- blad nr 2
- 1-2-2019
- auteur Y. van de Meent
- Redactioneel
Flexwerk laat zich niet zomaar terugdringen
‘Ze komt met levendige praktijkvoorbeelden, ze is betrokken, haar lessen zitten altijd vol en het grootste deel van de klas haalt goede cijfers’, zeggen haar studenten in het blad Punt van Avans Hogeschool. Helga Donga (36) won afgelopen juni de Docent van het Jaar-verkiezingen die het hogeschoolblad organiseerde. Donga is beginnend docent, maar kan putten uit rijke praktijkervaring in de marketing & sales en dat waarderen haar studenten.
Het was een bitterzoete overwinning, want de docent kreeg vlak voor de prijsuitreiking te horen dat ze na de zomervakantie niet kon terugkeren bij de opleiding international business in Den Bosch. Dat heeft haar leidinggevende haar niet rechtstreeks verteld, ze moest het opmaken uit een mail van personeelszaken waarin stond dat ze was aangemeld voor van werk naar werk-begeleiding.
Een flinke domper op de feestvreugde, maar de kersverse Docent van het Jaar had goede hoop dat ze aan de slag zou kunnen bij een andere Avans-opleiding. Ze heeft een masterdiploma, heeft de didactische cursus voor hbo-docenten afgerond en er zaten goede evaluaties in haar personeelsdossier. “Ik heb voor de zomervakantie nog twee serieuze sollicitatiegesprekken gehad, die verliepen positief. Ze wilden me graag hebben”, vertelt Donga. “Maar ik kreeg die banen niet omdat ik dan een vaste aanstelling zou moeten krijgen. Dat was de enige reden. De directeuren die me afbelden hebben dat allebei gezegd.”
Huiverachtig
Het is al jaren schering en inslag in het hbo. Beginnende docenten krijgen een tijdelijk contract en vliegen eruit zodra ze een vaste aanstelling moeten krijgen. Ze worden vervangen door een nieuwe lichting tijdelijke arbeidskrachten. Als vervangers niet makkelijk te vinden zijn, kunnen ze als uitzendkracht, payroller of zzp’er verder, om na een half jaar weer op een nieuw tijdelijk contract bij de hogeschool in dienst te komen.
Daardoor is de flexibele schil in het hbo flink uitgedijd. 30 procent van het werk wordt uitgevoerd door flexwerkers, bleek in 2013 uit onderzoek van Zestor, het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds van de Vereniging Hogescholen en de onderwijsvakbonden. Terwijl de overgrote meerderheid van de beginnende docenten een loopbaan in het onderwijs ambieert en dus graag een vast dienstverband wil, stellen de onderzoekers van de Erasmus Universiteit die het Zestor-onderzoek uitvoerden.
Hogescholen zijn huiverachtig om personeel in vaste dienst te nemen omdat ze zelf opdraaien voor de ww-kosten als een medewerker ontslagen moet worden. Omdat de studenteninstroom schommelt is dat risico groot, denken ze. Maar die voorzichtigheid is niet helemaal terecht. Het ontslagrisico wordt overschat, constateren de onderzoekers, terwijl de kosten van flexibele contracten onderschat worden. Het steeds opnieuw werven, inwerken en begeleiden van flexibel personeel maakt tijdelijke contracten duurder dan vaste.
Onder druk van de vakbonden werden er daarom in de cao afspraken gemaakt over het terugdringen van het flexwerk, maar die hebben tot nu toe weinig effect. Uit vervolgonderzoek van Zestor blijkt dat de flexschil tussen 2013 en 2017 nauwelijks gekrompen is.
Heikel
Maar het klimaat is aan het veranderen. Het meest in het oog lopende teken daarvan is de overstap van CNV-voorzitter Maurice Limmen naar de Vereniging Hogescholen. Limmen waarschuwt in afscheidsinterviews voor de instabiliteit en onzekerheid die flexibilisering veroorzaakt. Flexwerkers, ook de hoogopgeleiden, zijn bang om voor zichzelf op te komen en hun mening te geven, want je kan zo op straat staan, betoogde de nieuwe voorman van de hogescholen in oktober in NRC Handelsblad. ‘Daarom vind ik die flexibilisering zo schadelijk.’
Dat flexibilisering nu ook bij de werkgevers onder vuur ligt, maakt de kans groter dat de afspraken over het terugdringen van flexwerk die in de laatste cao-hbo zijn gemaakt, wel worden uitgevoerd. In die cao, die op 1 april vorig jaar is ingegaan, is afgesproken dat bij regulier werk, zoals het verzorgen van onderwijs, voortaan een vaste aanstelling hoort. Tijdelijke contracten zijn alleen bestemd voor projectmedewerkers en student-assistenten. Uitzendkrachten en payrollers worden alleen nog ingehuurd als invalkracht bij ziekte of piekbelasting. En elke hogeschool legt een bovengrens vast voor het aantal flexibele banen.
Maar de medezeggenschapsraden maken nog geen haast met de aanpak van dit heikele probleem. “Ze voelen de urgentie niet omdat het zittend personeel belang heeft bij een flinke flexibele schil”, denkt AOb-rayonbestuurder Nasera Azzouz die met hogeschoolbesturen over sociale plannen onderhandelt. “In krimpsituaties worden de tijdelijke contracten niet verlengd en daardoor kunnen reorganisaties waarbij vast personeel moet afvloeien worden voorkomen.”
“Medewerkers in vaste dienst zijn vaak best blij met flexwerkers”, vult haar AOb-collega Roelf van der Ploeg aan. “Het is handig: van die mensen in een kwetsbare positie die je allerlei taken in de maag kunt splitsen omdat ze hun mond niet durven open doen”, stelt de cao-onderhandelaar. Helga Donga weet er alles van. “Je krijgt als tijdelijke docent de lastigste klassen en de moeilijkste lessen. Ik stond bij Avans 89 procent van mijn aanstellingstijd voor de klas, terwijl er vaste collega’s waren die maar 20 of 30 procent van hun tijd met onderwijsuitvoering bezig waren.”
Meerkoppig monster
De flexibele schil is een meerkoppig monster, hield Adea van Doorn, directeur p&o bij Avans de medezeggenschapsraad begin december voor. Ze vindt het zuur dat de hogeschool docenten opleidt die vervolgens na twee jaar weer moeten vertrekken, noteert een redacteur van het hogeschoolblad die aanwezig was bij informatieve bijeenkomst voor raadsleden. ‘We willen meer jonge docenten, die doorstroom is gewenst. Maar de flexibele schil is ook ter bescherming van zittende werknemers.’
Het Onderwijsblad vroeg zowel de voorzitter van de medezeggenschapsraad als de directeur p&o om een toelichting. Avans verwacht dat de instroom pas over vijftien, twintig jaar zal krimpen en houdt de komende jaren flinke bedragen over. Volgens de laatste prognoses loopt het overschot naar 18,4 miljoen euro in 2022. Waarom is het dan zo lastig om goed functionerende docenten een vaste aanstelling te geven? Op die vraag willen de mr-voorzitter en de p&o-directeur niet ingaan. Het is een interne kwestie die formeel nog niet op de agenda van de medezeggenschapsraad staat, mailt de voorzitter van de raad.
Dat minderen met flexwerk helemaal niet zo moeilijk hoeft te zijn, bewijst de Hogeschool van Amsterdam. Vijf jaar geleden had 36 procent van de HvA-medewerkers een flexbaan, één op de vier werknemers had een tijdelijke aanstelling en 12 procent werd ingehuurd via een uitzendbureau, payrollbedrijf of was zzp’er. De afgelopen vier jaar is de Amsterdamse flexschil meer dan gehalveerd. In 2017 werd nog maar 10 procent van het werk gedaan door medewerkers in tijdelijke dienst en 4,5 procent door uitzendkrachten en payrollers.
De externe inhuur is in het hele hbo flink afgenomen sinds de Belastingsdienst forse boetes uitdeelde aan hogescholen die zpp’ers voor de klas zetten. Maar de daling van het aantal tijdelijke contracten is te danken aan eigen beleid van de HvA. “Bij vast werk, hoort een vast contract. Dat is bij ons al sinds 2015 het uitgangspunt”, legt HvA-woordvoerder Wouter Rutten uit. “Van de angst voor ww-verplichtingen hebben we afscheid genomen. Dat kan ook doordat we veel betere prognosemodellen hebben waarmee de schommelingen in de studentenaantallen beter zijn te voorspellen. Werken met vaste contracten is daardoor een aanvaardbaar risico geworden.”
Kennis
Ook bij de Hogeschool Rotterdam is de flexibele schil al flink gekrompen. “Dat mag ook wel”, meldt voorzitter van de medezeggenschapsraad Sjoerd van Vliet. “We gingen richting een flexschil van 30 procent.” Eind vorig jaar had nog maar 15 procent van het personeel een tijdelijk contract en werd maar 5 procent van het personeelsbudget besteed aan externe inhuur. Vier jaar geleden, voor de Hogeschool Rotterdam een naheffing van de Belastingdienst kreeg, was dat nog bijna 12 procent.
En het kan nog best wat minder, vindt Van Vliet. “Onze onderwijsfilosofie is dat een team een vaste kern nodig heeft zodat er kennisdeling kan plaatsvinden. Onderwijs geven is niet iets wat je er eventjes bij doet, het zijn echte banen.”
Daarom is de raadsvoorzitter blij dat het hogeschoolbestuur afgelopen zomer heeft besloten de cao-afspraken onmiddellijk uit te voeren. “Nieuwe werknemers krijgen voortaan een aanstelling met uitzicht op een vast contract. Een tijdelijke aanstelling kan alleen nog bij hoge uitzondering.” Dat kan ook best, vindt de raadsvoorzitter. Voor krimp hoef je helemaal niet zo bang te zijn. “Als je een goede personeelsplanning hebt, kun je schommeling in studentenaantallen best opvangen met het natuurlijk verloop.”
Helga Donga staat sinds oktober weer voor de klas. Ze heeft een tijdelijke baan als docent bij De Rooi Pannen, een Brabantse mbo-instelling. Na haar gedwongen vertrek bij Avans heeft ze het een tijdje moeilijk gehad. “Je komt vol energie binnen, maar ze trekken je in twee jaar helemaal leeg.” Ze wil die donkere periode liever achter zich laten, maar treedt nu toch naar buiten. “Omdat dit moet stoppen, ook in het belang van de studenten. Jonge, frisse docenten moeten na twee jaar vertrekken, terwijl docenten die al dertig jaar bij Avans werken, blijven zitten. Daar worden studenten echt niet vrolijk van.”