- blad nr 1
- 12-1-2002
- auteur . Overige
- Redactioneel
Leraarsvak vooral voor buurmeisje aantrekkelijk
Dit zijn enkele bevindingen uit de Onderwijsmeter 2001. Voor het derde jaar vroeg het ITS doorsnee Nederlanders en ouders met schoolgaande kinderen naar hun mening over het basis- en voortgezet onderwijs.
Uit de beantwoording van de vraag of mensen hun buurmeisje of -jongen zouden adviseren leraar te worden, blijkt dat de aantrekkelijkheid van het leraarsvak is gestegen. Niet alleen het buurmeisje krijgt een positief advies, ook de buurjongen kan op steun rekenen. En niet alleen het basisonderwijs is populair, ook het voortgezet onderwijs. Dat is in tegenspraak met de tanende belangstelling om zelf leraar te worden. In 1999 overwoog de helft van de ondervraagden een leraarschap in het voortgezet onderwijs, nu is dat nog 44 procent. Voor het basisonderwijs was dat 43 procent in 1999 en 34 procent in 2001. Als redenen om niet voor een baan in het onderwijs te kiezen, worden genoemd: men acht zichzelf niet geschikt, het beroep spreekt niet aan, de betaling is te karig.
De geënquêteerden maakten zich het meeste zorgen over het lerarentekort. Een ruime meerderheid vindt het daarom een goed idee om zij-instromers het lerarentekort op te laten vullen, of mbo'ers als klassenassistent op te laten treden.
Ondanks het lerarentekort zijn ouders van schoolgaande kinderen behoorlijk tevreden over de scholen van hun kinderen. Vooral de tevredenheid over persoonlijke aandacht en aandacht voor cijfers van kinderen is in basis- en voortgezet onderwijs groeiende. Wel vinden meer ouders dan in voorgaande jaren dat de hygiëne op school te wensen overlaat.
De ondervraagden vinden dat er op school meer aandacht moet worden besteed aan feitenkennis en basisvaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Zij maken zich daarentegen minder zorgen over gedragsproblemen van kinderen, al vinden meer doorsnee Nederlanders dan ouders dat scholen extra aandacht moeten besteden aan de sociale ontwikkeling van kinderen. Opvallend is dat de behoefte aan computeronderwijs zowel in het basis- als het voortgezet onderwijs afneemt. Als mogelijke verklaring geeft het ITS dat er nu meer computers in het onderwijs zijn, zodat de vraag is gedaald.