- blad nr 1
- 12-1-2002
- auteur . Overige
- Redactioneel
Geen vakantie op huiswerkinstituut:
'Leerlingen lopen enorm achter op school'
Vijftig procent van de leerlingen die huiswerkinstituut Van Berkum in Amersfoort en Leusden bezoekt, heeft moeite met planning en discipline. Vaardigheden waarop juist in de tweede fase een beroep wordt gedaan. Directeur Jeroen van Berkum: "Hoewel het aantal leerlingen hier sinds de invoering van het studiehuis niet is gestegen, kennen ze nu wel veel grotere problemen dan vroeger. Ze lopen bijvoorbeeld enorm achter op school."
M&M's en chipszakken liggen op sommige tafels in het huiswerkinstituut Van Berkum in Amersfoort. Leerlingen zitten gebogen over hun boeken en het is vrij stil in het felverlichte lokaal. Regelmatig komt er een leerling langs het kantoortje van directeur Jeroen van Berkum met vragen als: 'Ik ben al overhoord, hoor! Mag ik nu even mijn moeder bellen en vragen of ze me komt halen?' Het is een week voordat de kerstvakantie begint voor de scholen in Nederland. Maar niet voor de meeste leerlingen op dit huiswerkinstituut, want hier gaat begeleiding gewoon door in de vakanties. Ook op nieuwjaarsdag.
Op de twee vestigingen van huiswerkinstituut Van Berkum krijgen 55 leerlingen begeleiding en er is ruimte voor 90. Deze capaciteit zal ook nodig zijn. "We hebben al weer veel aanmeldingen gekregen voor na de kerst. Leerlingen hebben dan twee periodes slecht gescoord en zien het niet meer zitten", vertelt Van Berkum. Met de invoering van de tweede fase doorlopen leerlingen periodes van acht weken waarna er toetsen volgen. "Tot die eindtoetsen hebben sommigen het idee dat ze niet zoveel hoeven te doen. Het komt aan op hun zelfwerkzaamheid en daar hebben ze moeite mee. Een deel van het programma bestaat uit de stof leren en het andere deel uit het maken van opdrachten. Dat laatste doen leerlingen braaf, maar een paar dagen voor de toetsen pakken ze hun boeken er pas bij om te leren. Voor goede havo-leerlingen zijn de toetsen op zo'n manier al nauwelijks te bolwerken, laat staan voor wat zwakkere leerlingen."
Mooie cijfers
Wie zijn kind wil plaatsten op huiswerkinstituut Van Berkum moet daarvoor wel over de nodige middelen beschikken. Begeleiding van leerlingen die niet in het examenjaar zitten, kost zeshonderd gulden per maand en eindexamenkandidaten betalen 75 gulden per maand. Leerlingen kunnen dan van 13.00 tot 17.00 uur terecht op het instituut. Van Berkum: "We nemen niet zomaar elke leerling op. Tijdens een intakegesprek praten we met de ouders en de leerling die zelf erg gemotiveerd moet zijn. Anders is er zowel voor de leerling als voor ons geen eer aan te behalen en beginnen we er niet aan."
Na de intake krijgt een leerling een contract mee naar huis met de vraag goed na te denken of hij echt graag wil werken aan zijn huiswerkproblemen. Met dit contract verplicht hij zich om inzet te tonen. Het gebeurt, volgens Van Berkum, dan ook niet vaak dat leerlingen niet komen opdagen.
Samen met de leerling bekijkt het huiswerkinstituut hoeveel hij achter loopt en maakt een plan van aanpak. "We beginnen met de lopende zaken. Als een leerling over twee dagen een repetitie heeft, dan gaan we daarmee aan de slag. Daarna wordt de achterstand langzaam ingehaald. Ons doel is om de onvoldoendes weg te werken en daarvoor mooie cijfers in de plaats te zetten. Bijna alle leerlingen komen hier geknakt binnen; hun zelfvertrouwen is weg en ze denken dat het niks meer wordt. Het geeft veel voldoening om te zien dat ze na een paar weken weer helemaal opbloeien." De gemiddelde tijd dat leerlingen het huiswerkinstituut bezoeken is vier maanden. Maar er zijn er ook die elk jaar weer terugkomen. "Voor sommige ouders is een huiswerkinstituut een manier om hun gezinssituatie leuk te houden, want daar past het huiswerk van hun kind niet in", aldus Van Berkum.
De leerlingen die het huiswerkinstituut bezoeken, komen uit alle takken van het voortgezet onderwijs; van het vbo tot het gymnasium. De helft heeft volgens hem moeite met planning en discipline, terwijl de andere helft cognitieve leerproblemen als dyslexie heeft. Van Berkums ervaring is dat leerlingen op het vbo veel moeilijker te helpen zijn, dan die op de mavo, havo en vwo. Dit komt volgens hem omdat op het vbo er veel op school wordt gedaan en de leerlingen weinig huiswerk mee krijgen. "Daardoor is het voor ons moeilijk om te achterhalen waar de leerlingen op school precies mee bezig zijn. Wij zijn erg afhankelijk van wat de leerling zelf naar ons toebrengt aan huiswerk. Als hij dit niet doet, worden wij buiten spel gezet."
Tekort aan uitleg
De vakken waar leerlingen tegenwoordig vaak moeite mee hebben, zijn volgens Van Berkum Engels en wis-, natuur- en scheikunde. "Bij het Engels wat nu op scholen wordt gegeven, denken docenten blijkbaar dat het wel goed komt als leerlingen het maar veel spreken en ernaar luisteren. Er worden nauwelijks meer oefeningen gedaan en voor de grammatica is weinig aandacht. En een gewone doorsnee leerling heeft wat uitleg nodig bij vakken als wis- natuur- en scheikunde, maar daar ontbreekt het vaak aan op scholen. In de tweede fase zijn er weliswaar contacturen ingeruimd waarin leerlingen hulp kunnen vragen, maar vaak komen ze daarin niet aan bod. Er gaan dan ook alweer discussies op om een gedeelte van de lessen klassikaal te doen, zodat de leerkracht de verwachtte problemen vóór kan zijn door de stof grondig aan iedereen uit te leggen. Tja, gaan we toch weer terug naar vroeger", zegt Van Berkum met een grimas.
Helder kunnen uitleggen van leerstof is essentieel voor iemand die op het huiswerkinstituut wil werken. Op beide vestigingen werken in totaal 25 oproepkrachten, de meesten daarvan zijn studenten. "Ook voor ons is het vinden van personeel altijd een punt van zorg. Studenten hebben tegenwoordig een hoge studiedruk en hebben daardoor minder tijd voor een bijbaan. We hebben wel eens een uitgebluste docent uit het onderwijs gehad, maar dit werkte niet. Daarnaast kunnen wij ons personeel niet betalen wat een leerkracht in het onderwijs verdient." Bij het aannemen van personeel let Van Berkum er op of de kandidaat naast goed uitleggen en overhoren, ook goed met jongeren kan omgaan. "Het voordeel van studenten is dat het nog niet zo lang geleden is dat ze zelf in het voortgezet onderwijs zaten. Ze kennen de problemen dus en staan daardoor dichtbij de leerlingen die hier komen." Dit is volgens de directeur ook nodig omdat werken op een huiswerkinstituut meer is dan simpelweg uitleggen en overhoren. "We zijn ook sociale begeleiders. Ik ben remedial teacher geweest in het voortgezet onderwijs en dat komt goed van pas. Een leerling kan zich niet concentreren als hij bij voorbeeld net knallende ruzie heeft gehad met zijn stiefvader. Ik zie als leerlingen hier binnenkomen vaak wel hoe hun ogen staan en als ze er behoefte aan hebben dan maak ik tijd om even te praten. Ook gebeurt het regelmatig dat ze even hun hart luchten bij een docent waarmee ze goed kunnen opschieten."
Zelfvertrouwen
Een kleine categorie van Van Berkums instituut mee te maken heeft, zijn leerlingen met faalangst. "Bij sommigen uit faalangst zich in dag en nacht doorleren, omdat ze toch altijd bang blijven dat ze niet genoeg hebben gedaan. Deze leerlingen moeten leren inschatten wanneer ze kunnen ophouden met studeren en vertrouwen krijgen in hun eigen kunnen." Zelfvertrouwen is iets wat Van Berkum bij elke leerling die zijn instituut bezoekt wil zien voordat de begeleiding stopt. "We overleggen veel met de ouders en ook met de schoolmentor van een leerling om te bepalen waar nog aan gewerkt moet worden. Als de cijfers van een leerling na verloop van tijd weer goed zijn en de leerling er zelf ook in gelooft dat hij of zij zijn huiswerk voortaan zelf goed kan doen, dan houdt de begeleiding op. Of de leerlingen daar blij mee zijn? Van Berkum lacht: "Sommigen wel. Maar het is ook voorgekomen dat een leerling op zijn verjaardag een extra maand huiswerkbegeleiding vroeg!"
Er komt weer een leerling het kantoor binnenlopen. Ze vertelt enthousiast over het instituut. "Ik heb veel broers en zussen, dus thuis heb ik geen rust om te leren. Hier lukt het prima." Van Berkum praat even met haar en als ze weg is, vertelt hij trots: "Niemand had er vertrouwen in dat zij het vwo kon doen, want ze haalde slechte cijfers. Maar nu zit ze in de vijfde klas en ze haalt achten en negens."