- blad nr 1
- 1-1-2019
- auteur A. Moerman
- Meer voor elkaar
In gifgroen op de bres voor de AOb
Dat lijkt me niet niks, zo’n lange dag in die groene AOb-stand?
“Het is elke twee jaar bijzonder waar de afdeling marketing van de AOb weer mee tevoorschijn komt. Steeds weer een topstand op een prominente plek in de hal. En altijd leuke gadgets, weet je nog dat we van die gifgroene Uggs uitdeelden. Prachtig. Dit jaar wordt het een chocoladereep. En niet-leden krijgen drie maanden lang het Onderwijsblad gratis thuisbezorgd.”
Ik begrijp dat de AOb jou graag ziet rondlopen op de Nationale Onderwijstentoonstelling NOT?
“Oh ja, hoezo dan?”
Je bent nogal een spraakwaterval?
“Grapjas. Maar het klopt, ik praat makkelijk. Aan het einde van zo’n dag ben ik bekaf. Maar ik doe het graag, want ik ben razend enthousiast over de bond: ik breng dat graag over. Gelukkig merk ik in enkele seconden of iemand geďnteresseerd is of niet. Ik heb ook binnen twee minuten nadat ik een onbekende school ben binnengestapt in de gaten ‘hoe het daar zit’. Dat is toch de levenservaring die ik als 64-jarige meebreng.”
Waarom dat enthousiasme over de AOb?
“Natuurlijk heeft de bond steken laten vallen met dat po in actie. Toch vind ik eigenlijk dat iedereen verplicht lid zou moeten zijn. Als onderwijzend personeel meer over hun eigen werk te vertellen wil hebben, dan moet ze zich massaler organiseren. Een bond met 150 duizend leden is machtiger dan een bond met 85 duizend leden. Als lid kun je daarnaast altijd met vragen of problemen terugvallen op de bond. Bovendien krijg je elke maand het voortreffelijke Onderwijsblad op je deurmat.”
Heb je bij de bond dan wat in de melk te brokkelen als eenvoudig lid?
“Natuurlijk jongen. De AOb is een echte democratische organisatie waarbinnen leden echte invloed uitoefenen. ‘Jullie zijn de bond’, zeg ik altijd. Via de bond kun je je eigen professionele ruimte versterken. In Utrecht proberen ze oprecht goed te luisteren naar hun leden.”
Hoe werkt dat dan?
“Ik ben bijvoorbeeld al acht jaar sectorconsulent in Brabant. Als ‘ogen en oren’ van de bond bezoek ik 230 scholen per jaar en hoor ik wat er leeft en wat de oplossingen zijn. Van die bezoeken maak ik verslag en uiteindelijk zie je die bevindingen terug in het AOb-beleid of bij de cao-gesprekken. De AOb is echt een bond die wordt gevormd door de mensen uit het onderwijs.”
Sta je zelf nog voor de klas?
“Jazeker, nog één dag per week voor groep 6 in Tilburg. De laatste tien jaar houd ik me daarnaast vooral bezig met werk voor gemeenschappelijke medezeggenschapsraden en met een regionaal project om pabo-studenten en jonge onderwijzers begeleiding op maat te geven. Dat project moet uitgroeien tot een professionele leergemeenschap voor de hele regio. Van, voor en met elkaar. De begeleiding en coaching in het onderwijs kan zoveel beter en dat kunnen we maar het beste zelf organiseren. Ik smeed met groot plezier de netwerken die dit bewerkstelligen.”