• blad nr 7
  • 1-7-2018
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

Onderwijsblad lumpsum-onderzoek basisonderwijs 

Hoeveel geld gaat er naar personeel?

Veel scholen geven aan personeel minder uit dan het ministerie overmaakt. Het Onderwijsblad dook in de huishoudboekjes om de feiten over de personeelskosten boven tafel te krijgen.

De volledige bestedingsvrijheid van schoolbesturen wordt met hand en tand verdedigd. Natuurlijk door die besturen zelf, maar ook door het ministerie van Onderwijs. In 2014 vroeg Pieter Duisenberg toen VVD-Kamerlid, inmiddels voorzitter van de Vereniging Nederlandse Universiteiten of er geen alternatieven voor de lumpsum waren. Zodat de keuzes van die autonome besturen misschien toch wat meer te sturen zouden zijn.
Nee, geen sprake van, was heel kort samengevat het achttien pagina’s tellende antwoord van toenmalig Onderwijsminister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker. Ondanks alles, zo luidde de boodschap, is de lumpsum het beste systeem. En ja, de verantwoording mag beter, zodat leraren, medezeggenschapsraden en ouders beter inzicht krijgen in wat er met het publieke geld door de schoolbestuurders wordt gedaan.
Is het zo simpel? Einde discussie? Zeker niet. Want ook bij het ministerie knaagt het. Als politieke partijen pleiten voor meer gymnastiek of muziek in het onderwijs willen ze dat resultaat ook kunnen zien. Hetzelfde geldt voor extra geld voor de verbetering van lerarensalarissen.
Ook de AOb bonst al jaren op de deur. Besteden scholen wel voldoende geld aan personeel? Want de kwaliteit van onderwijs hangt toch vooral af van leraren, ondersteuners en directies. In het voorstel Lumpsum 2.0 dat de AOb vorige zomer presenteerde, pleit de bond voor een duidelijk schot tussen personele en materiële kosten. Vanwege al die discussies komt de Onderwijsraad daarom deze maand met een advies.
Het is een terechte discussie. Want in het basisonderwijs is de trend niet vrolijk. Terwijl de overheidsbijdrage steeds belangrijker wordt, neemt het aandeel van de personeelslasten de afgelopen vijf jaar af en stijgen de huisvestingskosten. Het scheelt een procentje, maar dat procentje is ten opzichte van de ruim 10 miljard euro die het rijk in het primair onderwijs stopt toch een slordige 100 miljoen echte euro’s.
Het Onderwijsblad dook daarom zo diep mogelijk in de huishoudboekjes van de schoolbesturen primair onderwijs. Een enorme puzzel, want de materiële kosten gaan per kalenderjaar en de personele kosten worden per schooljaar uitgekeerd. Terwijl de jaarrekeningen weer per kalenderjaar zijn. Schoolbesturen krijgen hun geld niet rechtstreeks, maar op basis van een enorme reeks van kenmerken van de duizenden scholen die zij onder hun beheer hebben.
Om goede vergelijkingen te maken is alleen gewerkt met besturen waar alleen basisscholen onder vallen, geen zelfstandige scholen voor speciaal onderwijs, geen samenwerkingsverbanden. Zo bleven 967 schoolbesturen over. Van eenpitters tot grote schoolbesturen, die overigens wel so-scholen onder hun hoede hadden.
Voor 2016 het laatste jaar waarover alle cijfers bekend zijn bestaat de rijksbijdrage voor 15 procent uit materiële kosten en voor 85 procent uit personeelskosten. Op zich moeten scholen het daar mee doen.
Zoals het ministerie het omschrijft is dat sober, maar genoeg voor ‘doelmatig onderwijs’. Die 85 procent aan personeelskosten zou je als de norm kunnen beschouwen, de ondergrens die minimaal aan personeel moet worden uitgegeven. Wie dat niet doet, heeft iets uit te leggen. Kijken we naar het gemiddelde wat de besturen samen ten opzichte van de rijksbijdrage uitgeven aan personeel, dan stemt dat optimistisch. Gemiddeld geven zij namelijk 86 procent van de rijksbijdrage uit aan personeel.
Als we die norm heel streng hanteren krijgt 53 procent van alle besturen met de mattenklopper. Zij geven minder of zelfs veel minder uit aan personeel. Wanneer we mild zijn en besturen een marge geven van 3 procent meer of minder, dan geeft 18 procent van de besturen substantieel minder uit aan personeel. Maar liefst 28 procent trekt royaal meer voor personeel uit.
Die rijksbijdrage is de grootste inkomensbron, 94 procent van het totaal. Maar besturen krijgen ook nog geld van gemeenten, meestal voor achterstanden, of van andere overheden (2 procent). En ze kunnen nog geld ophalen uit verhuur, erfenissen of ouderbijdragen(4 procent). Ervan uitgaande dat scholen genoeg hebben aan de rijksbijdrage, is dat allemaal genoeg voor extraatjes. Betere huisvesting, nieuw lesmateriaal, excursies.
Op zich zouden schoolbesturen zo 80 procent van hun totale inkomsten aan personeel moeten uitgeven. Nemen we dat weer als strenge norm, dan is nog steeds de helft van alle besturen te zuinig voor het personeel. Plakken we er weer een marge van plus en min 3 procent bij, dan blijft één op de negen schoolbesturen zwaar onder de norm. Een kwart zit er royaal boven.

Oppotten
Waar geven de schoolbesturen die de personeelsnormen niet halen dan hun geld aan uit? Vooral aan oppotten. Terwijl gemiddeld bij besturen 1 procent overblijft, sluizen deze scholen 4 procent door naar vermogen en reserves. Terwijl het overgrote deel van de scholen geen gebrek heeft aan buffers. Verder liggen de huisvestingslasten 1 procent hoger, de overige lasten 2 procent.
En waar doen de scholen het van die veel meer aan personeel uitgeven? Kijken we naar de groep die meer dan 85 procent van de rijksbijdrage uitgeeft aan personeel, dan wordt de top daarvan gedomineerd door algemeen bijzondere scholen en vrije scholen met een hoge eigen bijdrage. Verder door scholen die geld uit het eigen vermogen inzetten en ontsparen. Of misschien enkelen die op te grote voet leven en, als dat zo doorgaat, in de problemen komen.

{grafic 1}
Huishoudboekje schoolbesturen
85% personeel gemeente ouderbijdrage
15% materieel provincie verhuur & overig

RIJKSBIJDRAGE ANDERE OVERHEDEN OVERIGE INKOMSTEN

94% 2% 4%
INKOMSTEN 9,6 MILJARD

967 SCHOOLBESTUREN
UITGAVEN

81% 3% 8% 9% 1%
PERSONEEL AFSCHRIJVING HUISVESTING ANDERS OVER

{kader 1}
Belangrijkste conclusies op een rij
• Gemiddeld geven scholen 1 procent meer uit aan personeel dan de norm van 85 procent van de rijksbijdrage.
• 53 procent geeft minder uit aan personeel dan de norm van 85 procent van de rijksbijdrage.
• 18 procent geeft substantieel minder uit aan personeel maar pot op, en geeft meer uit aan huisvesting en overige kosten.
• 28 procent geeft royaal meer uit aan personeel, vooral besturen met hoge ouderbijdragen en besturen die geld uit eigen vermogen vrijmaken.
{kader 2}
Haalt jouw bestuur de norm?
Geeft jouw schoolbestuur 85 procent van de rijksbijdrage aan personeel uit? Dat is te checken via de openbare data bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Diep weggestopt in de cijferbrij zit een excel-bestand ‘Financiële kengetallen per bestuur’ waar in kolom M de personeelskosten worden afgezet tegen de rijksbijdrage. De excel gaat over alle onderwijssectoren en beslaat de jaren 2012 tot en met 2016. Met filters is alleen het primair onderwijs er uit te halen en valt ook per jaar te sorteren. De vindplaats van deze excel-sheet staat in een link in de onlineversie van dit artikel op aob.nl

{citaatjes}
@C1:‘De AOb pleit voor een duidelijk schot tussen personele en materiële kosten’

@C1:‘Wie niet 85 procent van de rijksbijdrage uitgeeft aan personeel, heeft iets uit te leggen’

@C1:‘Het overgrote deel van de scholen heeft geen gebrek aan buffers’

{einde kopij}

{BEKOSTIGING}
Belang ouderbijdragen steeds groter

Met een ouderbijdrage krijgt een kleine groep scholen er bovenop de rijksbijdrage gemiddeld 10 procent aan inkomsten bij. Ouders die kleinere klassen willen, moeten betalen.

Tekst Robert Sikkes Beeld Typetank

‘De afgelopen jaren is er enorm door de overheid op het onderwijs bezuinigd’, en daarom vraagt een algemeen bijzondere school voor de vakleerkrachten en kleine klassen een vrijwillige ouderbijdrage van meer dan duizend euro. Een andere roept ouders op om vrijwillig drieduizend euro over te maken als zij gebruik willen maken van het hoogbegaafdenonderwijs in zeer kleine groepen.
Ze vielen op in het lumpsum-onderzoek: de scholen die fors meer uitgeven aan personeel. Het gaat vooral om schoolverenigingen, vrije scholen en scholen met een speciale pedagogische aanpak. Ze willen meer, en vragen dat aan de ouders. En er zit een stijging in. Volgens de jaarrekeningen zijn tussen 2012 en 2016 de inkomsten uit ouderbijdragen met 30 procent gegroeid van 67 naar 87 miljoen euro.
Daar zit wat vervuiling in: er zijn internationale scholen waar het eerder lesgelden zijn. Er zijn scholen die de overblijfkosten als ouderbijdrage tellen. Er zijn scholen die ook de prijzige buitenschoolse opvang hebben meegenomen. Maar wat overblijft is een duidelijke trend: ouderbijdragen worden op algemeen bijzondere en vrije scholen steeds belangrijker.
De verschillen per schoolbestuur zijn inderdaad enorm. De ouderbijdrage is bij de meeste scholen een paar tientjes, gemiddeld maar 1 procent is van de rijksbijdrage. Bij de kopgroep ligt die op 10 tot 30 procent. Soms gaat het om een vast bedrag, soms om een bedrag naar inkomen. Bij de kopgroep van 82 besturen is het 26 miljoen euro.
Onlangs werd een bittere juridische strijd uitgevochten over de kosten van begaafdenonderwijs. Een school die een verplichte bijdrage vroeg van duizend euro werd vervolgens gekort door het ministerie van Onderwijs. Hoezo verplicht? In Nederland mogen geen verplichte bijdragen worden gevraagd, alleen vrijwillige. De Raad van State gaf het ministerie gelijk.
Volgens de PO-raad is het een bittere noodzaak ‘omdat de basisbekostiging tekortschiet’, aldus een artikel in het Algemeen Dagblad. De Kamerleden Peter Kwint (SP) en Lisa Westerveld (GroenLinks) dachten daar anders over. Vergroten die ouderbijdragen niet de ongelijkheid, vroegen zij zich in de Tweede Kamer af.
Een motie van PvdA en SP vroeg daarom al eerder om een maximum voor ouderbijdragen. Maar dat gaat er niet komen, maakte minister Arie Slob begin dit jaar duidelijk. Hij ziet meer in voorlichting aan ouders en gaat dat scherper controleren. ‘Alle ouders moeten op de hoogte zijn van het vrijwillige karakter van de ouderbijdrage en alle scholen moeten helder communiceren over dit vrijwillige karakter.’

{tabel 1}
Gemiddelde ouderbijdrage per richting
Antroposofisch € 398
Algemeen bijzonder € 338
Protestants-christelijk € 43
Rooms-katholiek € 40
Openbaar € 31
Reformatorisch € 17
Islamitisch € 16

{tabel 2}
Belang ouderbijdragen groeit
2016 87 miljoen
2012 67 miljoen
+20 miljoen +30%

{citaatje}
@C1:De ouderbijdrage is bij de meeste scholen maar 1 procent van de rijksbijdrage. Bij de kopgroep is dat 10 tot 30 procent

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.