- blad nr 1
- 12-1-2002
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Lessen in allochtone talen onvoldoende
Bijna 300 oalt-leerkrachten straks op straat
"Het inzetten van onderwijs in allochtone levende talen (oalt) als ondersteuning van het leren van Nederlands heeft geen zin gehad. Dat komt doordat er een groot tekort is aan tijd, ruimte en leermiddelen." Hasan Gökçen, leerkracht op basisschool De Snippeling in Deventer, is niet tevreden over de nieuwe functie die oalt sinds een paar jaar heeft. En hij is niet de enige. Uit diverse recente onderzoeken blijkt dat er grote problemen zijn rond oalt en dat en de banen van bijna driehonderd oalt-leerkrachten op de tocht staan.
Toen Gökçen in 1986 in Nederland kwam was alles nog lekker duidelijk. Oalt heette toen 'onderwijs in eigen taal en cultuur' en de leerkrachten gaven les in de vakken Turks en Arabisch. Het idee was dat allochtone leerlingen op die manier meer contact zouden houden met hun eigen culturele achtergrond, wat hun zelfbewustheid ten goede zou komen. En daardoor konden de leerlingen, zo was de gedachte, weer op een goede manier integreren in de Nederlandse samenleving.
De lessen in Turks en Arabisch vonden in die jaren onder schooltijd plaats. De allochtone leerlingen misten hierdoor vaak lessen - doorgaans handvaardigheid of gymnastiek - die Nederlandse kinderen wel volgden. Halverwege de jaren '90 keerde het maatschappelijke tij rond de integratie van allochtonen en ontstond de opvatting dat allochtone kinderen vooral Nederlands moesten leren en zeker geen lessen mochten missen.
In 1998 werd het onderwijs in eigen taal en cultuur daarom vervangen door het oalt. In de groepen 1 tot en met 4 mocht het onderwijs in de allochtone levende talen voortaan alleen worden ingezet ter ondersteuning van het leren van Nederlands. Daarnaast mag oalt ook op de traditionele manier worden gegeven, als lessen in Turks, Arabisch of een andere taal, maar dan moeten de lessen wel buiten schooltijd plaatsvinden.
Weinig helderheid
Uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau bleek vorig jaar dat veel gemeenten oalt inzetten als ondersteuning bij het leren van Nederlands. Bij zes van de zeven onderzochte gemeenten ging zestig tot honderd procent van het oalt-budget hieraan op. Het aanbod van Turks en Arabisch buiten schooltijd was karig en de ondervraagde schooldirecteuren zeiden te verwachten dat dit aanbod in de toekomst nog verder zal teruglopen.
Bij oalt als ondersteuning van het Nederlands lopen de zaken zeker niet op rolletjes. Zo is er bij scholen en gemeenten weinig helderheid over hoe een allochtone taal nu precies kan worden ingezet ter ondersteuning. Ook ontbreken er op dit gebied vaak goede taalmethoden. Hasan Gökçen bleef daarom in het begin gewoon traditioneel lesgeven in de Turkse taal. "Ik bleek werken zoals ik al tien jaar werkte, met dezelfde leermiddelen en hetzelfde rooster."
Vorig jaar kwam er op de school van Gökçen echter een nieuwe directeur die signaleerde dat het oalt-onderwijs op de Snippeling niet echt aan de wettelijke regels voldeed. Er werden nieuwe lesmethoden ingevoerd, zoals Knoop het in je oren en Laat wat van je horen, waarin een koppeling wordt gelegd tussen allochtone talen en het Nederlands. De ene dag behandelt Gökçen nu een thema in het Turks en dat thema komt de volgende dag terug in de les Nederlands.
Gökçen is echter nog niet erg enthousiast over die nieuwe methoden. "Van de acht lessen per thema zijn er slechts twee in het Turks beschikbaar. Wat voor zin heeft dat? Als Turks daadwerkelijk moet worden ingezet als ondersteuning van het Nederlands moet je alle lessen afstemmen en niet alleen de eerste twee."
Een ander probleem bij de inzet van oalt is dat veel oalt-leerkrachten gebrekkig of geen Nederlands spreken. Uit het onderzoek Employability van oalt-leerkrachten dat eind vorig jaar het bureau Regioplan uitbracht, blijkt dat grofweg een derde deel van de oalt-leerkrachten onvoldoende Nederlands spreekt voor ondersteuning van de lessen in de Nederlandse taal. En dat maakt de communicatie - die juist zo belangrijk is als twee leerkrachten de lessen op elkaar moeten afstemmen - tussen de autochtone en allochtone docenten erg lastig.
Om daar verandering in te brengen wordt de Wet op het primair onderwijs aangescherpt. Alle oalt-leerkrachten die taalondersteuning geven moeten het komende schooljaar beschikken over een NT2-certificaat. Het probleem is echter dat een groot aantal leerkrachten dat certificaat niet zal behalen, waardoor er na de zomervakantie bijna driehonderd oalt-leerkrachten op straat zullen staan (zie kader).
Gedemotiveerd
Hasan Gökçen spreekt wel goed Nederlands. Bij aankomst in ons land, vijftien jaar geleden, werd hij meteen lid van de AOb (toen nog de ABOP) en na vijf dagen begon hij aan een cursus Nederlands voor allochtonen. "Na een paar maanden had ik genoeg basiskennis van het Nederlands om de taal daarna zelf verder te leren."
Maar Gökçen realiseert zich dat dit niet voor al zijn collega's geldt. "Besturen zijn vaak ontevreden over het Nederlands van de oalt-leerkrachten. Een paar jaar geleden hebben we hier in Deventer taalcursussen voor oalt-leerkrachten georganiseerd, maar helaas heeft een deel van de leerkrachten niet behaald wat we beoogden. Jammer, want als je iets voor school wilt betekenen moet je nu eenmaal Nederlands leren: Nederlands is de schooltaal, het overleg in het team vindt in het Nederlands plaats en oalt onder schooltijd is gericht op het Nederlands."
De reden dat een behoorlijk aantal oalt-leerkrachten het NT2-certificaat niet zal behalen is dat deze leerkrachten gedemotiveerd zijn. Uit het onderzoek van Regioplan blijkt dat veel allochtone docenten niet tevreden zijn over hun huidige werk als 'taalondersteuners': zij zouden liever les geven in Turks en Arabisch. Die lessen verdwijnen echter steeds meer naar de achtergrond en de leraren willen of kunnen ook niet buiten het onderwijs aan de slag. Dus zitten ze klem. Het ziekteverzuim van de oalt-leerkrachten is dan ook schrikbarend hoog: er circuleren verschillende cijfers over dit verzuim, van vijftien tot zelfs veertig procent.
Ook Hasan Gökçen is uitgekeken op oalt, maar dan in de positieve zin. Want hij heeft wel degelijk carrièreplannen. Gökçen volgde twee jaar terug namelijk de deeltijdopleiding aan de pabo en daarna een opleiding tot schoolleider. "Ik vind dat je als allochtoon moet kunnen participeren in het beleid. Ik zou graag een managementpositie hebben en ik hoop dat ik een bestuur vind dat mij die kans wil geven. De invloed van allochtonen moet niet beperkt blijven tot de klas."
Advies Onderwijsraad teleurstellend'
De Onderwijsraad adviseerde eind vorig jaar dat een behoorlijk deel van het oalt-budget moet worden overgeheveld van het potje 'achterstandsbestrijding' naar de pot 'NT2-beleid'. In de praktijk betekent dit dat oalt als ondersteuning van het Nederlands een sterkere positie krijgt. De andere tak van oalt, het leren van een - zoals dat nu heet - 'nieuwe moderne vreemde taal', komt verder van de scholen af te staan. Er zouden per regio speciale scholen moeten komen, vergelijkbaar met de muziekscholen, waar leerlingen die vreemde talen kunnen leren. Zo'n taalschool zou moeten worden gefinancierd door de gemeenten en het rijk, maar de ouders zouden ook een eigen bijdrage moeten leveren.
Çetin Yildirim, secretaris van de groep allochtone leerkrachten van de AOb, is teleurgesteld in het rapport van de Onderwijsraad. "Ik had na zoveel jaar van ellende over de positie van het oalt een meer gedegen advies en visie verwacht. Het advies van de Onderwijsraad versterkt de positie van oalt als ondersteuning van het Nederlands. De gedachte dat onderwijs in de eigen taal goed is voor de meertaligheid en culturele verscheidenheid van Nederland, wordt losgelaten. Dit is in feite een verkapte assimilatiepolitiek." (RV)
´Goede regeling voor ontslagen oalt-leerkrachten'
Bijna driehonderd oalt-leerkrachten zullen er waarschijnlijk niet in slagen het NT2-certificaat te behalen, zo heeft het bureau Regioplan becijferd. Daardoor kunnen deze leerkrachten volgend schooljaar hun vak niet meer uitoefenen. Çetin Yildirim, secretaris van de groep allochtone leerkrachten van de AOb, vindt dat er een goede afvloeiingsregeling voor deze groep moet komen.
Met de inzetbaarheid - met modieus woord employability - en motivatie van oalt-leerkrachten is het slecht gesteld. De meeste oalt-leerkrachten zijn niet tevreden over hun huidige werk omdat hun vak op school wordt ingezet ter ondersteuning van het Nederlands. Veel oalt-leerkrachten zouden echter liever gewoon hun eigen vak geven, doorgaans Turks of Arabisch. Maar daar is weinig ruimte meer voor. Verder beheersen veel leerkrachten de Nederlandse taal onvoldoende en zijn ze niet erg gemotiveerd om het NT2-certificaat te behalen. En dat certificaat is wel nodig om komend jaar als taalondersteuner aan het werk te mogen blijven.
Het bureau Regioplan becijfert dat zo'n 280 van de 1500 gastdocenten niet aan de NT2-eis kunnen voldoen en voor hen dreigt komend jaar het wachtgeld. Veel van de betreffende docenten zijn ook niet optimistisch over de kansen op ander werk. 'Op grond van hun kwalificaties zijn zij moeilijk inzetbaar op andere posities binnen het onderwijs. Zij beschikken evenmin over kwalificaties die makkelijk toegang verlenen tot de arbeidsmarkt buiten het onderwijs en zijn bovendien niet gemotiveerd voor zo'n baan', constateert Regioplan.
Volgens Çetin Yildirim moet er een goede afvloeiingsregeling voor deze groep leraren komen. "Zij zijn destijds uit Turkije en Marokko gehaald om les in Turks en Arabisch te geven en daarna zijn ze in veel scholen aan hun lot overgelaten. Nu zijn de doelstellingen van oalt veranderd en zijn de eisen aan de leerkrachten aangescherpt, maar een aantal leerkrachten kan niet aan die nieuwe eisen voldoen. Want de meeste van hen hebben al twintig dienstjaren in Nederland achter de rug, zijn ouder dan 45 en hebben nu niet meer de moed om een cursus NT2 te volgen. Ook omdat door dit certificaat hun werkomstandigheden niet verbeteren, want de meesten willen of kunnen niet als taalondersteuner werken. Voor die mensen moet een goede regeling komen. Zelfs terugkeer naar Turkije of Marokko moet mogelijk zijn, anders komen deze leerkrachten in de wao en dat is in niemands belang."