- blad nr 5
- 1-5-2018
- auteur L. Douma
- Redactioneel
De opkomst en teloorgang van Iederwijs
Er hangt een nevel over de weilanden als journalist en voormalig leraar Astrid Schutte in 2002 het onverharde pad van de vers opgerichte Iederwijs-school in Schoonhoven oprijdt. In een oud-gemaalbeheerderswoning treft ze leerlingen die in de keuken deeg aan het kneden zijn. In de woonkamer lezen kinderen een boek of spelen ze op de grond. Er heerst rust in de school waar binnen afzienbare tijd veel over te doen zal zijn.
Voor weekblad Elsevier schrijft Schutte een artikel over particuliere basisscholen. Iederwijs heeft het meest radicale onderwijsconcept dat ze is tegengekomen: leerlingen mogen er zelf kiezen wat, wanneer en hoe ze leren. De oprichters zijn ervan overtuigd dat kinderen hun eigen leerweg kunnen bepalen.
“Ik heb daar een ochtend rondgekeken”, blikt journalist Schutte terug. “Maar ik kon op basis daarvan geen oordeel geven over de kwaliteit van Iederwijs-onderwijs. Ik heb zelf vier jaar lesgegeven. En weet uit die ervaring dat je bij een observatie niet altijd ziet wat je denkt te zien.”
Vanaf de zijlijn blijft Schutte Iederwijs na 2002 volgen. Ze ziet hoe het concept snel aan aanhang wint, hoe nieuwe scholen het model omarmen, hoe naast basisschoolleerlingen later ook middelbare scholieren worden toegelaten tot de Iederwijs-scholen, maar ook hoe na aanvankelijk publiek enthousiasme de criticasters in de media over elkaar heen buitelen. Hoe de scholen door CDA-Kamerlid Jan de Vries worden weggezet als ‘veredelde speeltuinen’ een stigma dat ze niet meer van zich af weten te schudden. En hoe de laatste Iederwijs-school uiteindelijk in 2010 haar deuren sluit.
Het artikel dat ze in die begintijd voor Elsevier schrijft, sluit ze af met de vraag: Waarom zou de overheid een school die kennelijk in een behoefte voorziet niet financieren? Om die vraag en andere vragen over dit onderwijsconcept te beantwoorden blikt ze bijna vijftien jaar later terug. Ze spreekt veelvuldig met de idealistische oprichters. Interviewt ouders, begeleiders, inspecteurs, politici en onderwijskundigen. Ze houdt een enquête onder de alumni van de eerste Iederwijs-school en interviewt er dertien uitgebreid. Astrid Schutte schrijft uiteindelijk een boek over de opkomst en teloorgang van Iederwijs: De gelukkige school. Hoe Iederwijs opnieuw het onderwijs wilde uitvinden.
:Bezigheidstherapie
In welke behoefte voorzag Iederwijs?
“Iederwijs trok veel leerlingen die niet floreerden in het reguliere onderwijs. Die met buikpijn naar school gingen. Iederwijs bleek een plek waar deze kinderen zichzelf konden zijn. Ook waren er ouders die op zoek waren naar een school die beter aansloot op hun manier van opvoeden. Als je je kind als gelijkwaardig ziet, sluit traditioneel onderwijs niet aan bij jouw opvoedsfeer.”
Toenmalig inspecteur van het onderwijs, Kete Kervezee, vertelt in jouw boek dat Iederwijs haar de ogen heeft geopend voor het probleem van thuiszitters. Hoezo?
“Het werd zichtbaar dat er een groep kinderen was die niet functioneerde in het reguliere onderwijs. En het ministerie van Onderwijs had niet een goede oplossing voor dit probleem. Nog steeds niet trouwens. Met passend onderwijs had het aantal thuiszitters moeten afnemen. Maar dat is niet het geval. Dus zou het ministerie moeten overwegen voor die groep onderwijs zoals Iederwijs te bekostigen.”
De kritiek in de media was niet voor de poes. Ook toenmalig AOb-voorzitter Walter Dresscher omschreef Iederwijs als ‘een soort bezigheidstherapie’. Leren leerlingen wel voldoende als je ze vrij laat?
“Op een reguliere school heb je een aantal vakken, bij Iederwijs hoef je niet al die vakken te kiezen. Het is dus niet verwonderlijk dat leerlingen een achterstand opliepen in vakken die zij niet kozen. Vrijwel alle kinderen kwamen in meer of mindere mate met een achterstand van een Iederwijs-school af. Maar die achterstand werd veelal verbazingwekkend snel ingelopen. Ze waren ervan doordrongen dat bijspijkeren noodzakelijk was voor hun vervolgopleiding en hadden bij Iederwijs toch geleerd dat je soms ook minder leuke dingen moet doen om je doel te bereiken. Meer dan de helft van de Iederwijs-alumni kwam uiteindelijk in het hoger onderwijs terecht en in een breed scala aan opleidingen: van planologie tot informatica. De meeste leerlingen die ik heb gesproken vinden vooral de sociale en persoonlijke ‘skills’ die ze op Iederwijs hebben ontwikkeld belangrijk: die hebben hen een fundament gegeven voor de rest van hun leven.”
Ten tijde van de opkomst van Iederwijs zocht jij voor je eigen kinderen een school. Heb je Iederwijs overwogen?
“Ik zag wel dat lang niet alle kinderen gebaat zijn bij traditioneel onderwijs. Maar voor ons was het twee uur rijden naar Schoonhoven. Dat vond ik veel te veel. Bovendien had ik zelf ook meer traditionele opvattingen. Ik zou mijn kinderen niet zomaar naar een school sturen waarvan ik niet zeker weet of zij er leren rekenen en lezen. Maar als ik een kind had gehad dat diepongelukkig was op school, had ik het misschien wel gedaan.
Overigens gingen de kinderen van medeoprichter en oud-Zakenvrouw van het Jaar Jolanda Eigenstein na verloop van tijd van Iederwijs af en naar een reguliere school. Dat paste ook bij de Iederwijs-gedachte: volg de behoeften van het kind. Dus ook al was je zelf zo gepassioneerd over Iederwijs, als je kind naar een gewone school wilde, legde je die wens niet zomaar naast je neer.”
Emeritus hoogleraar orthopedagogiek Luc Stevens zegt dat Iederwijs kwetsbaar was omdat de beweging zo klein was. Ik meen in jouw boek juist te lezen dat het te snel te groot was. Hoe zit dat?
“Allebei is waar. Als je zulk kleinschalig, particulier onderwijs geeft, is elke vertrekkende leerling een probleem. Met iedere leerling vertrekt ook meteen een deel van het budget. In die zin waren ze kwetsbaar.
Dat Iederwijs zo snel groeide maakte de scholen ook kwetsbaar. Niet alle navolgers doordachten het concept voldoende voor ze het omarmden.
Zelf heb ik wel eens gedacht: Was niet ook overgegaan tot het aanbieden van voortgezet onderwijs. Het was voor de iederwijzers zo noem ik de oprichters ondoenlijk zo veel vakken aan te bieden. Idealisme won het in hun afweging van praktische argumenten.”
Is Iederwijs met de laatste sluiting in 2010 overleden?
“Er zijn nog twee democratische scholen met een Iederwijs-achtergrond. Bovendien zie je nu veel vernieuwingsonderwijs dat elementen heeft van Iederwijs: Niekée in Roermond, Laterna Magica in Amsterdam. Op die scholen gaan ze uit van maatwerk en zetten ze verschillende niveaus bij elkaar. Ze vertrouwen er op de natuurlijke leerdrang van kinderen. Leraren zijn er begeleiders in plaats van traditionele onderwijzers. Het idee van maatwerk zie je ook terug bij het eindadvies van het Platform 2032, de curriculumvernieuwing.”
Kun je zeggen dat Iederwijs zijn tijd vooruit was?
“Veel uitgangspunten die toen revolutionair waren, zijn nu veel gewoner. Dus ja, dat kun je zeggen.”
{noot}
Astrid Schutte, De gelukkige school. Hoe Iederwijs opnieuw het onderwijs wilde uitvinden, Uitgeverij SWP, ISBN 9088507953, € 29,90