• blad nr 2
  • 1-2-2019
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

‘Buitenlands lerarendiploma ondergewaardeerd’

Diploma’s van leraren uit niet-westerse landen worden ondergewaardeerd, stellen twee docenten die daar ervaring mee hebben. “Nederland heeft een tekort aan docenten. Waarom wordt het deze groep dan zo moeilijk gemaakt?”

Tekst Lisanne van Sadelhoff

Op een vrijdagmiddag zitten Marjorie Huisraad (53) en Mariam Schenk (40) in een café in Utrecht. Eigenlijk was de afspraak dat ze hun verhaal telefonisch zouden doen, maar het zit hen hoog. Heel hoog. Dus besloten ze uit Noord-Holland naar Utrecht af te reizen. Op hoge poten, dat moet gezegd. Want ze willen dat iedereen hun boodschap hoort: de diploma’s van niet-westerse docenten worden in Nederland niet op waarde erkend. Ze zien het om hen heen. Horen het. Van collega’s en vooral tijdens overleggen van de groep Kleurrijk Onderwijs van de AOb, waar Huisraad (biologiedocent in Alkmaar) lid van is en Schenk (docent Engels in Hoofddorp) voorzitter. Die groep streeft naar meer diversiteit in het onderwijs en komt op voor docenten van niet-Europese afkomst.
“Er woont nu een vriendin bij mij die jarenlang lesgaf op een basisschool op Sint Maarten”, vertelt Huisraad. “Daar had ze een diploma voor. Maar toen ze hier kwam, moest ze eerst een driejarige hbo-opleiding volgen om hetzelfde te mogen doen. Ze staat ondertussen wel vijf dagen voor de klas, want ja, een volwassen vrouw kan niet zomaar drie jaar alleen maar studeren zonder te werken. Maar ze mag niet alle dagen alleen staan. Dat werkt toch demotiverend als je zo veel ervaring hebt?”
Er zijn meer voorbeelden. Tientallen docenten kloppen bij hen aan: wat moeten ze doen? Is er een manier om sneller hun diploma te halen? Of om hun diploma toch te laten erkennen voor de functie die ze willen uitvoeren? Huisraad: “Ik kan hen ook niet helpen. Regels zijn regels.”
Schenk haalt haar schouders op. Haar handen in de lucht. “We snappen het niet. Nederland heeft een tekort aan docenten. Waarom wordt het deze groep dan zo moeilijk gemaakt? Ik heb een collega uit Portugal die binnen een maand een lesbevoegdheid kreeg. Een collega uit Afrika, met meer leservaring op hetzelfde niveau, moet een tweejarige hbo-opleiding doen.”
Schenk stelt dat er meer moet worden gekeken naar ervaring, en iets minder naar het papiertje. “Lesgeven zit in je. Als je jaren voor de klas hebt gestaan in Afrika, en daar een papiertje voor hebt, dan kun je het ook in Nederland.” Sterker nog: ze stelt dat je in Afrika ‘veel innovatiever’ moet zijn. “Je hebt minder middelen en meer leerlingen. Ga er maar aan staan.”
Leraren met roots in Afrikaanse landen of de Nederlandse Antillen kunnen daar ook hun voordeel mee doen, denkt Schenk. Omdat ze leerlingen met dezelfde achtergrond beter begrijpen dan leraren die alleen in Nederland voor de klas hebben gestaan. Van die kennis wordt nu onvoldoende gebruikgemaakt. Schenk: “Afrikaanse jongeren bijvoorbeeld hebben meer respect voor moederfiguren dan voor docenten. Een moeder is heilig in die cultuur. Ik snap dat, ik ken hun cultuur, ik ben hun cultuur.”

Regels
Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs, is de instantie die advies uitbrengt over de erkenning en waardering van diploma’s. “Wanneer iemand met een buitenlands diploma in Nederland wil komen werken of studeren, kunnen wij daar een advies voor uitbrengen”, vertelt Anne Lutgerink, woordvoerder van de organisatie. Dat doet Nuffic aan de hand van een heleboel criteria. Aan de Nuffic adviezen kunnen echter geen rechten worden ontleend. De Dienst Uitvoering Onderwijs (Duo) van het ministerie van Onderwijs besluit uiteindelijk of het advies wordt opgevolgd. Als docenten de onderwijsbevoegdheid die ze graag willen, niet krijgen, dan kunnen ze een opleiding volgen om alsnog het diploma te halen dat ze nodig hebben. “Binnen Europa zijn de diploma’s niet per se meer of minder gelijk aan elkaar”, aldus Lutgerink. Wel is het zo dat in Europa de onderwijssystemen meer zijn geharmoniseerd. Dat is gekomen door het zogenoemde Bolognaproces. In 1999 tekenden bijna dertig Europese Onderwijsministers de Bolognaverklaring. Doel daarvan was, en is, een Europese vergelijkbare hoger onderwijsruimte, met daarin vergelijkbare graden en niveaus. Daardoor zou de uitwisseling van studenten en docenten tussen verschillende landen bevorderd worden. Lutgerink: “Dat levert op dat systemen en diploma’s eenvoudiger met elkaar te vergelijken zijn binnen Europa.”
Duo ontkent dat het waarderen van niet-westerse bevoegdheden ingewikkelder is dan het waarderen van Europese lerarendiploma’s. “Dat hebben we niet in kaart”, zegt André Schenkel, woordvoerder van de organisatie. “Wij kijken naar artikel 33a bij het toekennen onderwijsbevoegdheden.” Hij benadrukt dat daar een aantal regels aan zijn verbonden. Zo moet de buitenlandse opleiding een lerarenopleiding zijn, en moet het niveau vergelijkbaar zijn met dat van het Nederlandse onderwijs. “Het buitenland-diploma moet gekoppeld zijn aan een bevoegdheid en gericht zijn op het vak waarvoor een Nederlands diploma wordt aangevraagd.” Volgens Schenkel gelden deze regels voor alle docenten: “Of ze hun lesdiploma nou binnen of buiten Europa hebben gehaald.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.