- blad nr 8
- 1-9-2018
- auteur . Overige
- Deze maand
Onderwijsraad wil lumpsum houden, AOb kritisch
Kort voor de zomer publiceerde de Onderwijsraad het rapport Inzicht in en verantwoording van onderwijsgelden. De Tweede Kamer vroeg de raad om advies omdat er veel discussies zijn over de onderwijsfinanciën. Waar is bijvoorbeeld die 150 miljoen euro voor jonge leerkrachten in het primair en voortgezet onderwijs gebleven?
En inderdaad vindt de raad dat er nu ‘gebrekkig inzicht’ is bij de inkomsten en uitgaven van schoolbesturen. ‘Aan de voorkant is de bekostiging complex en versnipperd. Aan de achterkant kan niet worden vastgesteld of de besteding van middelden doelmatig is geweest.’ Onduidelijk is bovendien of de overheid genoeg geld geeft om goed onderwijs te geven.
Nu krijgen scholen van de overheid één zak met geld: de lumpsum. Scholen hebben grote vrijheid in de besteding ervan. Ze kunnen er iPads van kopen of een onderwijsondersteuner aanstellen. De Onderwijsraad wil dat dat zo blijft: ‘Het doet het meest recht aan de autonomie van de onderwijsinstellingen.’
Maar de AOb pleit al lang voor minder vrijblijvendheid. De bond vindt dat de vrijheid van schoolbesturen ingeperkt moet worden en dat er daarom schotten in de financiering moeten komen. Dan ligt vast hoeveel geld er naar personeel gaat en hoeveel naar materiële zaken. Zo kunnen bestuurders geen geld meer schuiven van het ene potje naar het andere.
“Wij vinden dat de politiek kaders moet geven voor de bestedingen”, zegt AOb-bestuurder Eugenie Stolk. “Ons onderzoek naar de lumpsum laat dat ook zien: veel scholen maken minder geld over naar personeel dan het rijk overmaakt.”
De Onderwijsraad heeft het alternatief met schotten in de financiering wel bekeken, maar verwerpt het omdat besturen zo minder autonomie krijgen. “Het voordeel van schotten is dat scholen minder financiële kennis en administratie nodig hebben en de verantwoording eenvoudiger is”, zegt Stolk. “Want wat doet de raad nu om de verantwoording te verbeteren? Meer financieel inspecteurs, rekenkamers voor het onderwijs, een kennisinstituut en extra scholing voor raden van toezicht en medezeggenschapsraden. Allemaal bypasses om een ingewikkeld systeem te controleren.”
Verder vindt de Onderwijsraad dat de overheid minder vaak aanvullende subsidies en regelingen moet gebruiken, zoals bijvoorbeeld tijdelijk extra geld voor meer jonge leerkrachten, tweetalig onderwijs of de professionalisering van het lerarenteam. Vaak zijn de doelen van dit soort regelingen onduidelijk.
Daar is de AOb het helemaal mee eens. Maar Stolk mist in die analyse van de Onderwijsraad nog wel een belangrijk element. “De politiek grijpt niet alleen in met doelfinanciering, maar kort ook te pas en te onpas op het normale budget van scholen. Sinds de invoering van de lumpsum dertig keer, met de jarenlange nullijn als dieptepunt. Door die grilligheid kunnen scholen nooit langetermijnbeleid uitvoeren.”