• blad nr 1
  • 12-1-2002
  • auteur D. van 't Erve 
  • Dossier

 

Betrouwbare informatie

Als het met een leerling thuis niet goed gaat, vraagt de Raad voor de Kinderbescherming ook aan de school om gegevens. De betrokken leraar moet dan zo zorgvuldig mogelijk zijn indrukken en de resultaten van de leerling op papier zetten. In dit dossier staat de vraag centraal of de leerkracht daarbij informatie van anderen mag vermelden.
Bij Samantha is het thuis helemaal mis. Samen met de schoolarts en een instelling voor jeugdhulpverlening probeert de basisschool extra aandacht aan haar en het gezin te geven. Als succes uitblijft, stelt de Raad voor de Kinderbescherming uiteindelijk een onderzoek in. Leerkracht R. probeert nauwgezet en zo uitgebreid mogelijk de schoolprestaties en ontwikkeling van Samantha te beschrijven. Hierbij maakt hij ook gebruik van informatie van iemand die direct betrokken is bij het gezin. Als Samantha's moeder hier achter komt, dient zij een klacht in bij de landelijke klachtencommissie waarbij de school is aangesloten. Volgens haar klopt de meeste informatie over het gedrag van haar dochter, maar zij vindt het niet terecht dat R. informatie van derden heeft doorgegeven, zonder bij haar te controleren of die juist is. De informante was inderdaad een direct betrokkene, maar er is ruzie ontstaan. De moeder beschuldigt haar nu van kwaadsprekerij. De leerkracht had dus nooit zomaar van die informatie gebruik mogen maken.
Volgens het beleid van de school mag informatie uit de tweede hand in een rapport aan de Raad voor de Kinderbescherming worden opgenomen, mits dit duidelijk wordt aangegeven. R. vermeldde nadrukkelijk dat hij ook informatie van anderen had, het is aan de raad om deze informatie te verifiëren. R. kan zich voorstellen dat Samantha's moeder hier zeer ontstemd over is, maar hij vond het in het belang van haar dochter om het toch te doen. Na overleg met de directeur en de interne begeleider had hij ook nog bij de inspectie naar de richtlijnen gevraagd, die bleken er niet te zijn. R. heeft naar eer en geweten gehandeld en staat op het standpunt dat als de raad alleen informatie bij de ouders mag opvragen, de situatie vaak veel rooskleuriger zal worden voorgesteld.
Volgens de wet mogen persoonlijke gegevens alleen maar aan een derde worden verstrekt, als een wettelijk voorschrift dit vereist of als het gebeurt met toestemming van de geregistreerde. Als de Raad voor de Kinderbescherming gegevens vraagt, is de school dus verplicht hieraan gehoor te geven. Maar de vraag blijft of het in dit geval zorgvuldig is verlopen. De klachtencommissie vindt dat een school in eerste instantie alleen gebruik mag maken van informatie van derden als zij beroepsmatig bij de school betrokken zijn, bijvoorbeeld een schoolbegeleidingsdienst. Informatie van anderen mag slechts worden doorgegeven wanneer de betrouwbaarheid ervan niet omstreden is. De informatie die R. heeft gegeven, is afkomstig van iemand met wie de moeder ruzie heeft gekregen. Hiervan was R. op de hoogte. Volgens de commissie had hij nooit de informatie mogen verstrekken, ook niet met de kanttekening over de betrouwbaarheid ervan. Hij had de raad er hooguit op mogen attenderen dat de betrokken persoon wellicht ook relevante informatie heeft. De commissie acht de klacht gegrond. Het bevoegd gezag is inmiddels bezig om beleid te ontwikkelen hoe moet worden omgegaan met informatie van derden die niet professioneel bij de school betrokken zijn.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.