• blad nr 1
  • 12-1-2002
  • auteur . Overige 
  • Vakwerk

Basisschoolkinderen lezen zmlk-leerlingen voor 

Het sociale aspect staat voorop'

De Fatimaschool en de zmlk-Mattheusschool staan naast elkaar in Rotterdam. Al jaren organiseren ze activiteiten voor kinderen van beide scholen. Sinds twee jaar komen kinderen uit groep 7 van de Fatimaschool wekelijks naar de Mattheusschool om de zmlk-leerlingen van hun eigen leeftijd voor te lezen. De scholen vinden het belangrijk dat de kinderen met elkaar omgaan, integratie staat voorop. Met het duo-voorleesproject wonnen de scholen een jaar geleden de Onderwijsprijs van Zuid-Holland.

'Hoe vond je het boek?", vraagt Willeke aan Wahida. Ze hebben net 'Kleine Bever' gelezen en moeten nu het beoordelingsformulier invullen. Samen hangen ze over het blaadje, waarop ze aan de hand van gezichtjes moeten aangeven of ze het boek grappig, spannend, zielig of mooi vonden. Wahida wijst het lachende gezichtje aan.
Het is de tweede keer dat Willeke van de Fatimaschool naar de Mattheusschool komt om Wahida voor te lezen. Ze hebben het boek vorige week samen uitgekozen. Willeke heeft 'Kleine Bever' thuis voorbereid. "Ik heb het gewoon een paar keer gelezen en vragen verzonnen", vertelt ze.
Elke woensdagochtend komen zes kinderen uit groep 7 van de Fatimaschool voorlezen op de Mattheusschool. Ieder kind heeft een vast voorleesmaatje. Samen zoeken ze het boek in de bibliotheek van de Mattheusschool. De wekelijkse bijeenkomst duurt 45 minuten, het voorlezen een kwartiertje. "De kinderen kunnen hun aandacht er niet zo lang bijhouden", zegt Ria van Duinen, groepsleidster van de Mattheusschool. Met een vrijwilligster van de Fatimaschool begeleidt zij het duo-voorlezen.
Sleutelwoord bij het duo-project is integratie. "Het sociale aspect staat voorop", zegt Geert Jan Reinalda, directeur van de Mattheusschool. "Als de kinderen iets van het boek opsteken, is dat mooi meegenomen, maar belangrijker is dat de kinderen op een gelijkwaardige manier met elkaar omgaan." Wel leren de zmlk-leerlingen het boek na te vertellen.
De kinderen van de Mattheusschool hebben zonder uitzondering een IQ onder de 60. Ze zijn langzaam van begrip, kunnen zich niet lang concentreren of zijn sociaal niet vaardig. Op de school zitten autistische kinderen, of bijvoorbeeld kinderen met het syndroom van Down. Hun niveau en belevingswereld sluiten niet aan bij die van hun 'normale' leeftijdsgenootjes, en daarom richten zij zich tot kinderen van hun eigen niveau. En die kinderen zijn vaak jaren jonger. Volgens Reinalda is het goed dat de zmlk-leerlingen van jongs af aan omgaan met 'normale' leeftijdsgenootjes. Zo kunnen zij zich optrekken aan de andere kinderen en blijven ze niet in hun kleine wereldje hangen. Voor kinderen uit het reguliere onderwijs is het juist goed om in aanraking te komen met kinderen die 'anders' zijn dan hen.

Maatje
De voorleesbijeenkomst begint in de kring, daarna verspreiden de kinderen zich met hun maatje door het schoolgebouw. Rustig zitten de kinderen te lezen in het lokaal, de personeelsruimte of het keukentje. De twee begeleidsters lopen rond en gaan er af en toe bij zitten. Na het lezen stellen de voorlezers vragen over het boek aan hun maatje. Daarna komen alle kinderen terug in de klas. Hier laten de kinderen hun favoriete plaatje zien, en vertellen erbij waarom ze het plaatje zo mooi vinden.
"De kinderen van de Mattheusschool genieten van het voorleesuurtje", zegt Van Duinen. "Ze vinden het leuk om met leeftijdsgenootjes om te gaan, met kinderen die van buiten de school komen." De kinderen zijn tien of elf jaar oud. "Ze komen elkaar tegen op het schoolplein, herkennen elkaar. Dat vinden ze fijn," vervolgt Van Duinen. "Laatst kwam een leerling trots vertellen dat ze Vera van de Fatimaschool had gezien."
Sinds het project twee jaar geleden is begonnen, is de bibliotheek van de Mattheusschool flink uitgebreid. De school besteedde ruim tienduizend gulden aan de aanschaf van nieuwe boeken. Het zijn vooral prentenboeken en boeken met veel illustraties, want de kinderen van de Mattheusschool kunnen niet lezen. Een enkeling kan zijn naam schrijven, maar verder dan losse letters komen de meesten niet. Zinnen lezen kunnen de kinderen niet. Daarom zijn de plaatjes zo belangrijk bij het voorleesuurtje.
Bij de aanschaf van de boeken wordt gekeken naar het AVI-niveau en het belevingsniveau van de boeken. Het AVI-niveau geeft aan welk technisch leesniveau een kind moet hebben om een bepaald boek te kunnen lezen. Dit gaat dus vooral om taal. Het belevingsniveau verwijst naar het vermogen van een kind om zich te verplaatsen in een boek. De niveaus van de kinderen verschillen. Het ene kind is in staat moeilijke woorden te begrijpen, maar kan een ingewikkeld verhaal niet volgen, terwijl een ander kind juist wel een moeilijk verhaal snapt maar daar simpel taalgebruik bij nodig heeft. In tegenstelling tot normale kinderen loopt de ontwikkeling van het belevingsniveau en het technische niveau bij de kinderen van de Mattheusschool niet gelijk. Daarom kiest de school boeken uit waarin deze niveaus worden gecombineerd, zodat ieder kind een passend boek kan vinden. In de bibliotheek staan boeken met een hoog AVI-niveau en een laag belevingsniveau, of andersom. "Een boek kan heel spannend zijn, maar makkelijk taalgebruik hebben. Of de taal is moeilijker en het verhaal heel makkelijk", zegt Reinalda.

Nuttig
Als de leerlingen van de Fatimaschool zes keer hebben voorgelezen aan hun leeftijdsgenootjes van de Mattheusschool, zijn andere kinderen uit de klas aan de beurt, want het is een verplicht onderdeel op de Fatimaschool. Voorlezer Patrick: "Ik zou ook komen voorlezen als het niet zou hoeven, want het is heel erg leuk." Willeke voegt er wel aan toe dat ze het niet zou doen als ze de enige uit de klas zou zijn.
Naast het voorleesproject organiseren de twee scholen ook integratieactiviteiten voor andere klassen. De kinderen spelen samen, maken muziek of sporten met hun leeftijdsgenoten. Per week besteedt ieder kind ongeveer drie kwartier aan gezamenlijke activiteiten. Af en toe worden er door de scholen nieuwe projecten bedacht. Binnenkort willen ze iets gaan doen met computers.
Omdat de leerlingen van beide scholen al van jongs af aan met elkaar omgaan, ontstaat er een band tussen de kinderen. "Vriendschap is een groot woord, maar ze kennen elkaar wel", zegt Reinalda. Hij benadrukt dat de kinderen van de Fatimaschool zich bijzonder voelen, juist omdat ze met de zmlk-kinderen optrekken. Ze voelen zich nuttig. Zoals de dyslectische jongen van de Fatimaschool die er bij het voorlezen achter kwam dat hij beter kon lezen dan zijn duo-maatje. Nu was hij eens een keer de beste. Reinalda: "De kinderen laten zien wat ze kunnen en dat geeft ze zelfvertrouwen."
De voorlezers nemen hun taak dan ook serieus. "De kinderen zijn ontzettend meegaand,", zegt Van Duinen. Volgens haar moeten de kinderen van de Fatimaschool in het begin wel wennen aan hun voorleestaak, maar willen ze altijd meewerken. Van Duinen: "Ze kennen elkaar natuurlijk ook al een beetje van andere projecten."
In de kring zitten de twaalf kinderen na het voorlezen bij elkaar. Myron mag als tweede zijn lievelingsplaatje laten zien uit 'Lentekonijn'. Hij gaat de kring twee keer rond met het boek en wijst op het plaatje het konijn en haar jongen aan. "Juf, mag ik nu naar de wc?" roept hij als hij klaar is. Patrick heeft met Bodien 'De mooiste vis van de zee' gelezen. Het is een mooi boek, vindt Bodien, thuis heeft ze er een cd van. Haar lievelingsplaatje is die met verschillende soorten vissen. Als iedereen zijn boek heeft laten zien, gaat het groepje naar de bibliotheek om een nieuw boek uit te zoeken voor volgende week. De meesten kiezen een prentenboek met kleurrijke plaatjes of ruilen hun boek met een ander kind. "Ik wil het boek van Bodien!" roept Myron, die onder de indruk was van de glitterende vissen in haar boek. Even later staan de kinderen van de Fatimaschool klaar om naar hun eigen school terug te gaan, iedereen een boek in hun hand. Onder de arm van Myrons voorleesmaatje schittert een vis.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.