• blad nr 7
  • 1-7-2018
  • auteur J. Poortvliet 
  • Redactioneel

 

Het gevecht om de vwo’er

Vergeet de knutselwerkjes en stageverslagen van de pabo. In Nijmegen stoomt de universiteit in drie jaar zelf leraren klaar voor de basisschool. Een primeur voor Nederland. En een langgekoesterde wens van de founding father van de academische pabo.

Het was bijna hatemail, zegt emeritus hoogleraar onderwijswetenschappen Theo Wubbels met een ondeugende twinkeling in z’n ogen. Hij zit aan zijn keukentafel in het landelijke Maurik. Gestreken blouse en de laptop opengeklapt. Nee, het waren geen leuke reacties in zijn inbox toen de Radboud Universiteit in 2016 haar plannen ontvouwde voor een driejarige bachelor voor leerkracht primair onderwijs. Vanuit zijn rol als coördinator van de lerarenagenda voor de Vereniging van Universiteiten (VSNU) hielp Wubbels de Radboud een heel eind op weg. Maar Wubbels was ook oprichter van de eerste academische pabo. En dat waren tot nu toe expliciet samenwerkingen tussen universiteiten én pabo’s. Wubbels: “Men zag het als verraad uit eigen gelederen.”
Nog meer omdat de directeur van de nieuwe opleiding Pedagogische Wetenschappen voor het Primair Onderwijs (PWPO) ook aan het hoofd stond en staat van de academische pabo (Alpo) in Nijmegen.
Hoogleraar Anna Bosman startte de nieuwe PWPO in september vorig jaar met 21 studenten. Acht van hen gaan na de zomer waarschijnlijk alsnog pedagogiek studeren. Dat kan, omdat het eerste jaar PWPO op de stage na vrijwel hetzelfde is als pedagogiek. Voor volgend jaar hebben zich 45 studenten gemeld, aldus Bosman. Kleine aantallen, maar toch. Voor Bosman en Wubbels ligt er een principiële kwestie onder. “Waarom moet een vwo’er naar de pabo”, vraagt Bosman zich af. Ze kende geen bevredigend antwoord op die vraag. Integendeel: “Hbo’s claimden lang het alleenrecht op de opleiding richting het basisonderwijs.” Dat het nu toch is gelukt, is volgens haar te danken aan het politieke klimaat. De scheiding tussen hbo voor praktische beroepen en wo voor wetenschappelijke zou minder strikt zijn. Wubbels vertelt dat de PO-raad er achter de schermen hard aan heeft getrokken. “Oud-vicevoorzitter Simone Walvisch is voorvechter van PWPO.”

Onzin
Als pedagoog blijkt Anna Bosman behoorlijk streng in de leer. Voor haar bestaat alleen goed onderwijs voor de basisvaardigheden via directe instructie. PWPO’ers kunnen enkel stage lopen op scholen waar dat ze dat mogen uitvoeren. Ontdekkend leren? Onzin, aldus Bosman: “Ik wil ze opleiden in een wetenschappelijk verantwoorde methode.” Met deze insteek en het driejarige aspect hoopt ze nieuwe vwo’ers te trekken. “Zelfs m’n eigen beleidsmedewerker zegt: Misschien was ik wel leraar geworden als ik niet naar de pabo had gehoeven. Ik heb Alpo-studenten geregeld horen klagen: ze vinden het pabodeel te simpel, niet uitdagend genoeg.” En kom niet aan met dat drie jaar te kort zou zijn om iemand zowel wetenschappelijk als praktisch klaar te stomen. Bosman: “Dan raak ik bijzonder geïrriteerd. Heb je gezien dat er zijinstroomtrajecten zijn waarbij iemand na anderhalf jaar en met nauwelijks begeleiding voor de klas mag? En dan zouden wij het niet in drie jaar kunnen?”
Emeritus hoogleraar Wubbels vermoedt wel dat de Radboud uit dezelfde vijver vwo’ers gaat vissen als de academische pabo’s. “Na tien jaar hebben we ze bijna allemaal. Het probleem is dat het beroep niet aantrekkelijk genoeg is voor grotere groepen vwo’ers.”
Dat denkt ook Robert Viëtor, directeur van de academische pabo in Leiden en voorzitter van Universitaire Pabo’s Nederland, een vereniging van zes academische pabo’s. “Voor een loopbaan in het primair onderwijs moet je niet geïnteresseerd zijn in status of snel carrière maken.” De cijfers geven hem vooralsnog gelijk. Het aantal pabostudenten ook academische pabo’ers schrijven zich in aan een reguliere pabo met een vwo-achtergrond is al jaren min of meer stabiel. Het waren volgens de Vereniging Hogescholen 636 voltijdstudenten in 1998, dat zakte weg naar 502 in 2008 en is nu weer opgeklommen naar 610.
Sinds de komst van de academische pabo is wel het aandeel vwo’ers verdubbeld. Maakten ze landelijk gezien in 2008 nog 7 procent uit van het totaal aantal pabostudenten, in 2017 is dat gemiddeld 14 procent. In Leiden zou inmiddels zelfs een kwart van de pabostudenten dankzij de academische pabo een vwo-achtergrond hebben, aldus Viëtor. Let wel: het totaal aantal pabostudenten is afgelopen vijftien jaar zo’n beetje gehalveerd. Van ongeveer 9700 naar een jaarlijkse instroom van 4300 studenten. Viëtor: “Maar je weet niet hoeveel minder vwo’ers voor de pabo’s hadden gekozen wanneer we niet met de academische pabo’s waren gestart.”
Wat de nieuwe concurrent in Nijmegen betreft zegt Viëtor: “Iemand uit eigen kring, dat is nooit makkelijk.” Maar ook: “Laat ze het maar proberen. Ik zie het als een experiment dat we kritisch gaan volgen.” De zes verenigde academische pabo’s mogen in september ongeveer 460 studenten verwelkomen, telt Viëtor. Dat zijn er dertig meer dan vorig jaar. Vooralsnog geen vuiltje aan de lucht. Bovendien klinkt de keuze van de Radboud om alleen het directe instructiemodel aan te leren hem ouderwets in de oren. “Vijftien jaar geleden zijn we als pabo’s bewust gestopt met leraren een specifieke onderwijsvisie bijbrengen, op verzoek van de scholen. Er is niet één recept voor goed onderwijs. Wat past bij jou als leerkracht, waarvan denk jij dat het gaat werken in jouw klas?”

Getouwtrek
Juf en oud-academische pabostudent Hannah Bijlsma herkent dat wel. “Ik heb prachtige evidence-based onderzoeken gezien naar directe instructie, maar op mijn groep werkt het niet altijd. Soms zijn bijvoorbeeld coöperatieve werkvormen beter.” Bijlsma deed de academische pabo in Groningen, geeft twee dagen per week les aan groep 7/8 en schrijft drie dagen aan een promotieonderzoek voor de Universiteit Twente. En dan is ze ook nog v oorzitter van de Beroepsvereniging Academici Basisonderwijs met inmiddels zo’n 350 leden.
Bijlsma weet dat academische leerkrachten eenmaal voor de klas gefrustreerd raken wanneer ze weinig kunnen doen met hun wetenschappelijke bagage. Zelf ervoer ze dat ook op haar vorige school. “Tijdens de eerste teamvergadering stelde ik best veel vragen. Na afloop kwam de directeur naar me toe, of ik dat niet meer wilde doen. Het kostte alleen maar tijd. Zijn reactie op mijn vragen en plannen was bijna altijd: Ga nou maar gewoon lesgeven.” Als oplossing mikt de beroepsvereniging op dubbele functies: leerkracht én coach, orthopedagoog of onderzoeker. Ook vindt de vereniging dat academische leerkrachten een hoger salaris verdienen dan leraren met een regulier pabodiploma. “Mits je ook die extra taken doet”, stelt Bijlsma.
De beroepsvereniging wenst verder weg te blijven uit getouwtrek over welke opleiding het beste matcht met vwo’ers. Bijlsma: “Het gaat ons om de werkvloer, dat we daar meer ruimte en kansen krijgen.” Op persoonlijke titel spreekt Bijlsma wel haar interesse uit voor de driejarige opleiding aan de Radboud Universiteit. “Ik ben heel trots op de academische pabo in Groningen, maar dat ik voor een biologieles zelf een slakkenpracticum in elkaar moest draaien, heeft echt niet bijgedragen aan de leerkracht die ik nu geworden ben.”

{kader op eerste pagina}
Wat is een academische pabo?
Dat is een opleiding om leerkracht te worden die alleen toegankelijk is voor vwo’ers. De eerste startte in 2008 in Utrecht. Na tien jaar telt Nederland er zeventien en zijn er zo’n 1500 afgestudeerden. In perspectief: in het primair onderwijs werken in totaal ongeveer 125 duizend leraren.
Er zijn verschillende varianten, maar over het algemeen volgt een academische pabostudent vakken aan een reguliere pabo en pakt delen mee van onderwijskunde of pedagogiek aan een universiteit. Aan het eind van de rit doorgaans na vier jaar ontvangt de student een pabodiploma waarmee hij voor de klas kan. Afhankelijk van de opleiding krijgt hij een tweede bachelor van de universiteit, maar er zijn ook varianten waarbij studenten al een deel van een master tijdens de academische pabo doen.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.