedoeld voor de midden- en bovenbouw van de basisschool. Het blauw-grijze robotje Growie beweert daarentegen: ‘Ik kan altijd beter in iets worden. Daar werk ik aan!’
De robotjes verwoorden het basisidee achter het onderwijspakket Mindset: een van de vele onderwijsmethoden die veronderstellen dat kinderen beter gaan presteren wanneer ze doorzien dat hun intelligentie kan groeien. Dat concept heeft aan populariteit gewonnen, ook in Nederland, sinds de publicatie van het boek Mindset van Carol Dweck in 2006. Naast methodemakers hebben ook kindercoaches, adviesbureaus en organisatoren van congressen de theorie van de Amerikaanse hoogleraar psychologie omarmd. Er zijn mindset boeken, mindset groeikaarten en mindset kwartetten. Het is ook zo’n mooie gedachte: geloof in de maakbaarheid van je eigen intelligentie helpt bij het leren. Een stapeltje wetenschappelijk onderzoek, leverde de onderbouwing. Het probleem is alleen: dat onderzoek staat ter discussie.

Beton
In haar boek en in haar wetenschappelijk onderzoek wijst Carol Dweck erop dat onze intelligentie niet in beton is gegoten. Het intellect van kinderen groeit en verandert als zij onderwijs genieten. Dat we onze intelligentie ontwikkelen als we eraan werken, staat buiten kijf. Alfred Binet, uitvinder van de IQ-test betoogde meer dan honderd jaar geleden al hetzelfde toen hij zijn tests introduceerde op Franse scholen.
Verrassend is wel het grote belang dat Dweck toekent aan inzicht en geloof in de groeipotentie van ons brein. Dweck verdeelt leerlingen in twee categorieën, gebaseerd op de manier waarop zij omgaan met uitdagingen en tegenslag. Kinderen met een vaste mindset gaan uitdagende opdrachten uit de weg. Zij denken: als je iets niet kunt of het lukt niet, dan ben je dom of niet handig en daar valt weinig aan te doen. Kinderen die geloven in groei, veren juist op als de lat hoog ligt. Met hun growth mindset zijn zij ervan overtuigd dat je vaardigheden ontwikkelt door hard te werken.
Twee pijlers dragen de theorie van Dweck. De eerste: leerlingen hebben veel profijt van hun mentale instelling. ‘Een growth mindset heeft een diepe invloed op de motivatie van studenten’, schrijft Dweck in Mindset. ‘Die mindset zorgt ervoor dat ze gefocust zijn bij het leren, beter doorzetten, meer leren en beter presteren op school.’ En de tweede: Je kunt studenten het geloof in de maakbaarheid van hun brein aanleren. Dan gaan ze beter presteren.

Beroemdheden
Dweck illustreert haar theorie met de levensverhalen van beroemdheden als Jackson Pollock, Marcel Proust, Elvis Presley, Ray Charles, Lucille Ball en Charles Darwin. Allemaal mensen die het ver schopten hoewel hun omgeving weinig potentie in hen zag. Zo’n lijst success stories bewijst niet veel, maar Dweck heeft 172 publicaties op haar naam waarin ze het belang van het geloof in eigen mogelijkheden wetenschappelijk onderbouwt.
‘Pas op: lof kan gevaarlijk zijn’, is de kop boven een van die veelgeciteerde wetenschappelijke artikelen. Deze studie beschrijft een experiment dat laat zien dat kinderen die complimentjes krijgen omdat ze hun werk slim hebben gedaan, bij een volgende opdracht minder doorzettingsvermogen aan de dag leggen. Dwecks verklaring: als kinderen horen dat hun slimheid vastligt, zijn ze minder gemotiveerd om daaraan te werken.
Maar bestaat dat effect ook echt? De laatste jaren trekken collega’s de onderzoeksresultaten van Dweck en haar aanhangers in twijfel. In een studie die vorig jaar verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift Psychological Science inventariseert de Amerikaanse psycholoog Brooke Macnamara driehonderd studies naar de invloed van mindset op leerresultaten en naar pogingen om die mindset te verbeteren.
Haar conclusies: het verband tussen een groei mindset en schoolresultaten is ‘heel zwak’ en bovendien inconsistent: in 68 procent van de studies is geen statistisch betekenisvol verband gevonden. Het verbeteren van de mindset van kinderen op de basisschool, middelbare school of in het hoger onderwijs heeft op de schoolresultaten een miniem effect, vergelijkbaar met een tiende punt op een eindexamencijfer. Dat is minder dan een vijfde deel van de ondergrens die de Nieuw-Zeelandse onderwijsonderzoeker John Hattie stelt voor onderwijsinnovaties die de moeite van het doorvoeren waard zijn.

Vraagtekens
Onderwijsonderzoeker Joshi Verschuren stond vorig jaar nog voor de klas op een basisschool in Utrecht die de mindset-methode met de robotjes Fixie en Growie gebruikt. “In groep 6 leerden groepjes leerlingen de groei en vaste mindset te herkennen”, vertelt Verschuren. “En ze kregen, indien nodig, een stappenplan aangereikt om hun gedachtes om te schakelen, van een fixed mindset naar een groei mindset.”
Als Verschuren nu nog voor de klas stond, zou ze niet meer inzetten op het veranderen van de mindset. “Om prestaties te verbeteren zijn andere onderwijsaanpakken effectiever.”
In haar masteronderzoek voor de Universiteit Utrecht, vorig jaar bekroond, plaatst Verschuren vraagtekens bij het verband tussen mindset en onderwijsprestaties. “Dat verband is in sommige studies aangetoond, maar er zijn evengoed studies die de mindset-theorie weerleggen.” Onderzoek van Verschuren zelf onderstreept de twijfel over het nut van de mindset-aanpak. Op elf basisscholen in Tilburg blijkt geen verband te bestaan tussen Cito-scores en de mindset van leerlingen of leraren.

Grofvuil
Soms hebben kinderen die van zichzelf denken dat ze iets niet kunnen, gewoonweg gelijk. Een stappenplannetje om hun denkpatroon te veranderen, helpt dan niks. “De relatie van een growth mindset met schools presteren blijkt niet groot te zijn”, erkent Jelle Jolles, universiteitshoogleraar neuropsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toch vindt Jolles niet dat leerkrachten de mindset-aanpak bij het grofvuil moeten zetten. “Het effect van de mindset op leerresultaten lijkt verwaarloosbaar, maar het gaat in het onderwijs niet alleen om het overbrengen van kennis en ervaring”, zegt hij. “Kinderen moeten ook de kans krijgen om zich te ontplooien.”
Jolles bedoelt dat kinderen op school hun nieuwsgierigheid moeten ontwikkelen en hun motivatie om verder te leren. Als het gaat om persoonlijke groei, het geloof in eigen kunnen, dan heeft de mindset van kinderen volgens hem wel degelijk invloed, al is die persoonlijke groei niet zo goed meetbaar als leerresultaten.
Maar hoe moet een leerkracht die persoonlijke groei dan stimuleren? Kan hij de mindset van leerlingen eigenlijk wel veranderen? “Makkelijk is het niet”, erkent Jolles. “Of het lukt, hangt af van de opvoeding die kinderen hebben gehad, van hun eerdere ervaringen en van hun leeftijd.”
Als je eenmaal een negatieve mindset hebt, is het volgens Jolles lastig die om te buigen. Een jong kind met waterangst kan dankzij goede ervaringen op latere leeftijd veranderen in een waterrat. En een kind dat denkt ‘lezen is moeilijk’ of ‘ik begrijp die som weer niet, het zal wel aan mij liggen’ kan geholpen worden door een inspirerende en sturende leerkracht, denkt Jolles, zeker op de basisschool.
Maar leerkrachten en methodemakers moeten niet verwachten dat ze de mindset van kinderen veranderen met stappenplannen of creatieve beeldspraken: je brein is een spier, als je die hard traint, dan groeit zij vanzelf. Of: naarmate je de zenuwbanen in je hersenen vaker gebruikt, veranderen ze van geitenpaadjes in snelwegen.
Die metaforen zijn niet fout, vindt Jolles, maar ze zijn wel onbruikbaar. “Je kunt kinderen beter laten inzien dat hard werken loont. Sporters als Max Verstappen, Epke Zonderland en Ranomi Kromowidjojo zijn zo goed geworden doordat ze veel ervaring hebben opgedaan en doordat ze hard geoefend hebben. Door hard te werken kun je iets bereiken in de sport en er is geen enkele reden waarom dat in het onderwijs anders zou zijn.”
Het is niet voor niets, legt Jolles uit, dat veel volwassenen wel een leraar kunnen noemen die voor hen het verschil heeft gemaakt. “Leerkrachten moeten iedere leerling de overtuiging geven dat ook zij kunnen leren. Dat leren zinvol is en fun. Het idee van ‘wow’ ik heb het uitgezocht en nu weet ik hoe het zit. Leren is je aanpassen aan een veranderende omgeving. Dat vermogen is mensen eigen, anders zijn ze ziek of is er anderszins iets met ze aan de hand.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.