- blad nr 1
- 12-1-2002
- auteur . Overige
- Opinie
Eenheid nodig in aanpassing basisvorming en tweede fase
De notitie over aanpassingen van de tweede fase van staatssecretaris Adelmund zal binnenkort in de Tweede Kamer worden besproken. Deze notitie is gebaseerd op het stuk Hoofdlijnen herijking tweede fase havo/vwo, dat in overleg met het ministerie en de onderwijsorganisaties is opgesteld. Op dit discussiestuk zijn drie reacties mogelijk. Men kan gelaten zeggen: oké, het is wel de derde aanpassingsmaatregel in vier jaar, maar laten we deze nieuwe suggesties ook maar weer één voor één op hun merites bekijken. En hopen dat collega's en leerlingen bereid zijn ook deze aanpassingen te accepteren, en vervolgens afwachten wat december 2002 gaat brengen.
Of je hebt een minder gelaten houding en reageert: dit is nou al de derde keer in vier jaar! Laat ons alsjeblieft de tweede fase in rust verder invullen. Tekortkomingen lossen we, al dan niet volgens de officiële regels, zelf wel op.
Hoezeer ik begrip kan opbrengen voor deze laatste houding, het is veel logischer, zelfs bijna onontkoombaar, om na lezing van bovengenoemd discussiestuk te concluderen dat het tijd wordt om de tweede fase als geheel kritisch te bekijken. Het is onbegrijpelijk dat het ministerie nog geen drie jaar na invoering opnieuw met een groot aantal, soms ingrijpende, wijzigingsvoorstellen komt zonder dat op datzelfde ministerie de vraag gesteld wordt of die stroom aanpassingen niet veroorzaakt wordt door veel fundamentelere tekortkomingen in de structuur van de tweede fase.
Inconsequent
De in Hoofdlijnen herijking voorgestelde wijzigingen zijn zo inconsequent, dat ik ernstig twijfel aan de zorgvuldigheid waarmee dit stuk is gemaakt.
Zo wordt eerst gesteld dat het aantal van vier profielen blijft gehandhaafd. Waarna onder het volgende punt wordt voorgesteld deelvakken af te schaffen en slechts te werken met volledige vakken. Echter, het profiel Natuur en Techniek bestaat uit de volledige vakken wiskunde B, natuurkunde en scheikunde, terwijl het profiel Natuur en Gezondheid bestaat uit de deelvakken van genoemde drie exacte vakken aangevuld met biologie. Als je de deelvakken afschaft, verdwijnt toch een van beide profielen?
Nadat in een vorige maatregel het voorstel tot afschaffen van algemene natuurwetenschappen en de tweede moderne vreemde taal op de havo voor bijzonder veel onrust had gezorgd, werd dat idee verworpen. Het staat nu weer in deze nota.
Bij de invoering van de tweede fase werd leesvaardigheid Frans en Duits voor vwo-leerlingen onmisbaar geacht. Voor studenten van allerlei universitaire richtingen was het kunnen lezen van artikelen en boeken in die talen immers van levensbelang. Nu geven de universiteiten toe dat dat in het geheel niet het geval is. Maar ondertussen werd de vwo-opleiding opgezadeld met een systeem van deelvakken leesvaardigheid dat vakinhoudelijk onverdedigbaar is en didactisch een ramp om in les te geven.
Het gemeenschappelijk deel wordt verder uitgehold door ook geschiedenis en maatschappijleer niet meer voor alle leerlingen verplicht te stellen. Klassieke culturele vorming - voor gymnasiumleerlingen een verplicht vak - verdwijnt naar de vakken Latijn en Grieks. Het wordt daarmee, kijkend naar de noodkreet van de klassieke talen om meer uren, zo goed als zeker op veel scholen in praktijk afgeschaft.
Deugt er dan niets van deze vernieuwde tweede fase? Allerminst. De uitgangspunten worden dan ook breed gesteund, zowel wat de structuur betreft, als het idee dat een leerling naast kennis ook vaardigheden en een meer zelfstandige werkhouding moet worden bijgebracht.
Op zich was de tweede fase een goed antwoord op de enorme keuzevrijheid die de Mammoetwet kende, maar bij de invulling van deze opzet is wel erg veel fout gegaan. Zoals de werkdruk voor leerlingen.
Het verplichte gemeenschappelijk deel levert samen met het profieldeel al bijna een volle werkweek op, zodat de ruimte voor leerlingen om vrij een vak te kiezen beperkt werd tot één, vaak klein, vak.
Niksen
Een van de grootste problemen kon je van het begin af aan verwachten. De opzet in de tweede fase was: meer vakken die daarbij ook zwaarder moesten zijn. Dat kan niet, tenzij leerlingen onder de Mammoetwet en masse hebben zitten niksen. Logisch dat leerlingen in het begin klaagden over de zwaarte, logisch dat er al zo snel verlichtingsmaatregelen nodig waren.
Ook het feit dat meer vakken leiden tot gemiddeld minder lesuren per vak, en dus tot versnippering, heeft schijnbaar niemand van tevoren aan zien komen, maar was toch echt voorspelbaar.
Ook op andere terreinen heeft men grote inschattingsfouten gemaakt. Zo maakten de praktische opdrachten (zo belangrijk in het meer vaardigheidsgericht onderwijs) eerst zestig procent uit van het schoolexamen, hetgeen nog voor onze eerste leerling met een diploma van school ging in twee stappen verlaagd werd naar twintig procent. Vorig jaar werd dat percentage weer veranderd tot tussen de twintig en veertig.
Wat ik tot nu toe heb aangegeven, is dat het idee achter de tweede fase niet slecht is. De uitwerking wordt echter gekenmerkt door zo veel fouten, dat we niet toe zijn aan de zoveelste aanpassingsronde, maar aan een herbezinning op het geheel.
Blijf uitgaan van de stelling dat naast kennis ook vaardigheden van groot belang zijn, en van de opzet van verplichte vakken en verantwoorde keuzemogelijkheden. Verander en verklein het gemeenschappelijk deel, verander en verklein de profielen en vergroot de mogelijkheden in de keuze daarvan, zodat er meer ruimte is voor het vrije deel. Maar vooral werk vanuit een visie en houd scherp in het oog wat in de praktijk mogelijk is.
Raadsel
Eind vorig jaar kwam de Onderwijsraad met een advies om tevens de basisvorming te veranderen. De voornaamste knelpunten zijn ook daar: overladenheid, te weinig samenhang, versnippering door te groot aantal vakken, beperkte didactische vernieuwing, onvoldoende afstemming tussen onder- en bovenbouw.
Opvallend genoeg dezelfde als in de tweede fase. Bij de invoering van de basisvorming zowel als de tweede fase is er te zeer vanuit gegaan dat de onder- en bovenbouw van havo/vwo-opleidingen twee tamelijk losstaande eenheden zijn. Maar scholen leiden leerlingen niet op voor de basisvorming. De basisvorming sluit niets af. Leerlingen gaan over van de derde naar de vierde klas, op dezelfde school, in hetzelfde gebouw, met hun eigen klas, en met voor het overgrote gedeelte dezelfde leraren.
Het is een raadsel dat er nu weer voorstellen over de inrichting van de basisvorming worden gedaan zonder enige rekening te houden met het vervolg, namelijk de hoogste klassen. Hoe kun je bijvoorbeeld voorstellen doen over eventuele invoering van het combinatievak science in de basisvorming zonder de gevolgen voor de eisen van de afzonderlijke vakken in de bovenbouw daarbij te betrekken? Hoe kun je pedagogische en didactische veranderingen in de tweede fase blijven benadrukken, zonder de onderbouw daarbij te betrekken?
Zeer consequent wordt bij de knelpunten in de basisvorming én in de tweede fase de slechte aansluiting tussen deze beide genoemd. Echt consequent is het pas als erkend wordt dat deze beide een geheel vormen en dat hervormingen zich nooit mogen en nooit kunnen beperken tot één van beide deelgebieden.