• blad nr 1
  • 1-1-2019
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Lerarentekort ontregelt scholen

Doorwerken als je je ziek voelt. Voortdurend nieuwe invallers inwerken. Extra leergingen uit andere klassen opvangen. Een enquête onder AOb-leden laat zien hoe onderwijssectoren piepen en kraken onder het lerarentekort.

Tienduizend leraren, onderwijsondersteuners en directeuren uit primair-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs maken de last van het lerarentekort pijnlijk zichtbaar. Conclusie: de schoolteams staan zwaar onder druk om de school draaiende te houden. Ze zien dat ondanks hun inzet het tekort de kwaliteit aantast. De cijfers en de duizenden verhalen die zij meestuurden, laten de omvang en de impact van de problemen zien.

Primair onderwijs
‘Kinderen worden met een ‘pretpakket’ verdeeld over andere groepen. Eigenlijk komt het neer op zoet houden. Niet alleen de kinderen die verdeeld worden ondervinden hier veel last van, maar ook de leerlingen die de verdeelde leerlingen ontvangen, ondervinden hinder in hun leerproces.’*

Op 84 procent van de scholen voor basis- en speciaal onderwijs zijn er geen of te weinig invallers. Er zijn meer openstaande vacatures dan vorig jaar bij dezelfde peiling. Op de scholen neemt de werkdruk toe. Zo wordt er massaal doorgewerkt bij ziekte. Twee derde van de geënquêteerden geeft aan dat dat vaak of heel vaak op henzelf van toepassing is.

‘Collega's lopen langer door terwijl ze eigenlijk thuis op de bank zouden moeten liggen. Ik liep recent door met een flinke slijmbeursontsteking in mijn schouder. Ik kon niet op het bord schrijven om iets uit te leggen. Ik ben pas thuis gebleven toen het echt niet meer kon.

Voortdurend moet er gezocht worden naar noodoplossingen voor collega’s die uitvallen. Al dat geregel kost tijd en veroorzaakt extra werk. ‘Erg veel onrust in de klassen, veel leerkrachten moeten extra werk doen omdat er elke keer andere invallers zijn, er is dus veel uitleg en voorbereiding nodig.’ Onrust is er ook onder leerlingen die per week heel veel verschillende mensen van binnen en buiten de school voor hun neus krijgen. ‘Kinderen worden erg onrustig omdat ze elke keer een andere juf voor de klas hebben. Er zijn geen extra mensen meer om zwakke leerlingen extra te helpen.’
Omdat er nauwelijks invallers zijn, worden er vaak onderwijsassistenten, pabo-studenten, directeuren, ouders en startende zij-instromers ingezet. Vaak zonder enige begeleiding. Assistenten draaien kleutergroepen, ouders vangen groepen op met een spelletjesbox. Zij-instromers zijn welkom, maar ook een risico, zo meldt een van de ondervraagden. ‘Het grootste probleem bij ons op school zijn de zij-instromers. Zij draaien nu drie klassen, maar in deze klassen is er nu al een hardnekkig ordeprobleem en zien we nu al onvoldoende opbrengsten.’
Dat is niet het enige probleem. De nieuwkomers vanuit zij-instroom of detacheringsbureaus nemen alleen de lestaken over. ‘Bij scholing of vergaderingen, of besprekingen worden zij niet ingezet omdat dit de school te veel geld kost.’ De werkdruk neemt daardoor toe, signaleren veel teamleden. ‘Ik doe in drie dagen wat een fulltimer doet.’
De directeur komt niet aan zijn werk toe, de ict-coördinator laat zijn werk liggen om voor de klas te gaan staan, gymlessen en Engels vervallen. Eén op de vijf kan moeilijk of niet vrij krijgen voor nascholing. Omdat vacatures niet worden opgevuld, worden klassen samengevoegd. ‘Wij hebben een kleutergroep van nu 35 kinderen die doorgroeit naar 47.’
In het speciaal onderwijs is de nood helemaal hoog. Bij gebrek aan vervanging worden de groepen vergroot. ‘Opdelen bij ziekte veroorzaakt veel onrust bij de leerlingen en er zijn dan extra veel interacties tussen leerlingen die regelmatig uitmonden in ongewenste situaties zoals schelden en agressie.’
Het effect? Om te beginnen loopt de toch al forse werkdruk hoog op, bij leerkrachten die zich extra in moeten zetten. Een lid vreest voor een domino-effect. Een ander beschrijft dat leerkrachten vanwege de werkdruk nog minder gaan werken.
Schoolteams maken zich ernstig zorgen over de kwaliteit van hun eigen lessen (41 procent) en die van de school als geheel (37 procent). ‘Te vaak komt het voor dat er verdeelleerlingen zijn, zij worden een beetje aan hun lot overgelaten’, schrijft een van de geënquêteerden. Een ander constateert: ‘De kwaliteit van het onderwijs HOLT achteruit.’

Voortgezet onderwijs
‘Op onze school kunnen vacatures meestal wel ingevuld worden, maar vaak door zij-instromers, mensen via uitzendbureaus, onbevoegden en nog studerenden. Het inwerken van deze groep collega's kost de ervaren collega's veel tijd. Bovendien werken veel van die mensen niet lang bij ons: uitzendkrachten mogen maar twee jaar, zij-instromers vallen vaak uit. Hierdoor begint het hele verhaal van inwerken weer opnieuw.’

Het tekort aan invallers in het voortgezet onderwijs neemt razendsnel toe. Rapporteerde eind 2017 al 28 procent een gebrek aan invallers, eind 2018 is dat opgelopen tot 37 procent. Ondervraagden melden dat er wekenlang, soms maandenlang geen Duits of wiskunde wordt gegeven. Maar bij die twee blijft het niet: lesuitval voor exacte vakken in de examenklassen, wekenlang geen Nederlands. Verbijsterd kijken docenten naar dat invalbeleid. ‘Inzetten van docenten levensbeschouwing bij natuurkunde en biologie en dit als structurele oplossing te zien?’ Het voortgezet speciaal onderwijs heeft het helemaal lastig om mensen te vinden. ‘Wij geven vmbo t, havo, vwo-diploma's en worden betaald volgens cao po. Het is lastig goed gekwalificeerde mensen te krijgen met hart voor deze doelgroep en toch nog meer gespecialiseerde aanpak.’
Maatregelen om het tekort te lijf te gaan zijn vaak een mix: zij-instromers of studenten voor de klas. Daarnaast belt het voortgezet onderwijs vaak met detacheringsbureaus. Maar ook zij leveren vaak onbevoegde docenten.
‘Bij zwangerschapsverlof onbevoegde docent voor de klas aldus een geënquêteerde. ‘Bij langdurig ziekte, opdelen van een functie over vier verschillende mensen, klassen vergroten’, Ophokken, leerlingen met iemand voor de klas zelfstandig laten werken, komt ook erg vaak voor. ‘Niet bevoegde assistenten die moeten invallen voor bevoegde vakdocenten, leerlingen die ‘ophokken’ om maar wat huiswerk te maken in plaats van daadwerkelijk les.’ Alles bijelkaar zien schoolteams dat de kwaliteit zwaar onder druk staat.

‘Door inhuur via Maandag krijgen leerlingen op ons vmbo niet goed les. Invalcollega's voelen geen noodzaak voor begeleiding waardoor onrust in hun klassen leerlingen tekort doet en deze onrust zich verspreidt naar andere lessen.’

Over de inzet van detacheringsbureaus wordt veel geklaagd. De kwaliteit van de ingehuurde docenten is laag en de prijs hoog. Vervangingsbudgetten van scholen staan daardoor onder druk. En het vergroot ook nog eens de werkdruk. ‘Mensen via Maandag die alleen lesgeven en niet ingezet kunnen worden voor andere dingen als sectiewerk, activiteiten.’
De volgende noodgreep is het vergroten van de klassen. Eén geënquêteerde meldt een examenklas havo scheikunde met dertig leerlingen. Een school voor leerweg ondersteund onderwijs (lwoo) ziet de klassen stapsgewijs groeien van 17 naar 25 naar 30. ‘De problematiek van de leerlingen is er nog steeds en wordt alleen maar versterkt door te grote klassen.’

Middelbaar beroepsonderwijs
‘Meerdere collega’s ziek. Er is geen geld om zieke collega’s te vervangen. Alle uitval door ziekte, scholing , verlof etcetera, moet in het team opgelost worden waardoor personeel structureel overbelast wordt. Tevens voel je je bezwaard als je ziek bent of op scholing moet omdat een collega dan extra uren moet maken.’

Gebrek aan invallers en veel vacatures zetten ook het middelbaar beroepsonderwijs op zijn kop. Gaten zijn er op alle fronten, van leraren talen tot de docent plantenteelt. Van docenten wiskunde tot techniek. Eerst wordt binnenshuis gezocht. ‘Docent geschiedenis geeft rekenen en burgerschap. Een collega van de administratie geeft al jaren rekenen, terwijl hij geen onderwijsbevoegdheid heeft. Instructeurs worden ingezet als docent, ook voor theorievakken.’
Die instructeurs hebben het zwaar, vertellen ze bij de open vragen van de enquête.

‘Instructeurs worden veel meer en zelfstandig voor de klas gezet, waardoor wij 32 tot 36 les uren staan les te geven. Terwijl de docent veel minder uren daadwerkelijk voor de klas staat. Zo wordt verschrikkelijk misbruik van ons gemaakt terwijl wij veel minder betaald krijgen voor echt identiek werk als de docent.’

Lukt het intern niet meer om mensen te vinden, dan wordt met man en macht geprobeerd invallers te vinden, wat wel lukt, maar vaak voor een korte tijd. ‘Het is net een duiventil, (onbevoegde) leraren komen en gaan.’ En als de invallers dan vertrekken, blijft er werk liggen: ‘nakijkwerk, inhaaltoetsen etcetera over voor de vaste krachten.’ Door vele wisselingen ontstaan ordeproblemen, signaleren ondervraagden. ‘De kwaliteit van lessen gaat naar beneden waardoor leerlingen lagere cijfers halen.’
In het middelbaar beroepsonderwijs worden leerlingen regelmatig naar huis gestuurd (34 procent), merkt het onderwijspersoneel. ‘Zelf was ik de eerste vijf weken van dit schooljaar ziek, mijn lessen zijn helemaal niet vervangen’, signaleert een geënquêteerde. Een ander schrijft: ‘Door steeds meer neventaken is het opvangen van een collega bijna niet meer mogelijk. Klassen worden dus gewoon naar huis gestuurd. Er is geen vervanging. Werkdruk loopt nog steeds op.’
Ook in het mbo zien de teams de kwaliteit dalen. Onvoldoende tijd om examens of de stages voor te breiden. ‘40 procent van mijn team is onbevoegd, ontevredenheid neemt toe onder de studenten. Studenten mogen door in hun opleiding terwijl er onvoldoende gepresteerd wordt.’

{Noot, verwijst naar sterretje aan het begin van het stuk. Plaatsen op de eerste pagina}

* De citaten in dit verhaal komen uit de enquête ‘De last van het lerarentekort’ die onderzoeksbureau Regioplan in de laatste anderhalve week van november heeft verstuurd aan alle AOb-leden waarvan een actueel mailadres bekend was. Bij de werkenden in primair-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs zijn extra vragen over het lerarentekort opgenomen. Hierop reageerden 5603 leden uit het po (17 procent), 3542 uit het vo (18 procent) en 957 (13 procent) uit het mbo: samen ruim 10 duizend leden.
Mogelijke oplossingen en gevolgen scoorden de respondenten op een vierpuntschaal: niet van toepassing, een beetje, erg, heel erg, waarbij voor deze rapportage erg en heel erg zijn samengenomen. De volledige rapportage van dit onderdeel van de november-enquête staat op www.aob.nl.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.