- blad nr 10
- 1-11-2018
- auteur . Overige
- Opinie
Al mijn collega’s verdienen meer dan ik
Op 51-jarige leeftijd besloot ik me in te schrijven voor de deeltijd lerarenopleiding Wiskunde. Ik was alleenstaande ouder en kostwinnaar geworden, kon nauwelijks werk vinden en zocht een baan waar
De lokale organisatie voor voorgezet onderwijs (OVO) was toevallig ook op zoek naar mensen zoals ik. Ze zouden mijn studie deels betalen en ik had direct een werkgarantie. Ik werd als onderwijsassistent (met bijpassend salaris) voor 0,7 fte geplaatst op school voor voortgezet onderwijs en ik startte de opleiding tot wiskundedocent.
Na een jaar bleek er een financiële vergissing te zijn gemaakt bij de OVO. Ik was mijn baan kwijt en dus ook de sponsor van mijn studie. Het contract dat ik getekend had, deed er opeens niet meer toe. Daarbij was er ook in mijn persoonlijke omgeving zoveel aan de hand dat ik studievertraging had opgelopen.
Gelukkig bleek de sociale dienst van Zaandam bereid het collegegeld aan te vullen dat ik nog miste naast de twee jaar durende lerarenbeurs. Een jaar bijstand werd het voor mij en mijn kinderen en ik probeerde zoveel mogelijk studiepunten te halen. Van alle kanten hoorde ik dat het een heel slecht idee was om in je tweede studiejaar al voor de klas te gaan staan. Niet één van mijn medestudenten kwam daar positief en ongeschonden uit. De sociale dienst stelde wel als voorwaarde dat ik in het nieuwe schooljaar (mijn derde studiejaar) aan het werk zou zijn als docent.
Dus solliciteerde ik voorafgaand aan de zomervakantie en vond een baan. Ik kon voor 0,7 fte aan de slag bij een vmbo-school van de Sovon als wiskunde- en rekendocent. Ze plaatsten me in LB 1 en wilden daar niet van afwijken. Conform cao, zeiden ze. Inmiddels was ik 53 jaar, academisch geschoold en met redelijk wat levenservaring. Maar ik had geen arbeidsverleden waarbij ik naar een salaris kon verwijzen. Netto kwam ik dus uit op 1592 euro per maand. Mijn collegegeld kon worden betaald (overheidssubsidie). Overige studiekosten betaalden ze niet en ik moest een studiecontract tekenen. Ik was blij met het werk, maar het verschil tussen bijstand met verschillende subsidies en dit salaris en minder subsidie was niet zo heel groot.
Mijn tweede jaar voor de klas ging ik naar LB 2, ik ging iets meer werken naar 0,8 fte en kwam uit op 1791 euro netto per maand. Er bleef te weinig tijd voor mijn studie over, dus dit schooljaar (2018-2019) ben ik weer teruggegaan naar 0,6 fte voor 1704 euro netto in LB 3. Ik hoop dit jaar mijn bevoegdheid te halen en daarna een gesprek aan te gaan over mijn salaris. Al mijn collega’s verdienen meer dan ik en zijn bijna allemaal jonger. Vaak zijn zij ook nog tweeverdiener, al dan niet met kinderen.
Ik houd van mijn werk en ben blij dat ik de stap heb gemaakt. Ik ben een betrokken en gemotiveerde docent en mentor. Ik ben niet snel onder de indruk van springende pubers en ook bereid onderwijsvernieuwend of -ondersteunend bezig te zijn naast mijn werk- en studieweek.
Maar wordt er binnen het onderwijs beloond wordt naar arbeid, inzet en motivatie? Nee. Zelfs mijn inmiddels 21-jarige dochter verdient meer dan ik in de zorg met een 24-uurs contract en wat onregelmatigheidstoeslagen erbij.