- blad nr 5
- 1-5-2018
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
De Blinker slecht muren in gespecialiseerd onderwijs
‘We zien leerlingen hier opbloeien’
Op de eerste verdieping, aan het einde van de gang, huizen de oudste leerlingen. In de deuropening gebaart juf Dionne Knops van groep acht naar haar klas. Het is tijd voor de gezamenlijke instructie met de aangrenzende groep. Achter de juf schuiven een paar leerlingen rap een tussenwandje opzij.
Symbolisch, want De Blinker in Geleen staat in de regio bekend om het slechten van figuurlijke muren. Toen Knops hier zo’n tien jaar geleden begon, was dit een school voor speciaal basisonderwijs (sbo), onderwijs aan kinderen met leer-, gedrags- of opvoedingsproblemen. Dat is het nog steeds. Maar naast negen groepen sbo-leerlingen huisvest het gebouw ook acht groepen uit het speciaal onderwijs (so), onderwijs aan kinderen met in clusters verdeelde beperkingen, stoornissen of ernstige gedragsproblemen. Bij bepaalde lessen en activiteiten treffen de leerlingen elkaar in gemengde groepjes. Knops: “We werken hier groepsoverstijgend, dat spreekt me erg aan. De combinatie van sbo en so maakt de school bijzonder. Terwijl je dat eigenlijk niet eens opvalt als je hier rondloopt.”
:Zelfbeeld
Gevestigd in een voormalige middelbare school, ligt De Blinker onopvallend in een woonwijk in het Limburgse Geleen. Ouders die hun kinderen naar deze school brengen, moeten soms zelf een drempel over. “Als je kind naar het sbo moet, is er iets mis mee”, vertelt directeur Loe Reinders eerder deze ochtend op zijn werkkamer. “Zo wordt dat gevoeld.”
Hoewel Reinders begrip toont voor de zorgen van ouders, schakelt hij naar een ander spoor. “Waarom lukt het niet op een reguliere basisschool? Vaak is dat omdat kinderen onder druk komen te staan om te presteren, doordat ze misschien in taal of rekenen niet zo goed meekomen. Dat werkt door op andere gebieden. Uiteindelijk kan dat leiden tot sociaal-emotionele problemen en een laag zelfbeeld.”
Reinders vervolgt: “Om de negatieve spiraal te doorbreken, gaan we nadrukkelijk op zoek naar de positieve elementen. We weten dat je niet zo goed bent in rekenen of taal, oké, maar misschien ben je wel hartstikke goed met je handen of creatief. Natuurlijk werken we ook aan die reken- of taalvaardigheden. Een leerling die ontdekt dat hij wel iets kan, gaat ook beter vooruit op de zwakke onderdelen. We zien leerlingen hier opbloeien.”
:Maskers
Naast de 149 sbo-leerlingen vallen er zo’n 70 leerlingen op De Blinker binnen het speciaal onderwijs. Het zijn leerlingen van de Sittardse Xaverius-school, overwegend kinderen met een autisme-gerelateerde stoornis. Voor ouders van deze kinderen oogt de school op het eerste gezicht soms juist te gewoon. “Het beeld bij sommige ouders is dat hun kind een hele speciale omgeving nodig heeft. Bijna zoiets als een-op-een-begeleiding”, aldus Ilse Wiertz-Hamers, jarenlang docent en nu betrokken bij de aansturing.
Hoewel voor sommige leerlingen een specialistische schoolomgeving absoluut noodzakelijk is, houdt het systeem andere leerlingen ‘gevangen’ die misschien wel een volgende stap zouden kunnen maken. “Ik ken geen land met zoveel verschillende onderwijssoorten, met van oudsher al die schotten ertussen”, aldus Reinders. “Het is een hele stap voor een leerling om bijvoorbeeld van het so naar het sbo te gaan. Dat betekent meestal een andere school. Een leerling moet dan ook nog eens wennen aan een nieuwe omgeving, een nieuw gebouw, nieuwe leraren en leerlingen.”
Vanaf het schooljaar 2008/2009, ver voor de invoering van passend onderwijs, bracht De Blinker het sbo en so samen onder één dak. In dat schooljaar startten in Geleen de eerste zogenoemde ‘doorstroomgroepen’. Daarin zitten leerlingen die het in zich hebben om naar het sbo te gaan. “Als ze die stap maken blijven ze gewoon in dezelfde vertrouwde omgeving”, aldus Wiertz-Hamers.
Tegenwoordig zijn drie van de acht so-groepen een ‘doorstroomgroep’.
De dagelijkse omgang met leerlingen van andere ‘niveaus’ maakt de overstap naar het sbo minder ingrijpend. Samen naar paaseieren zoeken of carnaval vieren, bijvoorbeeld. En afhankelijk van de cognitieve vaardigheden komt een deel van de leerlingen samen in gemengde groepjes bij een vak als wereldoriëntatie. Daarbij blijft het wel belangrijk om rekening met elkaar te houden, benadrukt Wiertz-Hamers. “Carnaval is een mooi voorbeeld. Leerlingen met autisme vinden een masker eerder griezelig, want ze kunnen niet zien wie erachter zit. Maar dat is voor ons geen reden om met carnaval de groepen te scheiden. We vragen leerlingen maskers thuis te laten en dan gaat het prima.”
De complexere problematiek vraagt om inzicht in het gedrag. Een leerling die ogenschijnlijk zomaar opeens door het lint gaat, daar hebben ze binnen het so meer ervaring mee dan op het sbo. Reinders: “Er is geen leerling die ’s morgens opstaat met het idee: ik ga vandaag op school herrie schoppen. Een leraar in het sbo zou misschien sneller geneigd zijn naar zo’n leerling toe te gaan, terwijl het soms beter is hem even de ruimte te geven. Zo leer je van elkaar.”
:Spreadsheets
Een school die pioniert, moet soms buiten het boekje om. De zeventig so-leerlingen die elke dag naar De Blinker komen, staan ingeschreven bij Xaverius. Terwijl de regels voorschrijven dat leerlingen les krijgen op de school waar ze staan ingeschreven. “Officieel mag deze constructie niet, maar soms moet je voorop durven te lopen”, zei directeur Reinders bij het eerste bezoek aan de school enkele maanden terug. Ook de so-leraren en ondersteuners die onderwijs verzorgen op De Blinker horen formeel bij Xaverius.
Dankzij het gezamenlijke team heeft de sbo-school expertise en kennis in huis die zij zich anders niet zo makkelijk kan veroorloven. Helemaal sinds het aantal sbo-leerlingen enkele jaren terug met een kwart is gedaald. Die daling lijkt nu gestabiliseerd, maar de ondergrens is in zicht. De Blinker valt onder het samenwerkingsverband Westelijke Mijnstreek. Door een landelijke herverdeling van ondersteuningsbudget moet deze regio zo’n twintig procent inleveren. Ook kampt het gebied met demografische krimp.
Met veertig jaar onderwijservaring op zak is de schooldirecteur een veteraan in het vak. In vergaderingen met bestuurders, hogerop in de organisatie, ziet hij een wereld die gestuurd wordt door spreadsheets. “Als je met bestuurders om tafel zit, gaat het bijna altijd over cijfers en percentages. Ik hoor vaak het woord visie, maar dan gaat het over keiharde doelen. Hoe kan het allemaal betaald worden? Uiteindelijk gaat het toch altijd weer over geld.”
De invoering van passend onderwijs en daaraan gekoppelde regionale bezuinigingen, versterkten in eerste instantie op veel plekken de neiging om zorgleerlingen zo lang mogelijk op te vangen in het reguliere basisonderwijs. Te lang soms, waarna een deel van hen op latere leeftijd, en met zwaardere problematiek, alsnog naar het sbo of so gaat. Nu klinkt het adagium: tijdig doorverwijzen naar gespecialiseerd onderwijs, maar zo snel mogelijk terugplaatsen op een reguliere school als het beter gaat met een leerling. Reinders: “Dan vraag ik me af: wanneer gaat het goed met een leerling? Als hij voldoende scoort bij taal en rekenen? Misschien is hij er sociaal-emotioneel nog helemaal niet aan toe. Daar moet je niet te makkelijk over denken.”
:Kansen
De laatste drempel die leerlingen overgaan op De Blinker, is die naar de middelbare school. Een flinke stap vaak: een nieuwe school, andere en oudere leerlingen. Het merendeel stroomt uit naar het vmbo een vijfde naar vmbo-k of hoger een derde naar het praktijkonderwijs.
De leerlingen van juf Dionne zullen komende zomer ook die stap zetten. Een overgang die een inspanning vraagt van de vo-school, in een tijd waarin scholen zich graag profileren met mooie scores en rendementen. Knops: “Je ziet dat scholen dat soms lastig vinden: zal dat wel goed gaan? Ik heb gelukkig wel de indruk dat het beter gaat. Dat moet ook, want onderwijs is er om leerlingen kansen te bieden.”
{Let op dit is een apart kader}
Buiten de klas
Met workshops op zaterdagen timmert De Blinker ook buiten de klas aan de weg. “Zo’n vijftig leerlingen doen daar per keer aan mee, helemaal vrijwillig”, vertelt Ilse Wiertz-Hamers, coördinator van de zogeheten ‘Talentenschool’. “Het is heel gevarieerd, van koken tot drummen en alles wat ertussenin zit.” Het initiatief wordt gesteund door het overkoepelende schoolbestuur Kindante, de gemeente Sittard-Geleen, sociale partners en een netwerk van lokale bedrijven en verenigingen. “Opbrengsten meten is heel ingewikkeld, maar we merken het effect aan het gedrag van leerlingen. Ze zijn rustiger, krijgen meer zelfvertrouwen. Ouders zeggen dat thuis ook te merken.”