• blad nr 1
  • 1-1-2019
  • auteur K. Hagen 
  • Redactioneel

 

Met dyslexie voor de klas

Hoe is het om als docent met dyslexie voor de klas te staan? Docenten vertellen over hun ervaringen en trucs. “Soms schatten collega’s je lager in.”

Ze kwam er pas achter toen ze werd gevraagd om ‘even een toetsje’ te maken zodat ze haar vak, biologie, ook in het Engels kan geven op haar middelbare school voor tweetalig onderwijs. Docente Mariëlle Wolters (46): “Mijn collega zei: ‘jij lijkt wel dyslectisch’. Alles viel toen op zijn plek.”
Op een schaal van tien geeft Wolters zichzelf een negen voor de mate van dyslexie. “Vooral zelf iets formuleren op papier is moeilijk. Net als spelling en grammatica: wanneer is het een ‘d’ of ‘t’ en ik draai letters om. Spreken en luisteren gaat prima. Nu ik bezig ben met mijn scriptie voor de eerstegraads lerarenopleiding loop ik er weer tegenaan.”
Wolters staat achttien jaar voor de klas en heeft haar eigen trucs. “Biologietoetsen in het Engels kijken collega’s van de sectie Engels na. Die halen er fouten uit.” Voor moeilijke woorden heeft de biologiedocente een oplossing. “Ik maak een lijstje zodat ik de woorden kan overschrijven. Of ik houd het boek erbij.” Ook maakt Wolters veel schematische tekeningen. “Dat past bij mijn vak. Ik schrijf amper volzinnen op, maar gebruik vaak pijltjes met steekwoorden. Ik leg woorden uit en de leerlingen schrijven ze op.” Nakijken doen collega’s van de biologiedocent sneller, denkt ze. “Ik beoordeel bovendien alleen op vakinhoud. Als ik een fout zie, onderstreep ik die, maar ik zie minder taalfouten.”

Pabo’s
Bij dyslexie in het onderwijs wordt vaak aan leerlingen gedacht. Over dyslectische docenten hoor je minder vaak. Lerarenopleidingen en pabo’s houden ook niet altijd bij hoeveel studenten dyslexie hebben. Zo laat de woordvoerder van de Marnix Academie in Utrecht per mail weten dat niet alle pabo-studenten dit aan het begin van hun studie aangeven, maar pas als ze vastlopen. Het jaarrapport van het expertisecentrum Handicap + Studie laat wel zien dat van alle functiebeperkingen in het hbo dyslexie en dyscalculie de grootste groep is.
Mbo-docent Tommy Derksen (32) geeft les op Aventus en puzzelt dagelijks met cijfers: hij leidt studenten op tot administrateur en geeft vakken als informatica. “Je maakt mensen niet gelukkig als ik taal geef”, zegt hij. Informatie uit teksten halen vindt hij lastig. “Ik lees langzamer en ik lees bijvoorbeeld ‘IKEA’ als er ‘IAEA’ in een krantenkop staat. Ook met ‘d’s’, ‘t’s’ en interpunctie heb ik moeite.”

De mbo-docent ‘leent’ voor zijn lessen veel uit methodes. “Die haal ik in huis en daar maak ik nieuwe opdrachten van met nieuwe cijfers. Ook neem ik de tijd. Soms schrijf ik iets drie of vier keer. Waar anderen een uur bezig zijn, ben ik tot drie of vier uur bezig en ik ontwijk zinnen als ik niet weet of het een ‘d’ of ‘t’ is.” Belangrijke schoolbrieven laat Derksen controleren. “Mijn voornaamste slachtoffers zijn mijn moeder en vrouw.”

Kwitantie
Bewust koos Derksen voor zijn vak. “In het primair onderwijs is taal een wezenlijk onderdeel van wat je moet uitleggen. In mijn vak ben ik cijfermatig bezig. Daar weet ik alles van en een groot deel is pedagogiek en didactiek. En als ik dan een keer iets niet precies weet op te schrijven, kwitantie is zo’n woord, dan is er altijd een computer dichtbij met Google.”
Jochanan Boertjens (42) heeft ook weleens zijn vriendin gebeld om een tekst te checken toen hij een groepsmail moest versturen en daar stress van kreeg. Dyslexie is bij hem vastgesteld in groep 4 van de basisschool. Toen hij op 35-jarige leeftijd de deeltijd pabo-opleiding ging doen maakte hij zich de spellingsregels eigen en hij haalde de taaltoets. Boertjens: “Ik had een boek: ‘De taaltoets haal je zo’ en daaruit heb ik tot in den treuren geoefend. Ik moet er veel meer voor doen dan andere mensen.”
Na zijn opleiding was Boertjens invaller. “Dat ging ondanks de dyslexie goed. In het basisonderwijs kun je veel op de methode werken en uit je hoofd leren. Ik gaf les aan groep 4 waarbij het nog gaat over dubbele letters zoals ‘maaken of maken’, dat lukte mij wel.”
Nu is hij mbo-docent wildlife op het Zone.College, een school die vmbo en mbo combineert. “Ik wilde op een basisschool werken, maar deze baan kwam op mijn pad en het mbo spreekt mij aan. Nu geef ik vakken dierenverzorging en praat ik vooral met studenten. Wel kijk ik verslagen langzamer.”

Ict-minded
Compenseren is de remedie voor Johan Smeets, natuurkunde-docent in Venlo. In het tweede jaar van de havo bleek dat hij dyslexie had. “Echt, ik ben fulltime dyslecticus.” Woordjes leren ging vroeger niet en Smeets vindt het lastig op te schrijven wat iemand voorzegt. De tweedegraads lerarenopleiding natuurkunde haalde hij.
“Alleen getallen gaan prima en ik ben goed in analyseren. Bij een vak waar je veel uit je hoofd moest leren heb ik een vervangende opdracht gedaan. Ik ben ict-minded en compenseer daarmee mijn tekort elders.”
Ook in zijn huidige baan doet hij dit. “Natuurkunde is structureren en analyseren. Ik schrijf zo min mogelijk woorden op het bord, want ik voel mij daar niet prettig bij. Ik compenseer dat dan wel weer met een zelfgemaakte website waarop mijn leerlingen natuurkundesommen maken. Er komen op die site steeds nieuwe opdrachten tevoorschijn. Als iets mij veel tijd kost, dan bedenk ik iets creatiefs zodat het minder tijdrovend is. Mijn kracht is dat ik oplossingen heb waar ook mijn collega’s van profiteren.”
Smeets wijst op de ‘verhaaltjessommen’ die je veel tegenkomt bij wiskunde. “Vandaag bij een vwo-klas voelde ik dat ik de mist inging. Ik haal de woorden door elkaar, maar kon daarna wel mijn denkfout aan de leerlingen uitleggen zodat zij die fout niet hoeven te maken.”

Lezen
Jezelf trainen door veel te lezen, is iets wat leerkracht Joeri Baartscheer (28) doet. Hij geeft les aan groep 7 op een Utrechtse basisschool. “Ik weet dat ik dyslectisch ben en dat is altijd een aandachtspunt voor mezelf”, zegt Baartscheer. Nu hij bezig is met een opleiding voor directeur merkt hij dat de dyslexie een rol speelt. “Vooral als ik academisch moet schrijven vind ik zinsbouw moeilijker en duurt het langer.”
Voor de klas heeft Baartscheer er juist niet zoveel last van. “In groep 7 is het ook veel herhaling van spellingsregels”, zegt hij, terwijl hij naar de kast loopt om een taalboekje te laten zien. “Je hebt de lesbeschrijving en ik moet de spellingsregels aan ze uitleggen. Die ken ik uit mijn hoofd. Bovendien loop ik met mijn hbo-niveau op hun niveau voor. Het enige waarbij ik echt voorzichtiger ben is in mails aan ouders.”
Baartscheer vindt dat je het niveau hebt als je de pabo haalt en aan alle eisen voldoet. “Of je dat haalt met extra toetstijd maakt niet uit, dan heb je als leraar misschien meer tijd nodig voor lesvoorbereiding maar dat maakt je geen slechtere leraar.”
De coördinator van de lerarenopleiding Nederlands aan de Hogeschool Rotterdam, Edwin de Vette, geeft aan dat zijn hogeschool dyslectische studenten op verschillende manieren helpt en begeleidt. Ze krijgen onder meer extra toetstijd en kunnen speciale cursussen volgen. De Vette: “Dat betekent niet dat we afbreuk doen aan de kwaliteit. Studenten moeten alle eindkwalificaties halen.”
Ook houdt de school gesprekken aan het begin van de opleiding. “Dat doen we met iedereen, maar met dyslectische studenten hebben we het specifiek over wat het voor hun beroep betekent.” Momenteel zitten er drie dyslectische studenten op de lerarenopleiding. “Als zij een manier vinden om ermee om te gaan, dan staat het de uitoefening van het beroep niet in de weg.”


Fonetisch
Dat het soms niet lukt, weet Clairette Odijk, docent culturele en kunstzinnige vorming (ckv) in het Rotterdamse praktijkonderwijs. Op twee verschillende pabo’s haalde ze de taaltoets niet. “Ik had zitten blokken, maar vanwege mijn dyslexie lukte het niet. Ergens is dat logisch: als je het zelf niet kan, hoe wil je het dan uitleggen?”
Odijk schrijft alles op zoals ze het zegt. “Heel fonetisch.” Toch lukten de stages die ze deed op de pabo wel. “Je hebt veel aan de methodes, is mijn ervaring.” Uiteindelijk kwam Odijk toch voor de klas terecht. Ze deed aan de kunstacademie de lerarenopleiding voor ckv/techniek-docent. “Ik geef nu een vak, beeldende vorming, waarbij je niet met de pen bezig bent, maar veel met tekenen. Bovendien kijk ik alleen op inhoud na en niet op spelfouten. Praktijkvakken gaan prima en ik kan daarin echt iets toevoegen.”
Bij alle docenten zijn de collega’s op de hoogte van hun dyslexie. Ze maken er geen geheim van. Ook leerlingen zijn op de hoogte. Biologie-docent Wolters: “Vaak komt het ter sprake in de klas als leerlingen op het bord een fout ontdekken. Ik zeg dan tegen mijn leerlingen dat ze mij mogen verbeteren. Collega’s verbeteren mij ook als ik een fout in een mail stuur. Vaak schatten ze je in het begin lager in. ‘Je kunt geen foutloze mail sturen, dus je bent dom.’ Vooral taaldocenten hebben daar een handje van. Die vinden dan echt dat je niet in het onderwijs kan werken.” Mbo-docent Boertjens kan zich nog altijd een opmerking herinneren op zijn vroegere stageadres. “De directeur zei: als ik van tevoren wist dat je dyslexie had, dan had ik je niet aangenomen.”
Wolters vindt dat niet terecht. “Uiteindelijk gaat het erover dat jouw boodschap bij leerlingen overkomt. Het moet interactief zijn, je moet contact hebben. Daar zit lesgeven in.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.