• blad nr 2
  • 1-2-2019
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

De juffentoon

“Wat vind je zelf? Concentreer jij je in de les? Ben je rustig? Ben je gefocust? Hoor je de uitleg? Let je goed op?” Een echte docent spreekt nadrukkelijk, langzaam, simpel, invoelend en toch onverbiddelijk. Een echte docent herhaalt de mededeling op allerlei manieren. “Je hebt je onvoldoende opgehaald. Petje af. Echt heel knap. Ik ben trots op je.” Een echte docent merkt niet dat hij zo praat, omdat beroepshouding en persoonlijkheid zijn versmolten. Tenminste, zo ziet het er uit.
Zelf heb ik die toon de juffentoon als kind gehaat. Kinderen zijn toch niet achterlijk? Het zijn toch ook mensen? Waarom doen alsof je in de leerling en zijn weerwoord geïnteresseerd bent, als de conclusie al klaar ligt!
Na de basisschool lieten mijn ouders me naar middelbare scholen gaan die te bekakt (school nummer één) of te ruig en vernieuwend waren (nummer twee) voor docenten-speak. Het ging in nummer één uitsluitend over de vakinhoud, in nummer twee was de zaak niet helemaal duidelijk, want in de bibliotheek werd in hasj gehandeld.
Toen ik veel later zelf ging lesgeven, stuitte ik op collega’s die geen beroepstoon hadden. Iqbal bijvoorbeeld zegt gewoon grijnzend tegen een kind: “Ga weg, ik heb nu geen zin in je. Je moet gewoon je mond houden als er iets wordt uitgelegd.” Op andere momenten staat hij met datzelfde kind grappen te maken of een ernstig gesprek te voeren. Volkomen inconsequent en voor leerlingen volkomen begrijpelijk en acceptabel.
Larsen neemt altijd de tijd voor een leerling. Hoe ze dat organiseert, weet ik niet. Er komen geen voorgedrukte formules uit haar mond. Ze probeert ook niet leuk of origineel te zijn. Ze wil tot in het diepst van haar hart dat de leerling tegenover haar ergens over nadenkt. Zo overviel ze Milano (een lief maar ongeconcentreerd joch, nooit voorbereid op een toets, altijd zonder boek of pen, altijd te laat, vraagtekenvormige ogen) met de welgemeende vraag: “Wat voor een mens wil jij eigenlijk worden, later?” Hij denkt er een jaar later nog over na.
Kookdocent Rijnzicht omschrijft de leerlingen, als ze niet in de buurt zijn, als ‘apen’ afgewisseld met ‘beren’ en dan ook nog ‘zonder toekomst’. Maar zoals Rijnzicht door zijn knieën kan zakken om naar een overstuur geraakt kind te luisteren, zo diep en ontroerend zakken er niet veel door hun knieën. “Kerel, ik snap dat je boos bent, maar…”
En zo houdt iedereen zichzelf aan de praat met de toon die haar of hem het beste ligt. Er zijn bij ons ook collega’s met de toon waarmee dit stukje begon, de juffentoon, die van ‘echte’ docenten. Ik heb er respect voor gekregen. Als het je ligt, werkt het. Er zijn genoeg leerlingen die het heerlijk vinden, die hypnotiserende beek van veelgebruikte woorden en standaardreacties. Het schept rust en duidelijkheid. Zo’n docent wordt niet gauw driftig of ongeduldig. Dat is al heel wat.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.