- blad nr 5
- 1-5-2018
- auteur . Overige
- Opinie
Het onderwijs verzuipt in wet- en regelgeving
Het kabinet-Kok heeft in 1994 het besluit genomen het openbaar basisonderwijs de ruimte te geven om te verzelfstandigen tot stichtingen openbaar onderwijs. De belangrijkste motieven waren het tegengaan van belangenverstrengeling van gemeenten als schoolbestuurder en lokaal bestuurder, mogelijkheden bieden voor schaalvergroting en de noodzaak van professionalisering van de bestuurlijke onderwijsorganisatie.
In 2006 heeft het kabinet-Balkenende de lumpsumfinanciering voor het basisonderwijs ingevoerd. De lumpsum is de jaarlijkse financiële bijdrage eigenlijk een grote pot geld waarover de schoolbesturen beschikken. Ze kunnen zelf kiezen waarvoor ze het geld inzetten, bijvoorbeeld voor personeel, materiaal, onderhoud, energie of schoonmaak. Sinds 1 januari 2014 kunnen alle schoolbesturen ook zelf een school opheffen of stichten. De schoolbesturen zijn in de loop der jaren volledig verantwoordelijk geworden voor een bedrijfseconomisch gezonde organisatie die kwalitatief goed onderwijs verzorgt. Namens de overheid ziet de Onderwijsinspectie hierop toe.
Gezond blijven
De bijdrage die schoolbesturen jaarlijks ontvangen is in beginsel gebaseerd op het aantal leerlingen, de gemiddelde leeftijd van het personeel en normbedragen die jaarlijks worden geïndexeerd. Het gaat om een vrij besteedbaar totaalbedrag dat toereikend is om bedrijfseconomisch gezond te blijven en kwalitatief goed onderwijs te bieden. Hierbij heb ik ingecalculeerd dat niet alle normbedragen marktconform zijn zoals bijvoorbeeld de vergoeding voor energie.
Deze ervaring baseer ik op een onderwijsorganisatie die basis- en speciaal onderwijs biedt in een gebied waarin het aantal leerlingen in de afgelopen tien jaren met meer dan 25 procent is gedaald. Een efficiënt en effectief ingerichte organisatie met ongeveer drieduizend leerlingen, driehonderd personeelsleden, 24 scholen, een gemiddelde groepsgrootte van 21 leerlingen en goed onderhouden, doch op leeftijd zijnde, schoolgebouwen. Schoolbesturen die klagen over financiële problemen kampen vaak met de daling van het aantal leerlingen en de bijbehorende gevolgen hoge overheadkosten, onderhoudsachterstanden, hoge uitgaven voor managementtaken, hoge inschaling van personeel, leegstand, verouderde inventaris en verouderde lesmethoden. Het daarop niet tijdig anticiperen kan schoolbesturen worden aangerekend.
Schoolbesturen willen hun onderwijs graag verbeteren en dat is niet altijd eenvoudig, met name omdat we te maken hebben met een overheid zonder visie. Een overheid ook, die niet anticipeert op ontwikkelingen maar reageert op symptomen.
Steeds opnieuw worden schoolbesturen geconfronteerd met nieuwe of veranderende wet- en regelgeving rondom werkdrukvermindering, het lerarentekort, professionalisering, passend onderwijs, bekostiging, stimulering, experimenten en ga zo maar door. Allemaal pleisters om ‘wonden’ te plakken. Vele ondernemingen zijn aan het bestrijden van symptomen op de fles gegaan. Containers vol boeken en publicaties zijn hierover geschreven. Menig adviesbureau ontleent hieraan haar bestaansrecht. Zo ook in het onderwijs.
Visie
Het onderwijs heeft behoefte aan een breedgedragen visie met duidelijke kaders. Deze bieden naast continuïteit ook houvast, rust en stabiliteit. Wat vinden we maatschappelijk belangrijk als het om onderwijs gaat, wat willen we maatschappelijk op korte en lange termijn bereiken, hoe speelt het onderwijs in op economische, sociale, technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen? Hoe gaan we het onderwijs daartoe vormgeven en financieren? Hierbij hoort een passende beloning en evenwichtige werkdruk voor het personeel. “Visie koop je bij de opticien”, zei Mark Rutte eens. Joop den Uyl en Jos van Kemenade dachten daar destijds anders over. Eens of oneens, zij hebben voor de samenleving in elk geval iets in de steigers gezet vanuit hun visie op maatschappij en onderwijs.
Als het aan een visie en kaders ontbreekt, vliegt het alle kanten op, wordt het dweilen met de kraan open en dreigt een stuurloos en zinkend schip. Regeren is vooruitzien en anticiperen op de toekomst. Hieraan ontbreekt het en daarom blijven acties in het onderwijs in ons aller belang.
Jaap Hansen is voorzitter van het College van Bestuur van de Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen.