- blad nr 1
- 1-1-2019
- auteur D. van 't Erve
- Redactioneel
Prisma slecht muren tussen onderwijsvormen
‘Kinderen leren van elkaar’
Zingend loopt een jongen met drie boeken onder zijn arm door de gang. “De nieuwe bibliotheek is een uitkomst”, vertelt Prisma-directeur Ina Rook, terwijl ze naar de kleurrijke ruimte met boekenkasten wijst. “De drempel om boeken te lenen ligt veel lager als leerlingen dat gewoon in de school kunnen doen.”
Het is een voorbeeld van hoe Prisma de ontwikkeling van kinderen stimuleert. Er worden drempels geslecht, maar vooral ook muren. Twee scholen voor speciaal onderwijs (cluster 3 met dertig kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en cluster 4 met veertig kinderen met een gedragsstoornis of psychische problematiek) en een school voor speciaal basisonderwijs (honderd leerlingen met leer-, gedrags- of opvoedingsproblemen) zaten al sinds 2008 samen in een nieuw gebouw. Met de invoering van passend onderwijs daalde het aantal leerlingen en toen de Ambelt aangaf haar cluster 4-school onder te willen brengen bij een lokaal bestuur, lag samengaan voor de hand. Maar zo simpel is het niet, alleen al omdat het van de overheid niet mag. Er is dan namelijk sprake van twee zogenoemde brin-nummers met afwijkende financiering in één klas.
Het bestuur liet zich niet tegenhouden en drie jaar geleden werden, onder begeleiding van een externe adviseur en een projectgroep van teamleden, de groepen en teams gemixt. Sinds augustus dit jaar heeft Prisma alsnog toestemming om op experimentele basis de integratie tussen so en sbo te onderzoeken. “Het is vreemd om de schotjes in het speciaal onderwijs te behouden, terwijl je samen sterker staat en meer mogelijkheden hebt om alle leerlingen goed onderwijs te bieden”, zegt Rook. “Voor de leerkrachten is dit proces natuurlijk best spannend en het riep ook wel weerstand op. Ze voelen zich verbonden met hun doelgroep. We geven de school daarom samen vorm: iedereen die wil, kan meepraten. Gelukkig is die groep heel groot.”
Heel gewoon
De 185 leerlingen zijn ingedeeld in groepen op basis van leeftijd, sociaal-emotionele ontwikkeling, communicatievaardigheid, zelfstandigheid en het uitstroomprofiel. Naast veertien stamgroepen zijn er twee stergroepen waarin kinderen zitten met specifieke of complexe ondersteuningsbehoeften. De leerlingen gaan graag naar school, blijkt volgens Rook uit een enquête. “Kinderen hoefden nauwelijks te wennen en vinden het nu heel gewoon. Ze weten echt niet of ze nou eigenlijk in het so of sbo horen en dat doet er ook niet meer toe.”
In de paarse vleugel op de begane grond is de onderbouw gevestigd. In groep C zitten elf leerlingen van tussen de 5 en 7 jaar oud te luisteren naar een verhaal van leerkracht Siska van Vilsteren. Ze ziet veel voordelen in het geïntegreerd onderwijs. “Kinderen leren van elkaar”, legt ze uit. “Als een kind de letter A niet weet, helpt de ander hem. Niemand vindt het stom dat iemand iets niet weet.”
Dat werkt ook andersom, vult Rook aan. “Een slimme jongen voelt zich bijvoorbeeld helemaal gelukkig in de klas die op een lager niveau functioneert, omdat hij zich nu niet hoeft te meten met andere slimme kinderen. Om zijn sociale vaardigheden te stimuleren is hij buddy van een kleutertje. ‘Ga maar niet rennen hoor, daar word je druk van’, hoorde ik hem laatst zeggen. Zo mooi hoe dat uitpakt.”
Van de elf leerlingen in groep C zijn er vier met zware gedragsproblematiek en vier die veel verzorging nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze niet zindelijk zijn. Van Vilsteren: “De problematieken zijn evenredig verdeeld in de groepen, dat geeft verlichting. Ik kan de tijd beter verdelen dan wanneer alles geclusterd is. Het ene kind bevindt zich nog op het niveau van de peuters, terwijl het andere al kan lezen. Het vergt veel creativiteit om aan te sluiten bij deze doelgroep, daar hou ik van.”
Stapjes
Kleine klassen en extra ondersteuning van een assistent of pedagoog zijn daarbij wel een voorwaarde. “Ondersteuning wordt gegeven waar die het meest nodig is”, zegt leerkracht Helma Zwakenberg. “We kijken goed welke kinderen bij elkaar passen en wat een kind nodig heeft, zodat we werkbare groepen krijgen.”
Zwakenberg werkt bijna 25 jaar in het onderwijs, waarvan de laatste tien jaar in het speciaal onderwijs. Nu is ze leerkracht van de stergroep met negen kinderen die zeer specifieke begeleiding nodig hebben. Ze werkt nauw samen met orthopedagogisch dagcentrum de Klim-op, om ook de kinderen die veel zorg nodig hebben onderwijs te bieden. “Je moet wel feeling hebben met deze leerlingen, anders red je het niet. Ik hou van uitdagingen: het kader mag van mij altijd weer wijder. Natuurlijk is dat wennen, zo heb ik nu twee leerlingen op aanvankelijk leesniveau, dat is voor mij vrij nieuw. Maar ik vind het mooi om te zoeken naar een passend programma. Als dat lukt en een kind gaat vooruit, ook al zijn het piepkleine stapjes, dan kan ik daar erg van genieten.”
Paprika
De bovenbouw bevindt zich op de eerste verdieping, in de oranje vleugel. “Nee, nee”, roept een jongen, terwijl hij wilde gebaren maakt. Zijn juf begeleidt hem naar een aparte ruimte waar ze bij hem blijft. “Dat werkt veel beter dan een time-out waardoor kinderen soms helemaal losgaan”, vertelt directeur Rook, die zelf jarenlang ervaring heeft in het cluster 4-onderwijs. “Nu mogen ze ook boos zijn en dit uiten, maar ze ervaren dat ze deze gevoelens ook onder controle kunnen krijgen.”
“Wat was de paprika lekker”, zegt Rook tegen een meisje dat in de deuropening staat. “Echt?”, vraagt ze terwijl een brede lach op haar gezicht verschijnt. Ze deed gisteren mee met het kookprogramma tijdens de talentmiddag. Op dinsdag- en vrijdagmiddag nemen kinderen groepsoverstijgend deel aan sportieve of creatieve workshops die leerkrachten zelf geven. “Talenten komen vaak juist in andere activiteiten naar boven, dus hier sta ik heel erg achter”, vertelt Van Vilsteren. Ze geeft mediawijsheid waarbij kinderen filmpjes leren maken met een groen scherm. “Heel leuk om te doen, maar ik merk dat het best lastig is om goed aan te sluiten bij wat de kinderen nodig hebben omdat ik ze niet goed genoeg ken. Misschien is het beter om de workshops in de onderbouw apart te organiseren.”
Onderzoek
Een lector van Saxion onderzoekt het integratieproces en de opbrengsten ervan. “Dat onderzoek bekostigen we zelf omdat we het heel belangrijk vinden om te weten wat goed gaat en wat beter kan”, vertelt de directeur. “We zijn op de goede weg, maar er valt nog veel te doen.”
Zo is ze tevreden over het pedagogisch klimaat en de uitstroom, die op hetzelfde niveau ligt als toen de groepen niet gemixt waren. Veel kinderen stromen uit naar regulier onderwijs. Over de tussentijdse uitstroom daar is ze niet tevreden. “Het is verdraaid moeilijk om een kind op een reguliere basisschool te plaatsen en het gaat vervolgens ook niet altijd goed. Positief is dat basisscholen hun ondersteuning steeds beter op orde hebben, maar er zal nog veel moeten veranderen in de aanpak.”
Recent onderzoek bevestigt dat beeld: er is te weinig tijd, kennis en ondersteuning om passend onderwijs te kunnen bieden. Na een jarenlange daling stijgt het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs nu weer, een ontwikkeling die zich ook voordoet op Prisma. Rook: “Leerlingen komen nu ook veel later bij ons binnen, vanaf groep 6/7. Wat doet dat met ze en wat valt er nog te repareren in de twee jaar dat ze hier zijn?”
Haar wens is de integratie op termijn door te zetten met regulier onderwijs en jeugdzorg. “Inclusief onderwijs vraagt om een structuurverandering en een andere manier van denken. Passend onderwijs was een verkapte bezuiniging, dat gaat niet samen met het creëren van goed onderwijs voor elk kind.”
Ondertussen laat Prisma zien dat ‘ontschotten’ wel kan. Leerkracht Van Vilsteren bouwde een hoek van haar lokaal om tot fietsenwinkel, compleet met werkbank en materiaal. Vol enthousiasme plakten kinderen er banden en sorteerden gereedschap. “Door ervaringsgericht onderwijs creëer je zoveel leermomenten: van rekenen tot samenwerken. Wat ik leuk vind is dat ik weet: dat meisje moet echt met letters bezig en die jongen met de begrippen van groot naar klein. Het is geweldig als dat lukt. Deze week hebben we alles uit elkaar gehaald, naar de sloop gebracht en tien euro verdiend. De kinderen waren dolgelukkig. En ik ook, daar gaan we weer een nieuwe hoek mee inrichten.”