- blad nr 5
- 1-5-2018
- auteur D. van 't Erve
- Idee
Digitale hulp voor een goede les
Iets bedenken waardoor elke les aan de eisen voldoet, er meer samenhang tussen vakken ontstaat en de motivatie van leerlingen toeneemt. Dat was de uitdaging die Karel Juk en Erik Dijkstra, docenten van het Lauwers College in Grijpskerk, drie jaar geleden op zich namen. Het resultaat is ‘de Complete les’, een webbased app die docenten houvast biedt om alle aspecten van een goede les aan bod te laten komen.
Op het digibord maken rijtjes gekleurde ‘knoppen’ duidelijk hoe de les gaat verlopen, welke leerling waarmee aan de slag kan en in welke werkvorm. “Zie het als een digitale assistent die achter je staat”, vertelt Juk, docent biologie en decaan. “Nadat je de les hebt voorbereid en in het programma hebt geplaatst, biedt hij je een steuntje in de rug. Je hoeft niet meer na te denken over de structuur van de les de verschillende onderdelen komen automatisch aan bod. Zo kun je het leerdoel of de evaluatie niet meer vergeten.”
Het ontwerp is gebaseerd op actuele ideeën over het geven van een goede les. Zo komen de vijf rollen van de leraar, het model van de volledige instructie en de didactiek van de activerende werkvormen erin terug. De app biedt mogelijkheden voor differentiatie en zelfs les op maat. Alles is met een aanraking van een knop op het scherm te activeren. “We hebben ingezet op gebruiksvriendelijkheid”, zegt Dijkstra, docent geschiedenis en maatschappijleer. “Het programma is eenvoudig te bedienen en aan te passen aan jouw wensen. In een paar minuten heb je door hoe het werkt.”
Handig
Groot voordeel is dat het ook voor leerlingen in een oogopslag duidelijk is wat er van hen verwacht wordt. “Ze zien wat ze moeten doen en ze herkennen in welke fase van de les ze zitten. Het programma is supergestructureerd, dat geeft rust en daardoor loopt het in een les lekker vlot”, zegt Juk. Dijkstra “Knoppen als ‘telefoons uit’, ‘stil werken’ of de timer zijn daarin handige hulpmiddelen, net als de knop waarmee je binnen veertig seconden de klas in groepen verdeelt. Het maakt het werk voor leraar makkelijker en vergroot de effectieve lestijd.”
En de lessen worden er beter van, menen de docenten. Dijkstra “De app biedt bijvoorbeeld ook een keuze uit achttien activerende werkvormen, waarmee leerlingen snel aan de slag kunnen. Daarmee kunnen leraren hun eigen arsenaal aan mogelijkheden vergroten en meer variatie in lessen bieden. Daar worden de lessen leuker en beter van, wat de motivatie en betrokkenheid van leerlingen doet toenemen.”
Energie
Aan de app ging een lange voorbereiding vooraf. Voor School aan Zet bedachten ze het instrument om de lessen op hun school te verbeteren. In 2015 won hun ontwerp uit negentien inzendingen de Innovatieprijs, waardoor een ict-specialist de app daadwerkelijk kon ontwikkelen. Inmiddels werken 150 docenten er mee. “De reacties zijn heel erg positief”, zegt Juk. “Steeds meer collega’s gaan er mee werken, ook buiten onze school.” Dijkstra “Grote winst is dat je de lessen die je in het programma zet, weer opnieuw kunt gebruiken. Dat scheelt voorbereiding en zorgt voor verlichting van de werkdruk.”
Binnenkort geeft de app toegang tot een mediabibliotheek, waardoor docenten eenvoudig foto’s of filmpjes kunnen laten zien. Ook willen ze meer mogelijkheden tot interactie met leerlingen in de app inbouwen. “Ja, we steken er veel tijd in, maar we krijgen er ook energie van”, zegt Dijkstra. “Omdat we zelf voor de klas staan, zien we welk effect het heeft. Zo gaf het programma me tijdens het inspectiebezoek rust omdat alle onderdelen waarop de inspectie toetst, aan de orde komen. De beoordeling was uitstekend.”
De app is voor het voortgezet onderwijs ontwikkeld, maar is ook bruikbaar in primair onderwijs en mbo. Een kennismakingslicentie voor twee maanden kost 15 euro, een heel jaar 85 euro (voor studenten 25 euro). “Goedkoper dan een flinke tank benzine”, grapt Juk. “Veel docenten betalen dit vanuit hun professionaliseringsbudget.” “Het is niet het commerciële wat ons drijft”, benadrukt Dijkstra. “Dit is iets wat echt werkt en waarvan we het mooi zouden vinden als ook andere docenten er hun voordeel mee kunnen doen.”