- blad nr 1
- 1-1-2019
- auteur A. Klomp
- Flashback
‘Ze gaf me de ruimte’
“Op de basisschool in Oegstgeest wakkerde meester Haline bij mij het creatief plezier en argumentatief denken aan. Hij wees me op de klassieke jeugdliteratuur toen hij mij De Vijf in zijn ogen pulp zag lezen en moedigde me aan zelf te schrijven. ‘Natuurlijk kun jij dat’, straalde hij uit. Hij benadrukte het belang van een inhoudelijke structuur. Op mijn tiende stuurde ik mijn eerste boek naar uitgeverij Kluitman. ‘Probeer het later als je groot bent nog eens’, stond op het aardige briefje dat ik terugkreeg. Dat zette me aan om nog meer te schrijven.
Dat ik literatuurwetenschappen en filosofie ging studeren, was niet verwonderlijk. Ik hield van literatuur en van denken. Daarna was het vanzelfsprekend om te promoveren. Ik wilde de wetenschap in. Een leuk onderwerp had ik snel: ‘Waarom vrouwen van apen houden, een liefdesgeschiedenis in cultuur en wetenschap.’ Maar na twee jaar researchen waaierde mijn informatie alle kanten uit: boeken, films, studies uit de populaire biologie, literaire verwijzingen over vrouwen en apen. Het wemelde van het bronnenmateriaal en ik raakte erin verstrikt. Niet alleen in een wirwar van papier vol voetnoten en zijlijnen, maar ook in mijn eigen vragen: wat voor ideeën krijgen wij van mannelijkheid en dierlijkheid als we naar King Kong kijken? Hoe draagt de film bij aan de kennis over apen? Daarbovenop worstelde ik met de vraag hoe ik Nederlandse bronnen, zoals een prachtige novelle van Albert Helman, in de Engelse taal goed voor het voetlicht kon brengen. Tot mijn eigen verbazing barstte ik in tranen uit op het kantoor bij José van Dijck, één van mijn twee promotores.
Ik voelde me ongelooflijk gegeneerd, maar José schoof rustig een doosje tissues naar me toe. Ze zei dat ik een klassieke promovendusdip had. Ze bracht mijn focus terug naar de structuur en de argumentatieve lijn. Daardoor kreeg ik weer helder wat relevant was en wat ik wel en niet moest opschrijven. Dankzij José’s rust en vermogen hoofd- en bijzaken te scheiden, kon ik vanuit vertrouwen verder werken en dat resulteerde uiteindelijk in een Nederlandstalig boek dat na het Bokito-incident landelijk bekend werd.
Promoveren is best een eenzaam en zwaar proces, omdat je jaren in je uppie bezig bent. Een goede promotor helpt leerlingen in hun eigen kracht te gaan staan en daarmee naar de eindstreep. José gaf mij de ruimte om mijn eigen ding te doen. Ze is in alle opzichten een rolmodel, maar haar begeleiding tijdens de promotie is cruciaal geweest.”
{kadertje}
José van Dijck (58), joogleraar en oud KNAW-president: “Stine was één van mijn eerste promovendi. Enorm nieuwsgierig, leergierig en breed geïnteresseerd. ‘Ik wil teveel’, constateerde ze zelf voorafgaand aan de dip. In haar tijd was promoveren te vaak een eenzame weg. Tegenwoordig nemen we vaker promovendi in groepjes aan, zodat ze elkaar onderling moreel, sociaal en intellectueel kunnen steunen. Die tissues staan nog steeds op mijn bureau. Ook omdat ik wel eens wat knoei op tafel, hoor.”