- blad nr 10
- 1-11-2018
- auteur J. Poortvliet
- Redactioneel
De voordelen van het lerarentekort
Het lerarentekort zorgt voor beweging. Sommige leraren vinden dichter bij huis een baan, of kiezen voor invalwerk. Maar dan wel met behoud van vast contract en veel meer vakantiedagen.
Als er een tijd is om je baan weer eens kritisch langs de meetlat te leggen, dan het nu. Vooral onderwijsbesturen in grotere steden merken dat. Leraren die al jaren op een school in de stad werkten, vinden werk dichter bij hun woonplaats. Wat de tekorten in de stad doet oplopen. Scholen in achterstandsbuurten zijn extra kwetsbaar. Net als het speciaal onderwijs en andere scholen met een uitdagender leerlingpopulatie.
Leerkracht Koos Marinus wisselde vorig jaar van baan in Amsterdam. De vernieuwingsplannen op zijn vorige school spraken hem niet aan. Hij werd gepolst voor de Eerste Openluchtschool, in een andere wijk en onder een directeur waarmee hij op één lijn zit. Marinus: “Ik weet nog dat ik dacht: ik wil wel mijn LB-schaal houden en één dag in de week vrijhouden voor ict. Maar dat hoefde ik niet eens aan te kaarten, het zat al in het pakket.” Marinus werkt één dag per week als consulent voor de AOb en komt daardoor op veel basisscholen in de hoofdstad. “Een directeur vertelde me dat hij vorig jaar sollicitanten nog vroeg: wat kun jij voor onze school betekenen? Nu is het andersom. Hij moet de school promoten bij de sollicitant.”
Slaatje
Voor tekortvakken in het voortgezet onderwijs gelden dezelfde principes. Thea Schouten is docent Nederlands op het Bredero Lyceum en ook AOb-consulent. Kent zij docenten die voordeel halen uit het feit dat ze schaars zijn? Haar antwoord, nee, verbaast haar eigenlijk zelf. “Je zou toch denken dat docenten in tekortvakken proberen een slaatje te slaan uit hun positie. Dat zou ik ze wel aanraden.”
Henrik de Moel, docent geschiedenis en AOb-bestuurder, vermoedt dat docenten die wel goed voor zichzelf hebben onderhandeld er lastig voor uitkomen. Dat kan namelijk ongemakkelijke situaties opleveren in de lerarenkamer. De Moel: “We weten dat het gebeurt, maar het ligt gevoelig.” Niet alleen wat betreft salaris. Iemand kan bijvoorbeeld ook afspreken dat hij het eerste uur altijd vrij geroosterd is om de kinderen naar school te brengen. Een hogere schaal is officieel gekoppeld aan iemands functioneren, niet aan het vak dat hij of zij geeft, aldus De Moel. “Als jij al jaren wacht op die LC-schaal en nieuwe collega die les geeft in een tekortvak krijgt hem direct, dan kan dat scheve gezichten opleveren.”
Bovendien, stelt hij, is onderwijs nu eenmaal geen vrije marktsector. “Ik durf bijvoorbeeld wel te zeggen dat ik een redelijke geschiedenisleraar ben. Maar ik was waarschijnlijk een rampzalige wiskundeleraar geweest. Als hogere salarissen docenten richting een bepaald vak moeten trekken, wat gaat dat dan betekenen voor de kwaliteit van het onderwijs in de andere vakken?”
Baan in je nieuwe woonplaats? Zo geregeld
Irene Bar (36) verhuisde vorig schooljaar met haar gezin naar Uithoorn. Ze vond binnen no time een baan in haar nieuwe woonplaats, op 900 meter van haar huis. En dan ook nog in een Taalklas, wat ruimte biedt voor een oude passie: haar studie Nederlands.
Wanneer Irene in de zomer van 2017 een nieuwe basisschool zoekt voor haar zoontje en de Uithoornse directeur erachter komt dat ze juf is, wordt direct een poging gedaan om haar te strikken. “Of ik groep 5 wilde komen doen. Alleen op dat moment hadden we het huis nog niet eens gekocht.” Wanneer de koop rond is en ze haar zoon aanmeldt, krijgt ze een mailtje van de directeur. En opnieuw in de herfstvakantie. “De vacature voor groep 5 was nog niet vervuld en teamleden die deze uren opvingen begonnen er doorheen te raken.” Irene aarzelde. “Verhuizen in dezelfde periode als een nieuwe baan starten, ik kreeg er een beetje spanning van.” Maar toen ze kort daarop vernam dat iemand anders de functie ging vervullen, merkte ze teleurstelling. “Dat was voor mij het signaal dat ik de baanwissel-plannen wilde doorzetten.” Bij een vierde poging door de Uithoornse directeur twijfelde ze niet langer. Zeker niet toen ze hoorde dat het een functie in een Taalklas betrof. Nadeeltje: het ging om een zwangerschapsverlof zonder zicht op een vaste baan. En die had ze wel in Amsterdam. “Op dat moment werkte het lerarentekort echt in m’n voordeel. Ik dacht ik ga het gewoon doen. Mocht ik daarna zonder werk komen te zitten dan kan ik altijd in de invalpool. Op elke school komt nu jaarlijks wel een vast plekje vrij.” Maar de invalpool is nooit nodig geweest. De Taalklas-juf die ze verving koos voor ander werk en een andere collega brak haar heup. Ze zijn maar wat blij met Irene, die inmiddels een vast contract heeft. Ook lukte het haar om haar LB-salaris te behouden. “Ik weet dat in mijn team nog niet iedereen dat heeft. Gelukkig was mijn werkgever daar heel transparant over en is het geen ‘ding’ geworden.” Zonder het lerarentekort had ze dit avontuur niet aangedurfd. “We hebben best een hoge hypotheek, twee kleine kinderen en mijn man werkt vier dagen. Ik kon het me niet permitteren om zonder werk te komen zitten. Maar daar was ik dan ook niet bang voor.”
Wekenlang naar de Alpen om skiles te geven
Huub Bes (60) vraagt zich met enige regelmaat af: doe ik nog wat ik leuk vind? Het antwoord is ja, maar meer tijd voor zijn hobby skiën stond ook hoog op de wensenlijst. Daar heeft hij nu acht weken per jaar extra de tijd voor.
In 2017 zegt meester Huub zijn vaste school en vaste groep vaarwel en sindsdien werkt hij 120 dagen per jaar voor de invalpool van hetzelfde schoolbestuur. Vaak betekent dat een zieke of zwangere collega vervangen, voor een korte of langere periode. “Ik begon mijn nieuwe leven als invaller vorig jaar met vijf dagen in de week werken, in plaats van de gebruikelijke vier. Dat was even bikkelen. Maar het voordeel is: dan zit ik ook eerder aan die 120.”
Dat hij de ommezwaai voor elkaar heeft gekregen, is mede te danken aan het lerarentekort, denkt Bes. Vooral het gesprek op het stafbureau ging soepeler dan hij van te voren had gedacht. “Ik heb gezegd: ik wil heel graag in het onderwijs blijven werken en ook voor deze stichting, maar dan wel in de vorm die ik voor ogen heb. Met een kwartiertje stond ik weer buiten. Ze vonden het prima.”
Belangrijk voor Bes is het behoud van zijn vaste dienstverband. “Ik had geen zin in zzp-en. Daar komt zoveel rompslomp bij kijken. Bovendien wilde ik m’n vaste inkomen en m’n pensioenopbouw houden.” Huub kan nu los van de schoolvakanties acht weken blokkeren en naar wens invullen. Dat betekent onder meer een week of zes à zeven per jaar naar de Alpen om daar skilessen te geven. “De bergen als werkomgeving, daar kan ik zo lang op teren.” Hij raadt het al zijn collega’s aan: regelmatig de balans opmaken, en ook eens op andere school werken. “Ik ben echt onder de indruk van wat de scholen waar ik nu kom, presteren. Ieder op z’n eigen manier. Zo doe je ook weer eens nieuwe ideeën op”. Bovendien kan Huub de komende jaren op zijn eigen tempo afbouwen: “Want die 120 dagen mogen er ook 110 of 100 of 90 worden.”