• blad nr 6
  • 1-6-2019
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

 

Pech, opstapelende rekeningen en deurwaarders

Meervoudige pech met een sausje van inschattingsfouten kan al snel tot opstapelende rekeningen leiden. Ook bij onderwijsmensen. Het Sociaal Fonds van de AOb helpt schrijnende gevallen.
Als ondersteuner in het basisonderwijs was het voor Saar Gerson (60) al geen vetpot. De alleenstaande moeder van drie had moeite de eindjes aan elkaar te knopen en belandde in de schuldsanering. Tot overmaat van ramp kreeg ze problemen met lopen. Het was onduidelijk hoe haar beenaandoening zich zou ontwikkelen, trappen gingen moeizaam en zouden in de toekomst misschien niet meer lukken. “Ik woonde driehoog en omdat ik al een tijdje in armoede leefde, was ik aangewezen op de sociale sector”, vertelt ze. “Ik kreeg voorrang op een woning met een lift en kon verhuizen, maar had daar geen geld voor. Aan de urgentieverklaring was een termijn verbonden, het aanbod voelde als nu of nooit. Probeer in Amsterdam maar eens een betaalbaar huis te vinden…”
Gerson besloot het erop te wagen en verhuisde. Van de gemeente kreeg ze een kleine vergoeding, maar die was ontoereikend. “Ik had bijvoorbeeld geen geld voor een bed voor mijn dochter. Voor mijn vorige woning had ik een kleine huurachterstand en verzekeringen kon ik niet meer betalen. Ik kon mijn afspraken met de schuldsanering niet meer nakomen, terwijl mijn termijn van drie jaar er bijna op zat. Ik zat er in die tijd mentaal echt doorheen.”
In het Onderwijsblad had Gerson al vaker een bericht gelezen over het Sociaal Fonds. Een regeling voor AOb-leden die buiten hun schuld in de financiële problemen zijn geraakt en die bij overheidsinstanties en hulpverleners nul op het rekest hebben gekregen. “Die regeling is niet voor mij, dacht ik. Ik heb geen hypotheek die ik niet langer kan ophoesten, ik dreig mijn huis niet uitgezet te worden. Maar mijn dochter had geen bed en ik zag geen uitweg meer, dus heb ik toch contact gezocht met de AOb”, memoreert Gerson, die net als de andere Sociaal Fonds-cliënten in dit artikel niet met haar echte naam opgevoerd wil worden.
Het Sociaal Fonds is opgericht uit solidariteit met collega’s met financiële moeilijkheden. “Mensen die een beroep op ons doen, moeten een heel gedetailleerde vragenlijst invullen”, legt Elles Tenten, voorzitter van het fonds, uit. “Ze moeten echt met de billen bloot, anders kunnen wij geen afgewogen beslissing nemen. Wanneer een aanvrager op basis van de vragenlijst aan onze voorwaarden lijkt te voldoen, komen we bij hem of haar langs.”
Het Sociaal Fonds helpt mensen hun financiën weer op orde te krijgen en leent renteloos geld uit. Dat gebeurde zeven jaar geleden ook bij Gerson. “De AOb heeft een aantal rekeningen rechtstreeks betaald en ik heb een klein bedrag voor losse eindjes gekregen. In totaal ging het om tweeduizend euro.”
Het Sociaal Fonds beschikt in totaal over 30 duizend euro. Het zijn meestal geen grote bedragen die uitgeleend worden, tenminste: voor mensen die hun financiën op orde hebben. Voor mensen met financiële problemen kan een paar duizend euro extra schuld voldoende zijn kopje-onder te gaan.

Merkkleding
Uit het onderzoek Financiële problemen 2018 van kenniscentrum Nibud, blijkt dat 32 procent van de Nederlandse huishoudens het afgelopen jaar met een of meerdere betalingsachterstanden te maken heeft gehad. Vaak gaat het om sociale minima, maar dat is lang niet altijd het geval.
Zo dacht Shivani Chedoe (55) haar zaakjes goed voor elkaar te hebben zij een goede baan in het onderwijs, hij idem, een mooi koophuis. “Maar met dat huis was altijd wel iets”, vertelt ze. “Het had onderhoud nodig, dan weer wat in de keuken, dan weer wat in de badkamer. Ik hield mij vooral bezig met onze drie kinderen. Mijn salaris ging daar goeddeels aan op. Ik dacht dat mijn man verantwoordelijk genoeg was de rest te regelen. Voor hem was het belangrijk merkkleding te dragen, weer een nieuwe bril aan te schaffen, nieuwe schoenen. Hij kocht een nieuwe auto. Ik vroeg hem of we dat wel konden betalen, hij deed het voorkomen alsof we voldoende geld hadden voor zulke uitgaven. En ik vroeg niet door. Ik was vol vertrouwen of onwetend, hoe je het maar noemen wilt.”
Toen kwamen de brieven van incassobureaus, telefoontjes van schuldeisers, een deurwaarder belde aan. Ruzies liepen op. Chedoe: “Ik ontdekte dat mijn man al een afbetalingsregeling met onze schuldeisers had afgesproken, maar zijn afspraken niet nakwam. Wat gebeurt er met ons gezin, vroeg ik me af. Ons huwelijk was in moeilijkheden. Ik zag geen toekomst meer.”
Toen kwam het Sociaal Fonds in beeld. “Voorwaarde voor hulp is dat de financiële problemen buiten je schuld ontstaan zijn”, vertelt Chedoe. “Mijn man had lening op lening afgesloten: Dat is niet buiten je schuld, dacht ik. Maar het was wel buiten mijn schuld.” Het gesprek met het Sociaal Fonds was niet ‘streng’, benadrukt Chedoe. “Ze wilden me echt helpen. Wij hadden op dat moment dertien verschillende schuldeisers, in totaal ging het om zo’n 7500 euro. De AOb heeft onze schuldeisers rechtstreeks afbetaald namens ons. Wij moesten elke maand honderd euro terugbetalen aan de AOb. We kregen hulp onze financiën beter te organiseren, ik heb een cursus omgaan met schulden gevolgd. Toch heb ik één of twee terugbetalingen gemist. Toen mijn man en ik gingen scheiden, moest ik verhuizen en kon ik mijn afspraak even niet nakomen. Ik stelde het Sociaal Fonds daarvan op de hoogte; de reactie was heel coulant. Ik kreeg extra hulp, de terugbetalingstermijn werd verlengd. Nu, bijna tien jaar later, ben ik uit de schulden. Ik leen niets meer en red me prima.”

Wanbeheer
Als ‘streng’ zou voorzitter Tenten de werkwijze van het Sociaal Fonds niet omschrijven. “Maar we sluiten nooit lichtzinnig een lening af. Het gaat immers wel om het geld van onze leden. Wanneer mensen financieel wanbeheer voeren, helpen wij hen in principe niet met een lening: we kunnen dan immers niet verwachten dat zij het geleende geld terugbetalen. Ook mensen met gokschulden of mensen die naast hun baan in het onderwijs een failliet bedrijfje hebben, helpen wij niet, daarvoor zijn andere instanties. Hetzelfde geldt voor mensen die door een inkomensachteruitgang in de problemen zijn gekomen. Dat is heel sneu, maar: verdien je minder, dan is het beter de tering naar de nering zetten en te leren omgaan met dat kleine inkomen. Wij helpen mensen daar zelf niet mee, maar verwijzen wel door.”
Geschiedenisleraar Sietse Faber (58) is zeer bedreven in ‘de tering naar de nering’. “Ik werk een aantal uren per week als invaldocent en ben daarnaast schrijver. Vaak moet mijn inkomen aangevuld worden met bijstand, ik heb maar 1100 euro per maand te besteden. Daar kom ik van rond. Ik ga niet uit eten, niet naar de bioscoop en niet ergens een biertje drinken. Ik eet gezond, maar koop mijn kleren bij de kringloopwinkel wat overigens best een leuke sport is.” Maar zodra er iets misloopt met zijn betalingen, heeft Faber wel een probleem. “In 2011 kwam ik in de ww-plusregeling. Die werd een maand of twee, drie niet uitbetaald. Hoewel ik wat geld van vrienden kon lenen, kreeg ik mijn hypotheek niet betaald.” Het Sociaal Fonds heeft toen de hypotheek rechtstreeks betaald. “Mensen die een beroep op ons doen hebben vaak gewoon pech”, vertelt voorzitter Tenten. “Het ene jaar krijgen we zes nieuwe aanvragen, het andere twee; in de tientallen loopt het nooit. We hebben nu vijf zaken van mensen die ons nog geld verschuldigd zijn.” Het Sociaal Fonds onderhoudt intensief contact met zijn cliënten. Wanneer er haperingen zijn in de terugbetaling bellen vrijwilligers van het fonds erachteraan, komen ze langs, schrijven ze brieven. “Eerst vriendelijk, daarna meer dringend.” Een deurwaarder op cliënten afsturen, doet het fonds niet. Tenten: “Eigenlijk worden we altijd terugbetaald. Vaak zijn de financiële problemen van onze cliënten ook tijdelijk.” Recent hielp het Sociaal Fonds bijvoorbeeld een docent die zijn baan kwijtraakte toen hij net aan een nieuwe studie begonnen was. “Juist met een aanvullend diploma zou hij makkelijker een nieuwe baan vinden. Zo is het ook gegaan en de AOb heeft zijn geld weer terug”, vertelt Tenten.
En Saar Gerson, de ondersteuner uit het begin van dit artikel? “Ik ben uit de schuldsanering, ik heb mijn financiën beter op orde. Twee van mijn kinderen zijn het huis uit. De derde woont nog thuis, maar draagt bij aan de vaste lasten. Het gaat goed nu.”

Financiële problemen gaan vaak gepaard met schaamte. Vandaar dat de cliënten niet met hun echte naam worden opgevoerd in dit artikel. Namen zijn wel bij de redactie bekend.

[kader]
Sociaal Fonds
AOb-leden met financiële problemen kunnen in bepaalde gevallen hulp krijgen van het Sociaal Fonds van de AOb. Het fonds komt pas in actie als alle andere overheidsinstanties en hulpverleners nul op het rekest hebben gegeven. De problemen moeten buiten iemands schuld zijn ontstaan en de hulpvrager moet minimaal één jaar ononderbroken lid zijn geweest van de AOb. Meer informatie is op te vragen bij Joop Kraan, de secretaris van het Sociaal Fonds: kraan.2@kpnmail.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.